De World Anti-Communist League (WACL) was een internationale koepelorganisatie van anticommunistische organisaties tijdens de Koude Oorlog. De organisatie ontstond in 1966–1967 uit de in Azië gevestigde Asian People's Anti-Communist League (APACL) en organiseerde nationale afdelingen en jaarlijkse internationale conferenties. In haar eerste jaren werd de WACL sterk beïnvloed door anticommunistische netwerken uit Taiwan en Zuid-Korea en keerde zij zich tegen de ontspanningspolitiek tussen Oost en West.

Vanaf de jaren 1970 breidde de WACL haar contacten in Latijns-Amerika sterk uit. De organisatie en haar aangesloten netwerken onderhielden relaties met anticommunistische autoritaire regimes, conservatieve en nationalistische organisaties en verschillende extreemrechtse groeperingen. Historisch onderzoek heeft daarnaast verbanden beschreven tussen WACL-netwerken en contrarevolutionaire en paramilitaire activiteiten in Midden-Amerika. In 1990 veranderde de organisatie haar naam in World League for Freedom and Democracy (WLFD).

Ontstaan De directe voorloper van de WACL was de Asian People's Anti-Communist League (APACL). Deze organisatie kwam in 1954 in Zuid-Korea tot stand. Volgens historica Agnès Dubler gebeurde dit op initiatief van de Zuid-Koreaanse president Syngman Rhee en de Taiwanese leider Chiang Kai-shek, met als doel de samenwerking van anticommunistische krachten in Azië te bevorderen. Ignacio Araujo en Ernesto Bohoslavsky beschrijven de regeringen van Seoul, Taipei en Manilla als de drie oorspronkelijke deelnemers aan de in 1954 gevormde Aziatische anticommunistische samenwerking. Deze richtte zich onder meer op propagandistische samenwerking, informatie-uitwisseling en de coördinatie van het verzet tegen communistische invloed in Azië.

In de jaren daarna groeide het aantal aangesloten organisaties. Volgens Araujo en Bohoslavsky waren er tegen 1966 bijna dertig deelnemers. In dat jaar besloot de Aziatische organisatie een grotere, transcontinentale anticommunistische organisatie tot stand te brengen waarin ook bestaande netwerken buiten Azië konden worden opgenomen. Die organisatie kreeg de naam World Anti-Communist League.

De geraadpleegde bronnen verschillen over het precieze moment en de plaats waarop deze overgang als de formele oprichting van de WACL moet worden beschouwd. Araujo en Bohoslavsky dateren het besluit tot vorming van de transcontinentale WACL in 1966 en vermelden dat de eerste WACL-conferentie in 1967 in Taiwan plaatsvond. Dubler noemt Seoul in 1967 als plaats en jaar van oprichting, terwijl de Internet Encyclopedia of Ukraine de oprichting in 1966 in Taipei situeert. De ontstaansperiode wordt daarom doorgaans in verband gebracht met de organisatorische overgang van 1966 en de eerste algemene WACL-conferentie van 1967.

Organisatie en doelstellingen De WACL was opgezet als een internationale koepel met nationale afdelingen. Een nationale afdeling kon verschillende anticommunistische organisaties uit hetzelfde land omvatten. Vertegenwoordigers van deze afdelingen kwamen bijeen tijdens jaarlijkse conferenties die telkens in een andere plaats werden georganiseerd. De eerste conferentie vond in 1967 in Taipei plaats. Daarna volgden bijeenkomsten in Saigon in 1968, Bangkok in 1969, Kioto in 1970 en Manilla in 1971.

Volgens Dubler omvatte de WACL in de jaren na haar oprichting ongeveer vijftig anticommunistische groepen uit meer dan twintig landen. In de beginfase werd de organisatie vooral gedomineerd door Aziatische deelnemers en door de belangen van Zuid-Korea en Taiwan. De WACL verzette zich tegen détente en bleef pleiten voor een actieve politiek gericht op het terugdringen van communistische regimes en invloed.

Araujo en Bohoslavsky leggen voor deze beginperiode eveneens de nadruk op de geopolitieke belangen van Taiwan en Zuid-Korea. Zij noemen als belangrijke doelstellingen het behoud van internationale erkenning voor de Republiek China op Taiwan, het tegengaan van een eventuele aanval door de Volksrepubliek China en het indammen van Noord-Korea. Tegelijk sloten ook organisaties uit andere delen van de wereld zich bij het netwerk aan.

De WACL beperkte haar activiteiten niet tot jaarlijkse congressen. In de collectie van de Historische Archieven van de Europese Unie bevinden zich bijvoorbeeld WACL-documenten uit de periode 1967–1975, waaronder verklaringen over de stemming in de Verenigde Naties over de Chinese vertegenwoordiging in 1971, over de oorlog in Vietnam in 1972 en materiaal betreffende een WACL-bijeenkomst voor World Freedom Day in Taipei in 1975.

Uitbreiding naar Latijns-Amerika De internationale positie van Taiwan veranderde sterk nadat de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in 1971 besloot de zetel van China aan de Volksrepubliek China toe te kennen. Tegelijk begon de Amerikaanse regering onder president Richard Nixon toenadering tot Peking te zoeken. Volgens Araujo en Bohoslavsky stimuleerden deze ontwikkelingen Taiwan en Zuid-Korea om politieke bondgenoten buiten Azië te zoeken; Latijns-Amerikaanse anticommunistische organisaties kregen daardoor een grotere betekenis binnen de WACL.

Vanaf 1972 intensiveerde de WACL haar betrekkingen met Latijns-Amerikaanse groepen. De verschuiving was ook zichtbaar in de locaties van de internationale congressen: na vijf opeenvolgende conferenties in Azië werd in 1972 een conferentie gehouden in Guadalajara, gevolgd door Washington D.C. in 1974 en Rio de Janeiro in 1975. Latere bijeenkomsten op het Amerikaanse continent vonden onder meer plaats in Washington in 1978, Asunción in 1979, San Diego in 1984 en Dallas in 1985.

De conferentie van Guadalajara speelde een rol bij de verdere institutionalisering van Latijns-Amerikaanse anticommunistische netwerken. De Mexicaanse activist Jorge Prieto Laurens gebruikte de bijeenkomst volgens Araujo en Bohoslavsky onder meer om steun te verwerven voor de Confederación Anticomunista Latinoamericana (CAL), de Latijns-Amerikaanse Anticommunistische Confederatie.

Een belangrijk voorbeeld van de contacten tussen de WACL en Latijns-Amerikaanse autoritaire regimes was de twaalfde WACL-conferentie in Asunción van 23 tot en met 27 april 1979. Deze werd gehouden onder het regime van de Paraguayaanse dictator Alfredo Stroessner. Araujo en Bohoslavsky beschouwen het congres als een middel waarmee het Stroessner-regime zich internationaal als een vooraanstaande anticommunistische bondgenoot probeerde te presenteren, juist in een periode waarin de Amerikaanse regering van Jimmy Carter meer nadruk legde op mensenrechten. Volgens hun onderzoek namen ongeveer 400 tot 500 personen uit drie continenten aan het congres deel.

Extreemrechtse deelname en controverses De WACL verenigde uiteenlopende vormen van anticommunisme. De organisatie omvatte niet alleen conservatieve en nationalistische groepen, maar trok ook organisaties en personen uit extreemrechtse milieus aan. Historicus Pierre Abramovici beschrijft de WACL als de voornaamste wereldwijd opererende koepel van wat hij aanduidt als militant of compromisloos anticommunisme.

Araujo en Bohoslavsky beschrijven onder de deelnemers onder meer het Anti-Bolshevik Bloc of Nations (ABN), netwerken van voormalige Oost-Europese collaborateurs en leden of voormalige leden uit milieus rond de Italiaanse neofascistische Movimento Sociale Italiano, de Roemeense IJzeren Garde en de Kroatische Ustašabeweging. De Internet Encyclopedia of Ukraine vermeldt het ABN eveneens als een bij de WACL aangesloten organisatie.

Dat de aanwezigheid van dergelijke groepen ook binnen anticommunistische kringen omstreden was, blijkt uit het onderzoek van Dubler naar de Franse anticommunistische publiciste Suzanne Labin. Zij nam deel aan de WACL, maar maakte bezwaar tegen het zonder onderscheid toelaten van nationalistische, reactionaire en met het fascisme verbonden organisaties. Ondanks haar bezwaren bleef zij vervolgens aan WACL-bijeenkomsten deelnemen.

In de jaren 1970 en 1980 raakten onderdelen van het WACL-netwerk daarnaast verbonden met anticommunistische contraguerrilla's en paramilitaire organisaties in Midden-Amerika. Araujo en Bohoslavsky stellen dat sommige WACL-gerelateerde contrainsurgentieactiviteiten de financiering en voorbereiding van de Nicaraguaanse Contra's omvatten. Zij wijzen tevens op de prominente positie die de Amerikaanse afdeling van de WACL onder de gepensioneerde generaal John K. Singlaub verwierf.

De mate waarin activiteiten van afzonderlijke nationale afdelingen aan de internationale WACL als geheel moeten worden toegeschreven is onderwerp van discussie. In een interview met de Taipei Times in 2022 bestreed een vertegenwoordiger van de opvolger WLFD de bewering dat de internationale organisatie zelf het doden van tegenstanders door aangesloten groepen ondersteunde. Hij stelde dat nationale afdelingen zelfstandig opereerden binnen algemene beginselen van de organisatie.

Na de Koude Oorlog Aan het einde van de Koude Oorlog veranderde de organisatie haar naam. In 1990 werd de World Anti-Communist League omgedoopt tot de World League for Freedom and Democracy (WLFD). Daarmee bleef de organisatie institutioneel voortbestaan, maar verdween het expliciete anticommunisme uit haar naam.

Zie ook Ligue internationale de la Liberté

Bronnen, noten en/of referenties

Categorie:Koude Oorlog Categorie:Internationale organisatie