De Asian Peoples' Anti-Communist League (APACL (in sommige bronnen Asian People's Anti-Communist League) was een internationaal anticommunistisch samenwerkingsverband dat op 15 juni 1954 in Jinhae, Zuid-Korea, werd opgericht. De organisatie ontstond tijdens de vroege Koude Oorlog uit pogingen van met name Zuid-Korea en de Republiek China, die na 1949 vanuit Taiwan werd bestuurd, om anticommunistische staten en organisaties in Azië nauwer te laten samenwerken.

De APACL organiseerde conferenties en legde contacten tussen nationale anticommunistische organisaties, regeringsvertegenwoordigers en andere politieke en maatschappelijke actoren. Hoewel de organisatie geen militair bondgenootschap zoals de NAVO was, maakte zij deel uit van de bredere institutionalisering van anticommunistische samenwerking in Azië. Voor Taiwan had de APACL bovendien betekenis in de diplomatieke concurrentie met de Volksrepubliek China, onder andere rond de internationale vertegenwoordiging van China en de opkomst van de Afro-Aziatische niet-gebonden beweging.

In de jaren zestig groeiden de internationale contacten van de APACL verder. Tijdens de twaalfde APACL-conferentie in Zuid-Korea in november 1966 werd besloten een wereldwijde anticommunistische organisatie op te richten. Daaruit kwam de World Anti-Communist League (WACL) voort, waarvan de eerste algemene conferentie van 25 tot en met 29 september 1967 in Taipei werd gehouden.

Achtergrond De oprichting van de APACL hing samen met eerdere pogingen om in Oost-Azië een anticommunistisch veiligheidsverband tot stand te brengen. Vanaf 1949 overlegden Zuid-Korea en de Republiek China over verschillende voorstellen voor een zogenoemd Pacific Pact. Beide regeringen bevonden zich aan frontlinies van de Koude Oorlog: de regering van Syngman Rhee stond tegenover het communistische Noord-Korea, terwijl de regering van Chiang Kai-shek na haar nederlaag in de Chinese Burgeroorlog naar Taiwan was uitgeweken en haar conflict met de Volksrepubliek China voortzette.

Volgens historicus Junghyun Park waren de voorstellen voor een Pacific Pact niet uitsluitend een gevolg van Amerikaans beleid. Zuid-Korea en Taiwan probeerden zelf actief hun internationale veiligheid en positie te versterken. Tegelijkertijd bleef samenwerking met de Verenigde Staten voor beide regeringen van fundamenteel belang. Nadat Zuid-Korea in 1953 een defensieverdrag met de Verenigde Staten had gesloten en Taiwan eind 1954 een afzonderlijk Amerikaans-Taiwanees defensieverdrag verkreeg, verloor het streven naar een formeel regionaal militair pact aan betekenis. Taiwan richtte zich vervolgens sterker op de APACL als politiek samenwerkingsverband.

De internationale omgeving veranderde eveneens door de Conferentie van Bandung van april 1955. Daar kwamen Aziatische en Afrikaanse staten bijeen zonder deelname van de regering op Taiwan. Hao Chen plaatst de ontwikkeling van de APACL mede in deze context. Volgens hem probeerde Taiwan via de liga zijn internationale legitimiteit te versterken en een anticommunistisch alternatief te ontwikkelen tegenover zowel de Volksrepubliek China als de groeiende aantrekkingskracht van Afro-Aziatische neutraliteit en niet-gebondenheid.

Oprichting De eerste conferentie vond in juni 1954 plaats in Jinhae in Zuid-Korea. De oprichtingsdatum wordt in de historische literatuur doorgaans op 15 juni 1954 gesteld. Zuid-Korea, de Republiek China en de Filipijnen vormden de voornaamste politieke kern van het initiatief. Op de conferentie waren daarnaast vertegenwoordigers uit andere delen van Azië aanwezig. Documenten van deze vroege bijeenkomsten zijn bewaard gebleven in de collectie over de APACL van het Wilson Center Digital Archive.

De APACL ontstond daarmee niet als een klassiek intergouvernementeel defensieverdrag. Nationale delegaties konden bestaan uit politici, vertegenwoordigers van anticommunistische organisaties en andere maatschappelijke actoren. Tegelijkertijd was de liga nauw verbonden met de regeringen van een aantal deelnemende staten. Vooral Zuid-Korea en Taiwan gebruikten het netwerk in hun buitenlandse anticommunistische diplomatie.

De organisatie verschilde hierin van de eveneens in 1954 opgerichte Zuidoost-Aziatische Verdragsorganisatie (SEATO). De APACL beschikte niet over een mechanisme voor collectieve militaire verdediging. Haar functie lag vooral bij politieke coördinatie, internationale contacten, congressen, informatie-uitwisseling en de verspreiding van anticommunistische standpunten.

Doelstellingen en activiteiten Het gemeenschappelijke uitgangspunt van de APACL was verzet tegen de uitbreiding van communistische regimes en bewegingen in Azië. De deelnemende organisaties waren echter niet noodzakelijk eensgezind over alle regionale vraagstukken. Nationale regeringen en afdelingen verbonden de internationale anticommunistische agenda aan eigen veiligheids-, legitimiteits- en buitenlandse-politieke doelstellingen.

Een belangrijk instrument waren de periodieke internationale conferenties. Daar ontmoetten vertegenwoordigers van aangesloten nationale afdelingen elkaar, werden resoluties besproken en werden contacten met anticommunistische organisaties buiten Oost-Azië gelegd. Daarnaast ontstonden nationale afdelingen en aan de liga verbonden organisaties. De Republiek China ontwikkelde bijvoorbeeld kort na de oprichtingsconferentie een eigen APACL-afdeling op Taiwan.

De APACL trad ook op rond de internationale vertegenwoordiging van China. Tijdens de elfde jaarlijkse conferentie, die van 7 tot en met 12 september 1965 in Manilla werd gehouden, stelden de aanwezige vertegenwoordigers een oproep op aan de twintigste zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Daarin keerden zij zich tegen toelating van de Volksrepubliek China tot de Verenigde Naties en tegen verdringing van de Republiek China uit de organisatie. Een exemplaar van deze oproep is later vrijgegeven en opgenomen in de CIA Reading Room. De inhoud van dit document geeft het standpunt van de APACL-deelnemers weer en is als zodanig een primaire bron.

Internationale uitbreiding Hoewel de APACL aanvankelijk vooral een Oost- en Zuidoost-Aziatisch netwerk was, zocht zij vanaf het midden van de jaren vijftig verbindingen met anticommunistische organisaties buiten de oorspronkelijke regio. Een belangrijk voorbeeld was de samenwerking met de Assembly of Captive European Nations (ACEN), waarin vertegenwoordigers van communistisch geregeerde Midden- en Oost-Europese landen in ballingschap actief waren. Volgens Anna Mazurkiewicz ontstonden in 1956 contacten tussen beide organisaties; vertegenwoordigers van ACEN namen vervolgens deel aan APACL-bijeenkomsten. De samenwerking bleef gedurende het bestaan van ACEN bestaan.

De contacten maakten de APACL onderdeel van een breder transnationaal anticommunistisch netwerk. Ook organisaties en activisten uit Europa, het Midden-Oosten, Latijns-Amerika en Noord-Amerika verschenen op conferenties of onderhielden relaties met de liga. Pierre Abramovici beschrijft de APACL in dit verband als een van de institutionele voorlopers van de latere World Anti-Communist League.

De uitbreiding naar het Midden-Oosten paste volgens Mohammed Alsudairi eveneens in een bredere ontwikkeling van politieke contacten tussen anticommunistische staten in Oost-Azië en onder meer Saoedi-Arabië. Hij beschrijft deze contacten als een vorm van interregionale solidariteit die zich afzette tegen de politieke wereld die rond Bandung en de niet-gebonden beweging ontstond. Anticommunisme vormde daarbij een belangrijke, maar niet de enige, basis voor samenwerking.

Van APACL naar een wereldwijd netwerk Het streven naar een wereldwijde koepelorganisatie ontstond niet pas in 1966. Al in de jaren vijftig onderhielden APACL-figuren contacten met anticommunistische netwerken in andere werelddelen en werd gesproken over een mondiale organisatie. Vooral de Taiwanese politicus en organisator Ku Cheng-kang speelde een belangrijke rol bij pogingen om zulke contacten te institutionaliseren.

Tijdens de twaalfde APACL-conferentie in Zuid-Korea in november 1966 werd uiteindelijk besloten tot de oprichting van de World Anti-Communist League. Tegelijkertijd werd een charter voor de nieuwe wereldorganisatie aangenomen. De eerste algemene conferentie van de WACL vond van 25 tot en met 29 september 1967 plaats in Taipei.

De oprichting van de WACL betekende niet dat het Aziatische netwerk eenvoudig verdween. De APACL vormde de Aziatische basis binnen het grotere internationale verband. De WACL bracht vervolgens organisaties uit verschillende regio's bijeen en zette daarmee de transnationale uitbreiding voort die de APACL in de voorafgaande jaren al had nagestreefd.

Na het einde van de Koude Oorlog veranderde de wereldorganisatie haar naam. De opvolgerorganisatie stelt in haar eigen institutionele geschiedschrijving dat de WACL in 1990 werd omgedoopt tot de World League for Freedom and Democracy (WLFD). Omdat deze informatie afkomstig is van de organisatie zelf, betreft dit voor de naamsgeschiedenis een primaire bron.

Historiografie Onderzoek naar de APACL maakt deel uit van een bredere historiografische ontwikkeling waarin de Koude Oorlog in Azië niet uitsluitend vanuit het beleid van de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie of de Volksrepubliek China wordt bestudeerd. Park benadrukt bijvoorbeeld de eigen diplomatieke initiatieven van Zuid-Korea en Taiwan in de periode vóór de oprichting van de APACL. Beide staten zochten Amerikaanse steun, maar ontwikkelden tegelijkertijd eigen regionale plannen en concurreerden onderling om politiek leiderschap.

Chen behandelt de APACL vooral vanuit de internationale positie van Taiwan. In zijn analyse was de organisatie niet alleen een anticommunistisch samenwerkingsverband, maar ook een middel waarmee de regering in Taipei probeerde haar aanspraak op internationale vertegenwoordiging te ondersteunen in een periode waarin de Volksrepubliek China en het Afro-Aziatische internationalisme aan invloed wonnen.

Onderzoek van Mazurkiewicz en Abramovici plaatst de APACL daarnaast in het bredere verschijnsel van transnationale anticommunistische netwerken. Hierdoor wordt de organisatie niet alleen als Aziatisch instituut beschouwd, maar ook als knooppunt tussen Aziatische regeringen en organisaties, Europese politieke ballingen en later andere anticommunistische bewegingen wereldwijd.

Deze literatuur maakt tevens duidelijk dat onderscheid moet worden gemaakt tussen de APACL van de jaren vijftig en vroege jaren zestig en de veel bredere World Anti-Communist League die vanaf 1967 ontstond. Personen, organisaties en politieke controverses die in latere decennia met de WACL verbonden raakten, kunnen daarom niet zonder afzonderlijke bronvermelding of historische onderbouwing met terugwerkende kracht aan de APACL van 1954 worden toegeschreven.

Bronnen

Categorie:Anticommunisme Categorie:Koude Oorlog Categorie:Internationale organisatie