Het International Documentation and Information Center (Interdoc) was een in Den Haag gevestigd, particulier en transnationaal anticommunistisch informatie- en netwerkcentrum dat tijdens de Koude Oorlog actief was. De organisatie werd formeel opgericht op 7 februari 1963 en bleef bestaan tot 1986.
Interdoc ontstond uit contacten tussen West-Europese veiligheids- en inlichtingendiensten en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, de academische wereld, de media en andere maatschappelijke sectoren. Het Nederlandse BVD, de West-Duitse BND en aanvankelijk ook de Franse Service de Documentation Extérieure et de Contre-Espionnage (SDECE) speelden een rol in de netwerken waaruit Interdoc voortkwam. Interdoc was zelf echter geen inlichtingendienst. Historicus Giovanni Bernardini omschrijft de organisatie als een particulier, niet-gouvernementeel centrum dat opereerde op het grensvlak tussen de geheime staatsstructuren en het publieke domein.
Ontstaan De voorgeschiedenis van Interdoc lag in de tweede helft van de jaren 1950. Functionarissen van verschillende West-Europese veiligheidsdiensten onderhielden toen contacten over de ideologische dimensie van de Koude Oorlog en over methoden om op de communistische invloed in West-Europa te reageren. Aan Nederlandse zijde waren vooral Louis Einthoven, het eerste hoofd van de BVD, en BVD-medewerker Cees van den Heuvel hierbij betrokken. Aan Franse zijde speelde onder anderen Antoine Bonnemaison, die zich binnen de SDECE met psychologische oorlogsvoering bezighield, een rol. De deelnemers organiseerden internationale bijeenkomsten, aangeduid als colloques, waaraan naast veiligheidsfunctionarissen ook vertegenwoordigers van de wetenschap, het bedrijfsleven, de politiek, de media en de krijgsmacht deelnamen.
In Nederland werd in 1960 de Stichting voor Onderzoek van Ecologische Vraagstukken (SOEV) opgericht. Deze stichting fungeerde als een van de institutionele voorlopers van Interdoc. Tegelijk werd met West-Duitse partners gewerkt aan een stabieler internationaal samenwerkingsverband. De aanvankelijke Frans-Nederlands-Duitse samenwerking verschoof daarbij geleidelijk naar een voornamelijk Nederlands-West-Duitse kern.
Op 7 februari 1963 werden in een notariskantoor in Den Haag de formele statuten van het International Documentation and Information Center ondertekend. Scott-Smith beschouwt dit als het officiële begin van Interdoc. Einthoven werd voorzitter en Van den Heuvel kreeg als directeur een centrale positie in de dagelijkse werkzaamheden van de organisatie.
De oprichtingsdatum van 1963 moet worden onderscheiden van de eerdere samenwerking vanaf de jaren 1950. Die eerdere contacten, organisaties en bijeenkomsten vormden de voorgeschiedenis van Interdoc, maar de organisatie met die naam en formele statuten ontstond in 1963.
Doelstellingen en werkwijze Interdoc werd mede gevormd door de West-Europese reactie op de Sovjetpolitiek van vreedzame co-existentie. De betrokkenen meenden dat de ideologische competitie tussen Oost en West niet alleen met militaire en diplomatieke middelen kon worden gevoerd. Volgens de reconstructie van Scott-Smith wilde Interdoc daarom kennis over communistische ideologie, Sovjetpolitiek en de samenlevingen van het Oostblok verzamelen en analyseren en deze kennis beschikbaar stellen aan uiteenlopende doelgroepen in het Westen.
De statutaire en praktische werkzaamheden kunnen in drie hoofdfuncties worden samengevat: onderzoek en documentatie, advies en opleiding, en internationale coördinatie. Interdoc verzamelde en produceerde documentatie over het communisme en over westerse politieke en maatschappelijke waarden, organiseerde bijeenkomsten en trainingen en bracht organisaties en personen uit verschillende landen met elkaar in contact.
Binnen Interdoc werd gesproken over een vorm van positief anticommunisme. Daarmee werd beoogd verder te gaan dan een uitsluitend afwijzende of emotionele reactie op het communisme. De organisatie wilde de communistische ideologie en praktijk systematisch bestuderen en daar een samenhangende verdediging van westerse waarden tegenover stellen. De voorbereiding van westerse deelnemers op contacten met vertegenwoordigers uit Oost-Europa maakte eveneens deel uit van deze benadering.
De activiteiten richtten zich onder meer op studenten, militairen, diplomaten, journalisten, academici en leidinggevenden uit het bedrijfsleven. Interdoc werkte bijvoorbeeld samen met het Ost-Kolleg in Keulen, waar vanaf de jaren 1960 opleidingen over communistische staten en ideologie werden verzorgd. Ook werden seminars, conferenties en publicaties georganiseerd. In 1967 kwam in West-Berlijn een aan Interdoc verbonden seminarfaciliteit tot stand, die voor internationale trainingsbijeenkomsten werd gebruikt.
Aan het einde van de jaren 1960 probeerde Interdoc zijn netwerk verder te verbreden. In 1969 werd Interdoc Youth gevormd, bedoeld om contacten tussen jonge deelnemers en studentenorganisaties in verschillende landen te stimuleren. Tegelijkertijd zocht het netwerk verbindingen buiten West-Europa en nam de belangstelling voor ontwikkelingen in Azië en andere delen van de wereld toe.
Internationale netwerken en financiering Hoewel bij de ontwikkeling van Interdoc functionarissen uit meerdere landen betrokken waren, werd de formele organisatie vooral gedragen door Nederlandse en West-Duitse partners. De Duitse financiële bijdrage werd in de loop van de jaren 1960 dominant. Scott-Smith vermeldt voor 1963 een totaalbudget van ongeveer 90.000 gulden, waarbij de West-Duitse bijdrage aanvankelijk ongeveer viermaal zo groot was als de Nederlandse. In 1970 bedroeg de Duitse bijdrage 605.300 gulden en vormde deze meer dan negentig procent van het budget.
Naast deze Duitse steun waren er bijdragen en contacten vanuit het Nederlandse bedrijfsleven. In de geschiedschrijving worden onder meer Shell, Unilever en Philips genoemd als ondernemingen die activiteiten uit deze anticommunistische netwerken ondersteunden. De betrokkenheid van particuliere ondernemingen paste in het streven van Interdoc om veiligheidsfunctionarissen, bedrijfsleven, wetenschap en andere maatschappelijke sectoren in een transnationaal netwerk samen te brengen.
Interdoc onderhield ook contacten met Britse en Amerikaanse kringen. De Amerikaanse CIA en de Britse MI6 hadden volgens Scott-Smith belangstelling voor de activiteiten, maar wilden geen nauwe institutionele betrokkenheid. Amerikaanse financiële steun bleef daardoor beperkter en meer incidenteel dan de West-Duitse bijdrage. Scott-Smith karakteriseert Interdoc in dit verband vooral als een Europees initiatief dat wel samenwerking met Amerikaanse organisaties zocht, maar niet eenvoudig als een door de Verenigde Staten aangestuurde organisatie kan worden beschouwd.
De bijzondere positie tussen publieke en geheime structuren was tegelijkertijd een kracht en een zwakte. Interdoc beschikte via zijn deelnemers over contacten met veiligheidsdiensten, politieke en economische elites en deskundigen, maar de gedeeltelijk afgeschermde aard van die relaties bemoeilijkte volgens Scott-Smith ook de publieke legitimiteit van de organisatie.
Détente en neergang Vanaf het einde van de jaren 1960 veranderde de politieke omgeving waarin Interdoc opereerde. De West-Duitse Ostpolitik en de bredere internationale détente verminderden het politieke draagvlak voor de eerder gevolgde confrontatiestrategie. De BND besloot rond 1970 zijn omvangrijke financiële ondersteuning af te bouwen. Voor 1971 werd nog overgangsfinanciering verstrekt, maar de nauwe Nederlands-West-Duitse samenwerking waarop Interdoc in de jaren 1960 had gesteund, kwam in de daaropvolgende jaren grotendeels ten einde.
Interdoc verdween daarmee niet onmiddellijk. De organisatie probeerde haar activiteiten aan te passen aan de gewijzigde Oost-Westverhoudingen en besteedde in de jaren 1970 meer aandacht aan directe contacten met Oost-Europa, détente en het proces rond de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa. Van den Heuvel bezocht in 1974 Moskou en maakte daarna verschillende reizen naar Oost-Europese hoofdsteden. Daarmee verschoof een deel van de activiteit van de eerdere psychologische oorlogsvoering naar informatievergaring en contacten binnen de veranderende Oost-Westdialoog.
De afnemende financiering en de veranderde internationale omstandigheden beperkten echter de mogelijkheden van het netwerk. Volgens de historiografische reconstructie bleef Interdoc uiteindelijk tot 1986 bestaan, waarna de organisatie werd beëindigd.
Betekenis en geschiedschrijving Interdoc bleef na de Koude Oorlog lange tijd relatief weinig bekend. De organisatie kreeg uitvoerige wetenschappelijke aandacht door het onderzoek van de historicus Giles Scott-Smith, die haar plaatste binnen de geschiedenis van transnationaal anticommunisme, psychologische oorlogsvoering en culturele diplomatie. Zijn monografie Western Anti-Communism and the Interdoc Network: Cold War Internationale verscheen in 2012; in hetzelfde jaar verscheen een Nederlandstalige versie onder de titel Interdoc. Een geheim netwerk in de Koude Oorlog.
Bernardini beoordeelde Scott-Smiths onderzoek als uitvoerig gedocumenteerd en wees erop dat het is gebaseerd op een brede verzameling persoonlijke, particuliere en overheidsarchieven in West-Europa en de Verenigde Staten. In zijn interpretatie is Interdoc van belang omdat de organisatie zich bevond tussen de wereld van de veiligheidsdiensten en die van het openbare politieke en maatschappelijke debat.
Andere historici hebben ook beperkingen in de beschikbare reconstructie aangewezen. Eva Neumann stelde in haar bespreking van Scott-Smiths monografie dat de analyse sterk vanuit een West-Europees perspectief is opgebouwd en dat perspectieven van buiten het Westen minder aandacht krijgen. Zij benadrukte daarnaast dat het bestaan van een uitgebreid netwerk niet automatisch betekent dat de doelstellingen ervan ook daadwerkelijk werden bereikt. Scott-Smith zelf concludeerde eerder eveneens dat Interdoc moeite had zijn invloed uit te breiden tot groepen buiten reeds anticommunistisch georiënteerde milieus en dat de geheimdienstconnecties de maatschappelijke legitimiteit van het netwerk konden beperken.
In de geschiedschrijving geldt Interdoc daarmee vooral als een voorbeeld van de manier waarop tijdens de Koude Oorlog de grenzen tussen particuliere organisaties, veiligheidsdiensten, bedrijfsleven, wetenschap en publieksdiplomatie konden vervagen. Het netwerk laat tevens zien dat West-Europees anticommunisme niet uitsluitend een uitvloeisel van Amerikaans beleid was, maar ook eigen Europese instellingen en strategieën ontwikkelde.
Categorie:Koude Oorlog Categorie:Anticommunisme Categorie:Geschiedenis van Den Haag Categorie:Internationale organisatie