Comité de Politique nationale (CPN) was een Belgische nationalistische politieke drukkingsgroep die eind 1918, kort na de Eerste Wereldoorlog, werd opgericht onder leiding van de schrijver, jurist en latere politicus Pierre Nothomb. Het comité wilde invloed uitoefenen op de Belgische buitenlandse politiek en ijverde in de eerste naoorlogse jaren voor een aanzienlijke territoriale uitbreiding van België.

Het CPN was aanvankelijk geen homogene partijorganisatie. Rond Nothomb verenigden zich katholieken, liberalen en ook enkele socialisten rond een annexionistisch en sterk anti-Duits programma. Het comité probeerde door vergaderingen, brochures, pamfletten en affiches druk uit te oefenen op de bestaande politieke partijen. Na het uitblijven van de meeste territoriale uitbreidingen waarop de nationalisten hadden gehoopt, nam de betekenis van het CPN snel af. In de jaren daarna verschoof de overblijvende kern rond Nothomb geleidelijk van buitenlandse naar binnenlandse politiek en kreeg zij een uitgesprokener rechts en autoritair profiel.

Ontstaan en territoriale doelstellingen Nothomb had tijdens de Eerste Wereldoorlog als publicist een uitgesproken Belgisch-nationalistische visie ontwikkeld. In werken als La Barrière belge en Étapes du nationalisme belge verdedigde hij de gedachte dat de positie en veiligheid van België na de oorlog door territoriale uitbreiding moesten worden versterkt. Na zijn terugkeer in het bevrijde België nam hij eind 1918 met enkele medestanders het initiatief voor het Comité de Politique nationale.

Het territoriale programma van het CPN omvatte aanspraken in verschillende richtingen. Tegenover Nederland werd gepleit voor de Scheldemonding en Nederlands-Limburg. Daarnaast streefde het comité naar de aansluiting van het gehele Groothertogdom Luxemburg en naar gebiedsuitbreiding in het Duitse Rijnland, in sommige plannen tot een Belgische toegang tot de Rijn bij Duisburg. In de propaganda van Nothomb en zijn omgeving kwamen ook Zeeuws-Vlaanderen en andere gebieden die historisch met de Zuidelijke Nederlanden in verband werden gebracht aan bod.

Het CPN was daarmee een drukkingsgroep die de Belgische regering en politieke partijen voor een expansionistische koers wilde winnen; zijn programma mag niet zonder meer met het officiële Belgische regeringsstandpunt worden gelijkgesteld. Defoort beschrijft hoe het comité via bijeenkomsten, affiches, pamfletten en brochures politieke druk probeerde uit te oefenen.

De verregaande territoriale verwachtingen werden bij de vredesregeling na de oorlog niet gerealiseerd. Het Verdrag van Versailles voorzag voor België uiteindelijk in de overdracht van onder meer Eupen-Malmedy en Pruisisch en Neutraal Moresnet, maar niet in de omvangrijke annexaties van Nederland, Luxemburg en het Rijnland waarvoor het CPN campagne had gevoerd. Hierdoor verloor het comité reeds in de loop van 1919 een belangrijk deel van zijn aanvankelijke politieke momentum.

Samenstelling en propaganda Het CPN bracht aanvankelijk personen uit verschillende politieke families bijeen. Defoort beschrijft een samenwerking van katholieken, liberalen en socialisten onder leiding van Nothomb. Tot de personen die in of rond het comité actief waren, behoorden onder anderen Pierre Daye, Léon Hennebicq, luitenant-kolonel Léopold Reul, Pierre Verhaegen, Arthur Rotsaert en historicus Jacques Pirenne.

Ook socialistische politici als Jules Destrée en Louis Piérard waren aanvankelijk bij de beweging betrokken. Nog vóór de parlementsverkiezingen van november 1919 kregen zij volgens Defoort van hun partij de opdracht het CPN te verlaten. Daardoor werd de politieke basis van het comité smaller en kwam het milieu ervan dichter te liggen bij de conservatief-nationalistische achterban van de krant La Nation belge.

Vanaf februari 1920 beschikte het CPN over het maandblad Bulletin du Comité de Politique Nationale. In januari 1921 werd dit opgevolgd door het weekblad La Politique. Daarin publiceerden onder anderen Nothomb, Daye, Reul, Verhaegen, Rotsaert, Pirenne en Hennebicq. Aanvankelijk stond vooral de buitenlandse politiek centraal. Daarnaast ontwikkelde La Politique een uitgesproken oppositie tegen de Vlaamse beweging, kritiek op het parlementaire politieke bedrijf en pleidooien voor een sterker door deskundigen geleid bestuur.

Verkiezingspolitiek en Jacques Pirenne In het nationalistische milieu rond het CPN bestond aanvankelijk de verwachting dat na de oorlog een bredere nationale politieke beweging de traditionele partijverhoudingen kon doorbreken. Nationalistische lijsten boekten bij de parlementsverkiezingen van 1919 echter slechts beperkte resultaten. Defoort vermeldt dat zij in de meeste kieskantons minder dan vijf procent van de stemmen behaalden.

Jacques Pirenne, zoon van historicus Henri Pirenne, werd in februari 1920 lid van het CPN. Bij de parlementsverkiezingen van november 1921 behoorde hij tot de leidende figuren van de Parti National Populaire, die uit het CPN-milieu was voortgekomen. Deze partij behaalde geen zetel. Ook Defoort constateert dat de Belgische nationalisten in 1921 slechter presteerden dan in 1919 en hun parlementaire vertegenwoordiging verloren.

Verschuiving in de jaren 1920 De Ruhrbezetting van 1923 zorgde tijdelijk voor een heropleving van het nationalistische enthousiasme, maar volgens Defoort werd steeds duidelijker dat de grote buitenlandse-politieke ambities uit de onmiddellijke naoorlogse periode weinig kans op verwezenlijking hadden. Naarmate de afstand tot de Eerste Wereldoorlog groter werd en internationaal de roep om ontspanning toenam, verschoof binnen het CPN de aandacht naar de Belgische binnenlandse politiek.

Die verschuiving ging gepaard met een verandering in de samenstelling van de beweging. Nadat de socialistische deelnemers reeds in 1919 waren verdwenen, verlieten in 1923 en 1924 ook niet-katholieke figuren als Hennebicq en Pirenne het milieu rond Nothomb. De resterende kern kreeg hierdoor volgens Defoort steeds duidelijker het karakter van een katholiek-reactionaire nationalistische groep.

Begin 1924 richtten Nothomb en zijn medestanders de Fédération d'Action nationale op, die verschillende nationalistische groeperingen moest verenigen. Tegelijk verscheen het nieuwe weekblad L'Action Nationale en werden jonge aanhangers georganiseerd in de Jeunesses Nationales. CegeSoma beschrijft deze Action Nationale eveneens als de organisatie waarmee Nothomb na het mislukken van het CPN de verschillende kleine nationalistische groepen van het land wilde federeren.

De Encyclopedie van de Vlaamse beweging dateert het CPN als organisatie van december 1918 tot 1930, maar merkt tevens op dat het reeds medio 1919 grotendeels uit de publieke belangstelling verdween en dat vanaf 1924 een autoritaire en corporatistische politieke koers op de voorgrond trad. In de historische literatuur ligt de nadruk daarom vooral op de actieve annexionistische fase van 1918-1919 en op de overgang naar de nationalistische organisaties rond Nothomb in de eerste helft van de jaren 1920.

Historische betekenis Het CPN behoort tot de Belgisch-nationalistische bewegingen die onmiddellijk na de Eerste Wereldoorlog ontstonden in een klimaat van sterk patriottisme en debatten over de naoorlogse grenzen. De organisatie is vooral van belang voor de geschiedenis van de Belgische territoriale eisen na 1918 en voor de politieke ontwikkeling van Pierre Nothomb en zijn nationalistische omgeving.

Defoort behandelt het latere milieu rond Nothomb tevens binnen de ontwikkeling van het reactionaire Franstalige katholicisme in België. Daarbij maakt hij onderscheid tussen de aanvankelijk bredere, interpolitieke samenstelling van het CPN en de sterker katholiek-reactionaire kern die in de loop van de jaren 1920 overbleef.

Literatuur

Jean Beaufays, "Aspects du nationalisme belge au lendemain de la Grande Guerre", Annales de la Faculté de Droit de Liège, jg. 16, 1971, pp. 105–171. Francis Balace, Eric Defoort, Pierre H. Desneux e.a., Pierre Nothomb et le nationalisme belge de 1914 à 1930, Arlon, Éditions de l'Académie Luxembourgeoise, 1980.

Categorie:Belgische politieke organisatie Categorie:Nationalisme in België