De Mouvement d'Action pour l'Union Européenne (MAUE) was een Belgische paneuropese beweging die in de jaren 1960 ontstond rond Florimond Damman. Volgens historica Klaartje Schrijvers werd de MAUE in 1965 opgericht als opvolger van de Action pour une Europe Nouvelle et Atlantique (AENA) en was zij nauw geaffilieerd aan de Paneuropese Unie. In de historische literatuur wordt de MAUE voornamelijk behandeld binnen de context van transnationale rechtse en anticommunistische netwerken die zich bezighielden met de politieke toekomst van Europa.
Ontstaan De MAUE kwam voort uit de Action pour une Europe Nouvelle et Atlantique (AENA), een organisatie waarin Damman een belangrijke rol vervulde. AENA organiseerde onder meer Europese studieconferenties en bijeenkomsten en bepleitte een stapsgewijze politieke integratie van Europa. De organisatie stond daarbij kritisch tegenover de invoering van een rechtstreeks verkozen Europees parlement en gaf op dat moment de voorkeur aan referenda als middel om de bevolking bij de Europese integratie te betrekken.
Schrijvers beschrijft AENA als feitelijk een Belgische afdeling van de Paneuropese Unie. De organisatie werd vervolgens omgevormd tot de Conseil Belge pour l'Union Paneuropéenne en volgens haar in 1965 tot de Mouvement d'Action pour l'Union Européenne. De MAUE bleef aan de Paneuropese Unie geaffilieerd. In een samenvattend overzicht van de onderzochte organisaties omschrijft Schrijvers de MAUE als een in 1965 door Damman opgerichte opvolger van AENA die de doelstellingen van haar voorganger voortzette, maar het actieterrein op regionaal en Europees niveau wilde uitbreiden.
Doelstellingen en werkwijze De organisatie wilde haar Europese activiteiten volgens Schrijvers niet in de eerste plaats organiseren via nationale afdelingen. Zij bespreekt in dit verband een brief van Damman uit juli 1972 waarin hij een structuur voorstelde van plaatselijke MAUE-groepen rond belangrijke Europese steden en regio's. Die groepen moesten samen een Europees netwerk vormen waarmee gecoördineerde acties op verschillende plaatsen konden worden georganiseerd.
Schrijvers plaatst deze organisatorische opvatting in een bredere ideologische context waarin Europese samenwerking werd verbonden met de bestrijding van het communisme en het behoud van christelijke waarden.
Dat de MAUE in de eerste helft van de jaren 1970 binnen Europese politieke netwerken actief was, wordt ook gedocumenteerd door de Franse diplomatieke archieven. In de inventaris van de archiefreeks Europe – Questions internationales européennes, 1971-1976 wordt de MAUE genoemd in dossier 340 over Europese bewegingen, congressen en bijeenkomsten. Het betreffende dossier bestrijkt de periode juni 1971 tot mei 1976.
Politiek netwerk De MAUE maakte deel uit van een breder netwerk van organisaties en personen rond Damman. Catherine Lanneau behandelt de beweging, samen met onder meer de Académie Européenne de Sciences Politiques (AESP), in haar onderzoek naar de ontwikkeling van Belgische gaullistische en radicaal-rechtse netwerken. Volgens Lanneau namen organisaties als de MAUE en AESP na de neergang van AENA een deel van haar netwerkfunctie over en oriënteerden zij zich op ideeën die verbonden waren met Otto von Habsburg en het Centre Européen de Documentation et d'Information (CEDI).
Lanneau beschrijft daarnaast gedurende deze periode contacten van dit netwerk met uitgesproken anticommunistische verbanden, waaronder de World Anti-Communist League (WACL) en het Anti-Bolshevik Bloc of Nations (ABN), en met militante radicaal-rechtse kringen. Deze relaties worden in haar onderzoek als netwerkcontacten beschreven.
De band met Otto von Habsburg liep mede via de Paneuropese Unie. Schrijvers vermeldt dat AENA reeds nauw met de Paneuropese beweging van Richard Coudenhove-Kalergi en Von Habsburg verbonden was en dat de MAUE na haar oprichting aan de Paneuropese Unie geaffilieerd bleef. Na de dood van Coudenhove-Kalergi in 1972 werd Von Habsburg voorzitter van de Paneuropese Unie.
Historiografie De uitvoerigste academische behandeling van de MAUE is te vinden in het proefschrift van Schrijvers uit 2007, dat gebaseerd is op uiteenlopende bronnen, waaronder een omvangrijke verzameling van onderzoeksjournalist Walter De Bock. Schrijvers wees zelf op de onvolledigheid en soms problematische kwaliteit van het beschikbare bronnenmateriaal.
Historicus Michaël Auwers beoordeelde deze onderzoekstraditie in 2022 in een historiografisch overzicht over België en de Koude Oorlog. Hij omschrijft Schrijvers' reconstructie van Dammans netwerken als minutieus, maar plaatst kanttekeningen bij de bronkritiek, de normatieve voorstelling van de onderzochte elite en het gebruik van bevindingen uit onderzoeksjournalistiek. Volgens Auwers wordt vooral de daadwerkelijke invloed van deze netwerken op de Europese politieke ontwikkeling in het bestaande onderzoek onvoldoende aangetoond.
Categorie:Belgische vereniging Categorie:Europese integratie Categorie:Anticommunisme