Carlo Pesenti (Alzano Lombardo, 15 juni 1907 – Montreal, 20 september 1984) was een Italiaans industrieel, ondernemer en werktuigbouwkundig ingenieur. Hij speelde vanaf de jaren veertig een centrale rol in de leiding van het cementbedrijf Italcementi en bouwde na de Tweede Wereldoorlog via de holding Italmobiliare een gediversifieerde ondernemingsgroep op met belangen in onder meer cement, machinebouw, verzekeringen en het bankwezen. Van 1956 tot 1969 had hij persoonlijk de controle over de autofabrikant Lancia, die hij in 1969 aan FIAT overdroeg.
Familie en opleiding Pesenti was een zoon van Augusto Pesenti en behoorde tot de ondernemersfamilie die vanaf de negentiende eeuw actief was in de papier-, bouwmaterialen- en cementindustrie rond Bergamo. Hij was een neef van Antonio Pesenti, die gedurende een groot deel van de eerste helft van de twintigste eeuw de leiding over Italcementi voerde.
Hij volgde het klassieke middelbare onderwijs aan het Collegio dei Padri Barnabiti in Moncalieri en studeerde vervolgens werktuigbouwkunde aan de Politecnico di Milano. In 1933 behaalde hij daar zijn ingenieursdiploma. Kort daarna trad hij in dienst van Italcementi. Binnen het bedrijf vervulde hij achtereenvolgens technische en organisatorische functies, waaronder die van onderzoeker, secretaris van de technische directie, werkplaatsdirecteur en hoofd van de inkoopafdeling.
In 1940 werd Pesenti lid van de raad van bestuur van Italcementi. Na het overlijden van zijn oudere broer Mario kreeg hij in 1942 de functie van directeur-generaal en kwam hij tevens in de hoogste dagelijkse leiding van het concern terecht.
Tweede Wereldoorlog Tijdens de Italiaanse Sociale Republiek ontstonden in 1944 binnen en rond Italcementi politieke spanningen. Volgens het Dizionario Biografico degli Italiani werd Pesenti door de fascistische autoriteiten gearresteerd, vervolgens vrijgelaten en gedwongen Bergamo te verlaten. Italcementi zelf werd tijdelijk onder een commissaris geplaatst.
Na de oorlog keerde Pesenti terug naar de onderneming. In maart 1946 werd hij opnieuw directeur-generaal. Vanaf dat moment zou hij gedurende meerdere decennia bepalend zijn voor de ontwikkeling van de Pesenti-groep.
Uitbouw van Italcementi In 1946 reorganiseerde Pesenti de activiteiten van de groep. De cementproductie bleef geconcentreerd bij Italcementi, terwijl Sacelit zich bezighield met bouwmaterialen en CIDI (Calci Idrate d'Italia) met gehydrateerde kalk. Financiële deelnemingen werden ondergebracht in de nieuw gevormde holding Italmobiliare.
De wederopbouw van Italië en het daaropvolgende economische wonder leidden tot een sterke groei van de vraag naar cement. Onder Pesenti moderniseerde Italcementi zijn productie-installaties en investeerde het bedrijf in onderzoek, mechanisering en nieuwe productietechnieken. Zo werden oudere natte productieprocessen in toenemende mate vervangen door energiezuinigere droge processen. Tussen 1947 en 1960 liet het concern zeven grote nieuwe cementfabrieken bouwen, zowel in traditionele afzetgebieden in Noord-Italië als in Zuid-Italië.
Die expansie ging gepaard met een sterke groei van de onderneming. Volgens het Italiaanse nationale bedrijfsarchief nam de omzet van Italcementi toe van minder dan 18 miljard lire in 1947 tot meer dan 46 miljard lire in 1964; de winst steeg in dezelfde periode van 352 miljoen tot meer dan 5 miljard lire. Pesenti stimuleerde tevens technisch en wetenschappelijk onderzoek. In 1961 vermeldde de Enciclopedia Italiana hem onder meer als adviseur van de Politecnico di Milano en als oprichter van het Istituto sperimentale modelli e strutture in Bergamo.
Diversificatie De financiële middelen uit de cementactiviteiten werden mede gebruikt om buiten de oorspronkelijke bedrijfstak te investeren. Via Italmobiliare verwierf de Pesenti-groep belangen in ondernemingen uit de verzekerings-, machinebouw- en financiële sector. In 1952 verkreeg Pesenti de controle over een belangrijk belang in verzekeraar RAS; ook machinebouwer Franco Tosi kwam binnen de invloedssfeer van de groep.
Economisch historici Alexander Aganin en Paolo Volpin beschrijven hoe Italmobiliare in de jaren vijftig tevens controle had over banken als Banca Provinciale Lombarda en Credito Commerciale en in 1967 het Istituto Bancario Italiano (IBI) verwierf. Volgens hun analyse omvatte de Pesenti-groep op het hoogtepunt van zijn expansie in 1967 belangen in cement, bouw en vastgoed, machine- en automobielbouw, verzekeringen en banken. Zij beschouwen de groep in die periode als een van de grootste Italiaanse familieconcerns, qua vermogen achter de groep van de familie Agnelli.
Lancia Een van Pesenti's bekendste investeringen buiten de cement- en financiële sector was de autofabrikant Lancia. Hij verwierf in 1956 de controle over het bedrijf. Anders dan verscheidene andere deelnemingen van de Pesenti-groep was Lancia volgens economisch historica Vera Negri Zamagni een persoonlijke investering van Pesenti en maakte de autofabrikant niet rechtstreeks deel uit van Italcementi.
Pesenti behield de controle over Lancia tot 1969. In dat jaar werd het bedrijf aan Fiat overgedragen. De periode bij Lancia viel samen met de verdere expansie van de Pesenti-groep, maar ook met een toenemende behoefte aan externe financiering voor de uiteenlopende industriële en financiële deelnemingen.
Financiële druk en herstructurering De brede diversificatie van de Pesenti-groep werd voor een belangrijk deel met vreemd vermogen gefinancierd. Aganin en Volpin stellen dat deze hoge leverage de groep kwetsbaar maakte voor financiële tegenslagen.
In 1972 verwierf de financier Michele Sindona een belang van 36,5 procent in Italcementi. Omdat dit de zeggenschap van de familie Pesenti bedreigde, kocht Pesenti het belang terug. De daarvoor gebruikte financiering, waaronder leningen van de door de groep gecontroleerde Banca Provinciale Lombarda, verhoogde volgens Aganin en Volpin de schuldenlast verder.
In 1979 ontstond opnieuw druk op de controle over Italcementi nadat de Agnelli-groep ongeveer tien procent van het bedrijf had verworven. De Pesenti-groep reorganiseerde daarop zijn eigendomsstructuur. Italmobiliare werd de holding boven Italcementi en kreeg vanaf 1980 een beursnotering.
In de daaropvolgende jaren werden verschillende financiële deelnemingen verkocht. Credito Commerciale werd in 1982 verkocht, IBI in 1983 en Banca Provinciale Lombarda in 1984. In juli 1983 werd Pesenti's zoon Giampiero Pesenti directeur-generaal van Italcementi.
Banco Ambrosiano De groep raakte in Pesenti's laatste levensjaren tevens betrokken bij Banco Ambrosiano. Italmobiliare bezat bij het instorten van de bank in 1982 een belangrijk minderheidsbelang. Volgens Aganin en Volpin was het op dat moment de grootste minderheidsaandeelhouder van Banco Ambrosiano.
Naar aanleiding van transacties rond aandelen van de bank werden tegen Pesenti en andere betrokkenen strafrechtelijke procedures ingesteld. United Press International berichtte in september 1984 dat Pesenti was aangeklaagd in verband met vermeende onregelmatigheden bij de aankoop van meer dan 1,1 miljoen aandelen Banco Ambrosiano. Ook de economische geschiedschrijving vermeldt dat de gerechtelijke procedure nog liep toen Pesenti in 1984 overleed.
Overlijden en opvolging Pesenti overleed op 20 september 1984 in Montreal in Canada. Hij was 77 jaar oud. Zijn zoon Giampiero, die reeds het jaar daarvoor directeur-generaal van Italcementi was geworden, nam vervolgens de leiding van de familiegroep over. Onder Giampiero werd de strategie gewijzigd en werd de groep opnieuw sterker op de cementindustrie geconcentreerd.
Onderscheiding In 1962 werd Pesenti benoemd tot Cavaliere del Lavoro, behorend tot de Italiaanse Orde van Verdienste voor de Arbeid. De onderscheiding werd dat jaar uitgereikt door president Antonio Segni.
Nalatenschap In juni 2004 werd de Fondazione Cav. Lav. Carlo Pesenti opgericht en naar hem genoemd. De stichting richt zich onder meer op onderwijs, wetenschappelijk onderzoek, innovatie en maatschappelijke ontwikkeling.
Categorie:Italiaans ondernemer Categorie:Italiaans ingenieur