thumb|toegang Weteringschans 241 (augustus 2026) Weteringschans 241 is een woongebouw aan de Weteringschans te Amsterdam-Centrum.
Achtergrond De Weteringschans, dan nog alleen Schans geheten, diende eeuwenlang als vesting- dan wel stadswal van Amsterdam. Dit in combinatie met Lijnbaansgracht en Singelgracht. In het eerste kwart van de 19e eeuw, toen Amsterdam (alweer) aan uitbreiding dacht, werden die stadswallen afgebroken. Op de vrijkomende plek moest woningbouw komen, maar er kwamen in eerste instantie ook bedrijventerreinen, eind 19e eeuw weer vervangen door woningbouw. De woonbebouwing van de Weteringschans tussen de Weteringplantsoenen en het Frederiksplein kwam pas op gang in het laatste kwart van de 19e eeuw, toen Amsterdam ook begon te bouwen aan haar 19e-eeuwse gordel buiten de Singelgracht. Ter plaatse was dat De Pijp. Daar waar in De Pijp revolutiebouw plaatsvond (kopen grond, goedkoop bouwen, verkopen/verhuren, volgende stuk grond kopen), werden aan de Weteringschans woningen van het betere soort neergezet voor de gegoede burgerij. De gevelwand laat daarbij binnen bebouwen van perceel tot perceel een opmerkelijke samenhang in architectuur zien; (bijna) alle gebouwen werden in historiserende of neostijlen opgetrokken.
Gebouw Die gegoede burgerij schakelde soms ook een gerenommeerd architect in. Op Weteringschans 219-223 en Weteringschans 231-233 waren dat bijvoorbeeld Harmanus Hendrikus Baanders en Jan Ernst van der Pek. De architect achter huisnummer 241 is niet bekend; er zijn wel bestektekeningen, maar die vermelden diens naam niet. De ontwerper liet zich kennelijk inspireren door naar de buurpanden te kijken en paste die renaissance-elementen ook hier toe. Net als meerdere panden in de buurt (maar niet in het drietal 235-239) kwam hij met een plint annex borstwering van natuursteen. Achter beide onderdelen is een souterrain zichtbaar. In de plint is een opening uitgespaard voor een natuurstenen trap naar het souterrain en een trap naar de bel-etage en bovenverdiepingen. Die laatste toegang werd versierd middel een klein fronton met opening. De eerste verdieping werd nog voorzien van een balkon; de tweede niet (meer). Het geheel sluit af met een plat dak waaronder de zolder met naar buiten toe een dakkapel. De uitkragende daklijst wordt ondersteund door consoles. De dakkapel heeft een onderbroken fronton. Het gebouw is drie vensterassen breed en vertoont neorenaissanceachtig bouwelementen zoals banden, aanzet-, sluitstenen en balusters van het balkon. Voorts wees men op het tegelwerk bij de entree.
Ondanks dat de architect onbekend is werd het gebouw tot gemeentelijk monument verklaard. Een van de redenen daartoe is de ensemble waarde binnen de noordelijke gevelwand van de Weteringschans richting Lijnbaansgracht.
De bouwtekening is opgesteld door J.C.L. Gurke (1849-1920), van huis uit makelaar (hij was ook opdrachtgever voor de bouw). Destijds waren de functies makelaar, architect en/of aannemer niet strikt gescheiden. Volgens Dienst Monumenten en Archeologie had hij goed gekeken naar de ontwerper van Weteringschans 243 Philip Andries Warners, ook makelaar annex aannemer.
Categorie:Bouwwerk in Amsterdam-Centrum Categorie:Gemeentelijk monument in Amsterdam