José Nicolás de Azara y Perera (Barbuñales, 5 december 1730 – Parijs, 26 januari 1804) was een Spaanse diplomaat. Hij diende als Spaanse ambassadeur bij de Heilige Stoel en in Frankrijk.
Biografie José Nicolás de Azara was afkomstig uit een adellijke familie en werd geboren als de zoon van Alejandro Azara Loscertales en María Teresa Perera. Zijn oudere broer was de naturalist Felix de Azara. Hij studeerde rechten aan de Sertoriaanse Universiteit in Huesca en wist uiteindelijk een beurs te krijgen om te studeren aan de Universiteit van Salamanca. Na zijn studie kreeg hij een aanstelling als bibliothecaris. Op 3 maart 1760 kreeg hij een aanstelling aan het Staatssecretariaat.
Als diplomaat in Rome In 1765 redigeerde Azara een uitgave van de werken van Garcilaso de la Vega, die voorzien was van aantekeningen van Azara. Later dat jaar kreeg hij een benoeming als diplomatiek agent in Rome. Hij zou in totaal 32 jaar wonen en werken in Rome. Hij werkte achtereenvolgens onder de pontificaten van de pausen Clemens XIV, Pius VI en Paus Pius VII. Azara intervenieerde vanuit zijn officiële post in Rome in de belangrijkste conflicten die ontstonden in de relatie tussen de Spaanse Kroon en de Rooms-Katholieke Kerk, zoals de verdrijving van de jezuïeten uit de gebieden van de Kroon en de controversiële zaak voor de zaligverklaring van de eerbiedwaardige Juan de Palafox.
Azara werd in 1780 ambassadeur van de Spaanse koning in Rome. Vanuit deze functie organiseerde hij in 1789 een uitvaartplechtigheid voor de overleden koning Karel III van Spanje in de Romeinse kerk Nostra Signora del Sacro Cuore. Vervolgens verschafte hij in Rome, na de uitbraak van de Franse Revolutie, bescherming aan de tantes van de Franse koning Lodewijk XVI en speelde een belangrijke rol bij de totstandkoming van de Vrede van Bazel in 1795. Hij onderhandelde het jaar daarop met Napoleon Bonaparte zodat hij zijn troepen uit de streek Romagna terugtrok. Na republikeinse opstanden in Rome in december 1797 liep de tijd van de pauselijke overheersing in de stad ten einde. Het leger van generaal Louis Alexandre Berthier vielen de Pauselijke Staat binnen en Azara greep opnieuw in om het pausdom en de staat zoveel mogelijk te redden, door een gematigde regering te inspireren. Uiteindelijk werd de paus echter afgezet, gevangengezet en verbannen, en op 15 februari 1798 werd een nieuwe Romeinse Republiek uitgeroepen. Verbitterd verliet Azara Rome.
Ambassadeur in Frankrijk Op 11 juni 1799 kreeg hij een benoeming tot ambassadeur in de Franse Republiek, nadat hij daar al een jaar werkzaam was als gezant. Azara presenteerde zich in Parijs als een fervent voorstander van de Frans-Spaanse alliantie. Tijdens zijn periode in Parijs bemiddelde hij voor een vrede tussen Frankrijk en Portugal en speelde een rol bij de staatsgreep van 30 Prairial om een gematigde regering in Frankrijk aan de macht te brengen. In augustus 1799 kwam er een einde aan zijn eerste periode als ambassadeur in Parijs en keerde voor een periode terug in Spanje. Hij sloot zich daar aan bij de partij van Manuel de Godoy en nadat deze aan de macht kwam keerde Azara terug naar Parijs ambassadeur. Hij vertegenwoordigde de Spaanse belangen bij de onderhandelingen die zouden leiden tot de Vrede van Amiens in 1802.
Azara diende op 18 augustus 1803 zijn ontslag in bij de Spaanse regering en deze werd hem op 19 november verleend. Napoleon schonk hem bij zijn vertrek een portret, een doos diamanten en honderdduizend franks. Azara wilde eigenlijk terugkeren naar zijn geliefde Rome om daar zijn laatste levensjaren door te brengen, maar hij raakte ziek in Parijs en overleed aldaar op 26 januari 1804.
Kunstverzamelaar thumb|Het standbeeld van Alexander de Grote dat Azara heeft laten opgraven is tegenwoordig te zien in het Louvre. Gedurende zijn jaren in Rome hield Azara zich ook bezig met archeologie. Zo liet hij verschillende opgravingen doen en bij een opgraving vond hij onder meer een buste van Alexander de Grote die hij later aan Napoleon Bonaparte schonk. In totaal verzamelde hij zo'n zeventig Grieks-Romeinse bustes en deze schonk hij in 1801 aan koning Karel IV van Spanje. Deze koning verkreeg van hem ook diens schilderijencollectie. Tot deze collectie behoorden werken van Velázquez, Murillo, Ribera, Sánchez Coello en meer dan vijftig stukken van Anton Raphael Mengs.
Categorie:Spaanse adel Categorie:Spaans ambassadeur Categorie:Persoon in de 18e eeuw Categorie:Persoon in de 19e eeuw