De Formatie van Tribotte is een geologische formatie uit het Ordovicium die deel is van het Massief van Brabant. De formatie bestaat voornamelijk uit kleiige siltsteen en zandsteen.

De formatie werd voor het eerst beschreven door de geologen Raymond Anthoine en Raymond Anthoine jr. (vader en zoon) in 1943. Deze noemden de zandige lagen de 'Assise de Tribotte' naar het gehucht Tribotte (gemeente Villers-la-Ville, Waals-Brabant). De lagen werden in 2001 geherdefinieerd als formatie in de officiële Belgische stratigrafie van de NCS.

Beschrijving De Formatie van Tribotte bestaat in het dal van de Dijle uit twee delen. Het onderste deel bestaat uit bruinig grijze zand- en siltsteenlagen ('psammiet'), waarin veel bioturbatie en soms grootschalige scheve gelaagdheid en golfribbels voorkomen. Aan de basis van de formatie zijn de klasten van het zand rijk in veldspaten. Het bovenste deel bestaat uit gelige en groenige zand- en siltsteen met een groot kleigehalte. Ook dit gedeelte bevat bioturbatie, overwegend in de vorm van verticale of diagonale graafgangen. Plaatselijk komen afglijdingsstructuren ('slumps') voor die gevormd zijn voor het sediment geconsolideerd werd.

In met name het bovenste deel van de formatie is de invloed van getijdestroming herkend. De formatie is afgezet onder ondiep mariene omstandigheden.

Hoewel in de Formatie van Tribotte geen macroscopische fossielen voorkomen kon ze worden gedateerd met microfossielen. Chitinozoën, acritarchen en graptolieten geven een ouderdom in het Boven-Dapingiaan en Onder-Darriwiliaan. Daarmee is de formatie ongeveer 468 tot 465 miljoen jaar oud.

Voorkomen De Formatie van Tribotte is onderdeel van de Cambro-Ordovicische sokkel van het Massief van Brabant. Ze komt in de ondergrond voor onder Midden- en Centraal-België. Naar het noorden toe is de sokkel diep begraven onder sedimenten uit het Mesozoïcum en Kenozoïcum, maar in een smalle oost-west georiënteerde strook aan de zuidelijke rand van het Massief van Brabant ligt de sokkel nabij het oppervlak.

Op plekken waar rivierlopen de bedekking weg hebben geërodeerd dagzoomt het Ordovicium. De formatie ligt aan het oppervlak langs de lopen van de Zenne, Sennette, Dijle, Thyle en Orneau.

Stratigrafische relaties De Formatie van Tribotte is samen met andere lagen uit het Vroeg-Paleozoïcum geplooid, scheefgesteld en door breuken verzet tijdens de Brabantse deformatiefase. Stratigrafisch ligt de formatie bovenop de donkere siltsteen en zandsteen van de Formatie van Abbaye de Villers en onder de donkere leisteen van de Formatie van Rigenée.

De overgang van de Formatie van Abbaye de Villers naar de Formatie van Tribotte wordt gekenmerkt door een toename van het zandgehalte en een lichter wordende kleur, wat wijst op een geleidelijk ondieper wordende mariene omstandigheden. Dit ondieper worden van de zee had te maken met een wereldwijde regressie tijdens het Floiaan, maar ook met het losbreken van het voormalige continent Avalonia van de rand van Gondwana. De Formatie van Tribotte vertegenwoordigt de syn-riftfase van dit proces, waarbij zowel tektonische opheffing als een grote aanvoer van terrigeen detritisch materiaal optraden. De bovenliggende Formatie van Rigenée werd in veel dieper water afgezet, toen de Rheïsche Oceaan begon te openen en de zuidelijke rand van Avalonia in een passieve marge veranderde ('driftfase').

Categorie:Lithostratigrafie van België Categorie:Lithostratigrafie van het Ordovicium