Giambattista Guatteri (Castelnovo di Sotto, 27 augustus 1739 – Parma, 1 juli 1793) was een rooms-katholiek priester en hoogleraar plantkunde aan de universiteit van Parma in het hertogdom Parma, dat geregeerd werd door het huis Bourbon-Parma.

Levensloop Guatteri werd geboren in Castelnovo di Sotto, een dorp nabij Reggio Emilia. Zijn ouders waren Domenico Guatteri en Anna Soncini. Ze vormden een gezin met een bescheiden inkomen. Priesters zorgden ervoor dat Guatteri in Parma voortgezet onderwijs kon volgen (1755), in voorbereiding op het priesterschap. Van 1757 tot 1766 was hij student in het priesterseminarie. In deze tijd ging zijn interesse al uit naar botanica. De Franse edelman Guillaume du Tillot (1711-1774), minister van hertog Ferdinand I, stimuleerde het hoger onderwijs en was zelf een aanhanger van de Franse encyclopedisten.Zie ook de bijdrage van Guillaume du Tillot aan de Biblioteca Palatina (Parma). Zo kwam Guatteri in contact met priester Jean-Baptiste Fourcaut die aan het hertogelijk hof de natuurhistorische collecties moest aanvullen.

Minister du Tillot stuurde priester Guatteri naar universiteiten buiten Parma om plantkunde te leren. Guatteri studeerde aan de universiteit van Padua (1766-1767) en de universiteit van Bologna (1767-1768) en opnieuw Padua (1768-1768). Daar behaalde hij in het Venetiaans College van de universiteit het diploma natuurwetenschappen.

In 1769 verwierf Guatteri de leerstoel botanica aan de universiteit van Parma. Hij genoot de steun van het hertogelijk hof. Guatteri herorganiseerde het onderwijs botanica voor de studenten geneeskunde. Hij stopte met het voorlezen van Oudgriekse en Arabische teksten over planten. In de plaats kwam een biologische-empirische benadering. Guatteri voerde in Parma de botanische nomenclatuur van Carl Linnaeus in; hij was bij de eerste Italiaanse hoogleraren die dit deden. Hij startte met de bouw van de Botanische Tuin van Parma. Hierbij nam hij de Orto botanico di Padova als voorbeeld. Hij correspondeerde met botanici over heel Europa. In het bijzonder verstevigde hij de band met Madrid. Spanje werd bestuurd door het huis Bourbon, dat familiale banden had met Bourbon-Parma.

Guatteri vertaalde voor zijn studenten een handleiding uit Madrid, genaamd Curso elemental de botànica, uit het Spaans naar het Italiaans (1788). Dit boek was geschreven door Gomez Ortega, directeur van de Koninklijke Botanische Tuin van Madrid. Het heette in het Italiaans Corso elementare teorico di botanica ed introduzione alla parte pratica. Het bestaat uit een theoretische cursus en een inleiding tot praktische botanica. Via Madrid ontving Guatteri planten uit Latijns-Amerika.

Door de jaren heen bouwde hij de Botanische Tuin uit. Voor de Zuid-Amerikaanse plantjes liet hij kachels installeren.

Vanaf 1770 combineerde hij het hoogleraarschap met het ambt van inspecteur van mijnen en fossielen in Parma.

Voor de Gezondheidsdienst van Parma schreef hij verder een praktisch werkje over het verdelgen van rupsen.

Hij was lid van de Accademia delle Scienze di Torino. In 1793 overleed Guatteri. miniatuur|links|voorbeeld van een Guatteria

Eerbewijs De Spaanse botanici Hipólito Ruiz López (1754-1815) en José Antonio Pavón y Jiménez (1754-1844) noemden het geslacht Guatteria naar hem (1794). Het is een geslacht binnen de orde der magnolia-achtigen, de Magnoliales, en komt voor in Latijns-Amerika.

Categorie:Italiaans rooms-katholiek priester Categorie:Italiaans hoogleraar Categorie:Italiaans botanicus Categorie:18e-eeuws wetenschapper