De Formatie van Abbaye de Villers is een geologische formatie die onderdeel is van het Massief van Brabant in Centraal- en Noord-België. De formatie bestaat uit geplooide siltsteen en moddersteen uit het Ordovicium.

De formatie is genoemd naar de abdij van Villers in de gemeente Villers-la-Ville (Waals-Brabant). De formatie werd in 1991 ingevoerd door de geoloog Luc André en collega's.

Voorkomen Samen met andere formaties uit het Cambrium, Ordovicium en Siluur behoort de Formatie van Abbaye de Villers tot de sokkel van het Massief van Brabant. Deze sokkel is geplooid, scheefgesteld en door breuken verzet tijdens de Brabantse deformatiefase. Ze komt in het zuiden nabij het oppervlak maar duikt in het noorden diep weg onder een jongere bedekking uit het Paleogeen, Neogeen en Kwartair.

De Formatie van Abbaye de Villers komt voor in de ondergrond van de provincies Waals- en Vlaams-Brabant, Henegouwen, het noordwesten van Namen, het zuiden van Antwerpen en Oost-Vlaanderen. In het zuiden van het Massief van Brabant dagzoomt de formatie op plekken waar de daar dunne bedekking door de erosie van rivieren is weggehaald. Dat is het geval in de dalen van de Dijle, Thyle, Zenne, Sennette en Coeurq. De typelocatie van de formatie ligt in het dal van de Thyle bij de abdij van Villers.

Beschrijving De Formatie van Abbaye de Villers bestaat uit lagen grijze fijne zandsteen, siltsteen en moddersteen. De lagen zijn enkele centimeters dik en lenticulair van vorm. De overgang tussen zandige en siltige lagen en moddersteen is geleidelijk. De formatie vertoont veel bioturbatie en soms scheve gelaagdheid op meterschaal, die is geïnterpreteerd als sporen van afglijding ('slumps'). In de vallei van de Sennette ligt bestaat het bovenste deel van de formatie uit een competent pakket grijze zandsteen met banken van enkele decimeters en convolute gelaagdheid. Dit komt op andere locaties niet voor.

Op plekken waar ze dagzoomt is de formatie in totaal tussen de 100 en 175 meter dik.

Het afzettingsmilieu van de Formatie van Abbaye de Villers was een marien plat met een naar het zuiden toe hellende zeebodem. De zandsteenbanken worden geïnterpreteerd als turbidieten.

Datering aan de hand van chitinozoën, acritarchen en graptolieten plaatst de formatie in het Dapingiaan. Ze is daarmee ongeveer 468-470 miljoen jaar oud.

Tektonische ontwikkeling De Formatie van Abbaye de Villers ligt stratigrafisch gezien boven de oudere Formatie van Chevlipont en onder de jongere Formatie van Tribotte. De overgang van de Formatie van Chevlipont naar die van Abbaye de Villers is een hiaat, een periode van ongeveer 15 miljoen jaar waarvan geen afzettingen bewaard zijn. De oorzaak kan deels liggen in tektonische opheffing als gevolg van het losbreken van Avalonia van de noordelijke rand van Gondwana. Ook zag het Floiaan (de tijdsnede voorafgaand aan het Dapingiaan) een wereldwijde regressie van de zee, gevolgd door snelle transgressie ('Formosa Flooding Event').

De jongere Formatie van Tribotte bevat meer zandsteen en is over het algemeen lichter van kleur. Deze formatie ontstond in een ondiep marien milieu, wat betekent dat het relatieve zeeniveau daalde aan het einde van het Dapingiaan. De verklaring wordt opnieuw gezocht in door warmte aangedreven tektonische opheffing als gevolg van het losbreken (riften) van Avalonia.

Categorie:Lithostratigrafie van België Categorie:Lithostratigrafie van het Ordovicium