Johnnie Verstraete (Deinze, 26 mei 1944) is een Vlaams auteur van romans, een poëziebundel en toneel.
Na zijn studie Germaanse filologie aan de Rijksuniversiteit Gent (proefschrift over Gaston Burssens), werd hij in 1966 leraar Engels aan het Hoger Technisch en Handelsinstituut te Gent (Lindenlei). Van 1968 tot 1970 gaf hij Duitse en Engelse les aan het Institut Polytechnique in Kankan, Guinea, in het kader van Belgische ontwikkelingshulp. Hij werd daarna stafmedewerker van het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel.
Verstraete woonde van 1964 tot 1968 in de Schepenhuisstraat in Gent, later verkaste hij naar de OpaallaanNeirinckx, Hugo: Literaire gids voor Brabant en Brussel, 1986, p. 65 in Schaarbeek en woonde in het Waalse Ciney. In 1995 werd hij invalide verklaard.
Verstraete werkte onder meer mee aan het Gentse tijdschrift Yang (redacteur 1971-1973) en het veelzijdige Revolver en werd opgenomen in de bloemlezing De beste korte verhalen van De Bezige Bij (1977). Hij publiceerde een dichtbundel en een viertal prozawerken.
Werk Vooral zijn eerste twee non-conformistische prozapublicaties werden opgemerkt.
Zijn eerste boek, Het uitzinnig gezelschap doet de revolutie falen (1971), bestaat uit schetsen en sfeerscheppingen, met Keltische spookgestalten, natuurfantasma’s en verwilderde lusten, Vlaamse caféavonden vol gedroomde orgieën en carnavaleske revoluties van dorpsgemeenschappen in het postkoloniale West-Afrika. Zijn caleidoscopische collagestijl was opmerkelijk: niet enkel de verkapte zinsbouw, maar vooral het flitsend verspringen van aandachtspunten en indrukken. De kritiek prees Verstraetes taalvondsten en sfeerschepping, maar verweet hem dat de lezer niet emotioneel betrokken kan geraken en dat geen enkel van zijn veelkleurige personages de lezer een morele spiegel voorhoudt. De hoofdpersonen in het verhaal blijken "volkomen blind en onpersoonlijk, gedreven door (...) clowneske behoeften", wat veroorzaakt wordt door het moderne levensritme. Hugo Bousset noemde zijn stijl ‘barokke plasticiteit’, andere literatuurcritici noemden hem een epigoon van de Ierse schrijver James Joyce.
Ook in zijn tweede roman Bessac, of de wilde historiën van een progressist (1972) gebruikte Verstraete dezelfde procédés. In zijn vlotter vertelde derde roman Maria, een vrouw van deze tijd (1975) wordt de alledaagse Vlaamse kleinburgerij in alle anedotiek geportretteerd.
Zijn laatste autobiografisch geïnspireerde boek Om de orde te herstellen zei de ambassadeur (1977) bevat drie verhalen over ervaringen in Guinea, waarbij het hoofdthema door criticus Marcel Janssens omschreven werd als de "onontwarbare contradicties en paradoxen van de ontwikkelingsstrategie in Zwart Afrika". Door de afstandelijke ironie die de (meervoudige) verteller gebruikt om het verslag van een chaotische staatsgreep in de verhalen te doorbreken, met slapstickscenes en groteske hoofdfiguren erbovenop, demonstreert Verstraete zowel zijn modernistische invalshoek als zijn luciditeit om verloren illusies. Na bijtende kritiek door Jeroen Brouwers legde Johnnie Verstraete de pen definitief in de lade.
Toneel en poëzie Zijn toneelwerk Pauze (1966), een divertimento voor zeven spelers, werd in 1971 opgevoerd door het toenmalige Gentse Keldertheater Arca.
Voor zijn sociaal-kritisch realisme in de dichtbundel Fotografie voor verduizelde ogen In 1967 gepubliceerd als Yang Kahier, nr. 9 werd hem in 1965 de Prijs van de provincie Oost-Vlaanderen (debuten) toegekend. In 1971 won Johnnie Verstraete ook de Yang-prijs voor zijn roman Het uitzinnige gezelschap doet de revolutie falen.
Daarnaast publiceerde Johnnie Verstraete ook gedichten op affiche, maakte hij ‘hyperrealistische ready-mades en collages’ waarmee hij op ironische, soms zelfs cynische wijze reageerde op de tijdsgeest.
Categorie:Literatuur in Gent Categorie:Vlaams dichter Categorie:Vlaams romanschrijver Categorie:Vlaams toneelschrijver