Het Comité International de Défense de la Civilisation Chrétienne (CIDCC; Nederlands: Internationaal Comité voor de Verdediging van de Christelijke Beschaving) was een internationaal antikommunistisch netwerk uit de periode van de Koude Oorlog. Het comité ontstond aan het einde van de jaren 1940 uit een initiatief van de Franse kerkhistoricus Paul Lesourd en de Belgische oud-premier Paul van Zeeland. Het wilde vanuit een christelijk-conservatief uitgangspunt de invloed van het communisme bestrijden en ontwikkelde daarvoor nationale afdelingen, publicaties, propaganda-activiteiten en internationale bijeenkomsten.Johannes Großmann, Vom »christlichen Kominform« zur »geistigen Nato«. Das Internationale Comité zur Verteidigung der Christlichen Kultur als transnationale antikommunistische Propagandaagentur, Jahrbuch für Historische Kommunismusforschung (2011), pp. 139–154, in het bijzonder p. 143.Johannes Grossmann, The Comité international de défense de la civilisation chrétienne and the Transnationalization of Anti-Communist Propaganda in Western Europe after the Second World War, in Luc van Dongen, Stéphanie Roulin en Giles Scott-Smith (red.), Transnational Anti-Communism and the Cold War, Palgrave Macmillan, Londen, 2014, pp. 251–262.
Historicus Johannes Großmann omschrijft het CIDCC als een anticommunistische propagandaorganisatie met een uitgesproken religieuze en morele motivatie. De betrokkenen waren overwegend afkomstig uit christelijk-conservatieve milieus en het comité onderhield nauwe contacten met de Katholieke Kerk. Hoewel het netwerk in bepaalde perioden aanzienlijke financiële middelen en politieke contacten bezat, functioneerde het niet steeds als een hecht centraal aangestuurde internationale organisatie.Großmann (2011), pp. 146–147.
Ontstaan De ontstaansgeschiedenis wordt in de literatuur enigszins verschillend gedateerd. Großmann herleidt de stichting tot een initiatief van Paul Lesourd, die doceerde aan het Institut catholique de Paris. Lesourd en Paul van Zeeland lanceerden in 1948, tijdens de Griekse Burgeroorlog, een internationale oproep naar aanleiding van de overbrenging van duizenden Griekse kinderen naar landen van het communistische blok. Andere literatuur noemt 1949 als het oprichtingsjaar van het CIDCC.Hans Krabbendam, A transatlantic religious alliance? American and European protestant encounters, 1945–1965, Journal of Transatlantic Studies, 15(4), 2017, pp. 331–347. In het archief van Paul van Zeeland aan de Université catholique de Louvain bevinden zich een programma en statuten van het CIDCC uit 1949, naast correspondentie vanaf datzelfde jaar.Archives de l'Université catholique de Louvain, Papiers de Paul van Zeeland, inventarisnummers 117–119.
Het comité beschouwde zichzelf aanvankelijk als een christelijk tegenwicht tegen het internationale communisme. In eigen documenten werd het ideaal van een Kominform chrétien, een soort "christelijk Kominform", gebruikt. Het beoogde informatie over communistische propaganda en de behandeling van kerken in Oost-Europa te verzamelen en anticommunistische organisaties met elkaar in contact te brengen. Voor het bereiken van politieke en maatschappelijke elites én een breder publiek maakte het onder andere gebruik van radio-uitzendingen, krantenartikelen, pamfletten en affiches.
De hoofdzetel bevond zich in Brussel. Naast de oorspronkelijke Franse en Belgische omgeving kwamen afdelingen of contacten tot stand in onder meer Nederland, Groot-Brittannië, Spanje, Portugal, Griekenland, Canada, Brazilië en Togo. Het comité beschikte bovendien over goede contacten binnen het Vaticaan; kardinaal Eugène Tisserant steunde verschillende initiatieven van Lesourd.
Duitse sectie en financiering Een Duitse afdeling (Comité zur Verteidigung der Christlichen Kultur) kwam in 1951 tot stand, nadat Lesourd contacten had aangeknoopt met Rudolf Junges, verbonden aan de persdienst van de CDU, en Arthur Ruppert. De afdeling stond aanvankelijk onder voorzitterschap van Hermann Pünder. Georg Jäschke werd een centrale organisator en secretaris-generaal van de Duitse sectie.Großmann (2011), pp. 144–145.
De West-Duitse afdeling groeide uit tot een van de organisatorisch sterkste onderdelen van het CIDCC. Zij ontving aanzienlijke subsidies van verschillende instanties van de Bondsrepubliek. Het Bundespresseamt verstrekte vanaf 1955 een jaarlijkse bijdrage van aanvankelijk bijna 18.000 Duitse mark, die tegen het midden van de jaren 1960 was opgelopen tot meer dan 64.000 mark. Het federale ministerie van Binnenlandse Zaken droeg volgens Großmann jaarlijks 49.000 mark bij, terwijl het ministerie van Buitenlandse Zaken vanaf 1957 eveneens financiële steun verleende; die bijdrage bedroeg in 1962 64.000 mark.
De Duitse sectie organiseerde voorlichtingsactiviteiten en gaf verschillende periodieken uit. De vanaf 1954 uitgegeven Informationsdienst, later onder de naam IC Information, bevatte berichten over het communisme, de DDR, andere Oostbloklanden en communistische organisaties in West-Europa. Daarnaast verschenen onder meer een Rundbrief en het op werknemers, vakbonden en ondernemingen gerichte Das Stichwort.Großmann (2011), pp. 145–146.
De vroege katholieke signatuur van het comité werd door de groei van de Duitse afdeling minder exclusief. Die afdeling opereerde volgens Großmann nadrukkelijk interconfessioneel. Tegelijkertijd nam de internationale samenhang in het midden van de jaren 1950 af. Internationale ontmoetingen vonden tijdelijk nauwelijks meer plaats en het CIDCC functioneerde in die periode eerder als een losse belangengemeenschap dan als een organisatie met één gezamenlijk actieprogramma.
Heropleving en internationale congressen Vanaf 1957 probeerde vooral de Duitse sectie de internationale samenwerking nieuw leven in te blazen. In Frankrijk werd een nieuwe groep rond oud-premier Antoine Pinay gevormd. Uiteindelijk werd de West-Duitse politicus Hermann Lindrath internationaal voorzitter. Ook in Italië, Oostenrijk, Zweden en Spanje werden nieuwe of gereorganiseerde afdelingen opgebouwd. In Spanje kreeg José Solís Ruiz, een vooraanstaand functionaris van het Franco-regime, een belangrijke rol.
Van 25 tot en met 27 januari 1960 organiseerde de Spaanse sectie een internationaal congres in Madrid. Volgens Großmann markeerde dit congres voorlopig het hoogtepunt van de Europese uitbreiding van het netwerk.Großmann (2011), p. 147. Na het onverwachte overlijden van Lindrath in februari 1960 trok Pinay zich grotendeels uit de actieve leiding terug en werd Solís Ruiz internationaal voorzitter.Großmann (2011), p. 150.
In deze periode verschoof ook de terminologie waarmee vertegenwoordigers van het CIDCC hun opdracht beschreven. Naast het eerdere ideaal van een "christelijk Kominform" kwam het concept van een "geestelijke NAVO" naar voren: een internationaal samenwerkingsverband dat de ideologische en psychologische dimensie van de Koude Oorlog centraal stelde.Großmann (2011), pp. 148–150. Het netwerk probeerde bovendien contacten buiten West-Europa te ontwikkelen, in het bijzonder in Latijns-Amerika, de Verenigde Staten en delen van Afrika.
Eind maart 1966 hield het CIDCC zijn zesde internationale congres in Lissabon. Volgens een contemporaine berichtgeving van Le Monde werd het congres bijgewoond door afgevaardigden uit vijftien landen en geopend door de Portugese president Américo Tomás. Onder de aanwezigen bevonden zich onder anderen Antoine Pinay, de West-Duitse minister Bruno Heck en José Solís Ruiz.Ouverture du congrès international pour la défense de la civilisation chrétienne, Le Monde, 30 maart 1966.
Terugloop Hoewel de Duitse sectie een groot deel van de internationale activiteiten financierde, werd juist deze afhankelijkheid van West-Duitse overheidssubsidies op den duur een zwakte. Een onderzoek van het West-Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken in 1964 plaatste vraagtekens bij de omvang en effectiviteit van verschillende buitenlandse CIDCC-afdelingen. Ook in Spanje was het aanvankelijke enthousiasme volgens Duitse diplomatieke rapporten verminderd.
De overheidssteun werd daarna teruggeschroefd. In januari 1967 beëindigde minister van Buitenlandse Zaken Willy Brandt de betalingen van zijn ministerie aan het CIDCC. Ook de middelen van het Bundespresseamt namen af. De Informationsdienst en de Rundbrief werden stopgezet en Das Stichwort bleef nog tot 1969 verschijnen. Na de regeringswisseling in de Bondsrepubliek in 1969 verdween ook de resterende federale financiële steun.Großmann (2011), pp. 152–153.
De Duitse sectie hief zichzelf op 26 maart 1970 op. Volgens historicus Hans Krabbendam verdween rond dezelfde tijd ook de weinig zichtbare Amerikaanse afdeling, die financieel sterk van Duitse bijdragen afhankelijk was. De beschikbare literatuur beschrijft daarmee een geleidelijke desintegratie van het internationale netwerk rond het einde van de jaren 1960 en het begin van de jaren 1970, eerder dan één duidelijk gedocumenteerd moment waarop de volledige internationale organisatie werd ontbonden.
Historische duiding In zijn studie van het CIDCC noemt Großmann het comité, gemeten naar politieke contacten en financiële middelen, een van de belangrijkere pogingen om na de Tweede Wereldoorlog anticommunistische krachten in West-Europa internationaal te bundelen. Tegelijkertijd plaatst hij het CIDCC in breder onderzoek naar transnationale conservatieve elitekringen naast organisaties als het Centre Européen de Documentation et d'Information (CEDI). Zulke netwerken hadden volgens hem een informeel karakter en een beperkte rechtstreekse politieke invloed, maar speelden wel een rol bij het bijeenbrengen van conservatieve elites en bij de ontwikkeling van het naoorlogse Europese conservatisme.Johannes Großmann, L’« Internationale des Conservateurs ». Cercles d’élites transnationaux, diplomatie informelle et biographies croisées en Europe occidentale depuis 1945, Histoire, Économie & Société, nr. 2, 2016, pp. 32–44.
Categorie:Anticommunisme Categorie:Koude Oorlog Categorie:Internationale organisatie