Henrik Marinus Christiaan van Oosterzee (Brakel, 29 augustus 1806 – Haarlem, 8 november 1877) was een Nederlands-hervormd predikant, schrijver, vertaler en publicist. Hij behoorde tot het Nederlandse patriciërsgeslacht Van Oosterzee. Van 1831 tot 1875 was hij medewerker van het tijdschrift Vaderlandsche Letteroefeningen en leverde hij bijdragen aan verschillende encyclopedische, kerkelijke en geografische naslagwerken. Van Oosterzee werd als letterkundige en predikant opgenomen in verschillende negentiende- en vroeg-twintigste-eeuwse biografische naslagwerken.
Levensloop thumb|upright=1.05|De voormalige hervormde kerk van Elkerzee, waar Van Oosterzee van 1830 tot 1844 predikant was. De foto dateert uit 1954; het gebouw werd in 1958–1959 afgebroken.
Van Oosterzee was de oudste zoon van de predikant Wouter Leonardus van Oosterzee en Jacoba Laurentia Beudt. Na onderwijs van zijn vader bezocht hij vanaf 1821 de Latijnse school in Zierikzee. In 1823 begon hij aan de Universiteit Utrecht een studie theologie. In zijn later gepubliceerde autobiografische aantekeningen schreef hij dat deze studiekeuze niet uit een sterke persoonlijke belangstelling voor de theologie was voortgekomen.
Kort voor zijn eerste benoeming trouwde hij met Clasina Geertruida Uyttenhooven. Op 10 januari 1830 werd hij bevestigd als predikant in Elkerzee. Op 10 november 1844 volgde zijn bevestiging in Oirschot, waar hij tot 1872 werkzaam bleef. Na zijn laatste preek op 28 juli 1872 ging hij met emeritaat en vestigde hij zich in Haarlem. Daar overleed hij op 8 november 1877.
Van Oosterzee was vanaf 1840 lid van het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen. Hij werd in 1845 lid van het Noord-Brabantsch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen, waarvan hij later medebestuurder en erelid werd. In 1854 werd hij gekozen tot lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde.
Uit zijn huwelijk werden meerdere kinderen geboren. Hun zoon Wouter Leonardus van Oosterzee (1831–1887) vestigde zich in Antwerpen en werd de stamvader van een Belgische familietak.
Letterkundig werk thumb|upright=1.05|De Mariakerk (Boterkerkje) in Oirschot, waar Van Oosterzee van 1844 tot 1872 predikant was (foto uit 1888).
Van Oosterzee begon in 1831 boeken te recenseren voor de Vaderlandsche Letteroefeningen. Hij bleef aan het tijdschrift verbonden totdat het in 1875 ophield te verschijnen. Door dit werk behandelde hij publicaties over uiteenlopende onderwerpen, waaronder theologie, geschiedenis, aardrijkskunde, natuurwetenschappen en letterkunde.
Hij werd een van de belangrijkste medewerkers aan de herziene uitgave van Nieuwenhuis' woordenboek van Kunsten en Wetenschappen, die tussen 1855 en 1868 in tien delen verscheen. Vanaf de letter C schreef of bewerkte hij talrijke artikelen over onder meer godsdienstwetenschap, theologie, sterrenkunde, aardrijkskunde, muziek en algemene, kerkelijke en vaderlandse geschiedenis.
Daarnaast was hij redacteur van de Zeeuwsche Volks-Almanak (1836–1847), Nehalennia (1849–1850) en het Jaarboekje Zeeland (1852–1856). Voor het Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden van A.J. van der Aa verzorgde hij onder meer beschrijvingen van Schouwen en Duiveland. In het reekswerk De Aardbol schreef hij het hoofdstuk over Zeeland.
Zijn eigen publicaties behandelden onder meer kerkbestuur, Bijbelse aardrijkskunde, Nederlandse uitspraak en algemene kennis. Verder schreef en vertaalde hij verhalen en jeugdboeken. Een deel van zijn werk verscheen onder de pseudoniemen Hendrik van Brakel, Irenaeus Alethophilus, Evangeline en Z.B.
Zijn biograaf H.W.T. Tydeman beschouwde Van Oosterzee eerder als een veelzijdig schrijver en vertaler dan als een oorspronkelijke denker. Volgens Tydeman lag zijn betekenis vooral in het toegankelijk maken van buitenlandse publicaties en het verspreiden van kennis onder een Nederlandstalig publiek.
Selectie uit de publicaties Een uitvoerige bibliografie van oorspronkelijke geschriften, vertalingen en tijdschriftbijdragen werd na zijn overlijden opgenomen in het jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Tot zijn publicaties behoren:
Redevoering over de vaderlandsliefde (1833) Viertal leerredenen over geschiedenissen des Ouden Verbonds (1841) Uitspraakleer der Nederlandsche taal (1848) Woordenboekje van uitvindingen (1855) Schets der Bijbelsche aardrijkskunde (1857) De Nederlandsche Hervormde Kerk in haren uitwendigen toestand en inwendig bestuur (1861–1865, twee delen) Nieuwe spelen in huis en buiten, voor jongens en meisjes (1864) De Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk en de leervrijheid (1865) Jaarboekje voor de Nederlandsche Hervormde Kerk (1870–1872) Bijdrage tot reorganisatie der Nederlandsche Hervormde Kerk (1873) Jules Verne, De reis naar de maan in 28 dagen en 12 uren (1876, vertaling)
Externe link Werken van en over H.M.C. van Oosterzee bij de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren
Noten
Categorie:Nederlands predikant Categorie:Nederlands schrijver Categorie:Nederlands vertaler Categorie:19e-eeuws schrijver