De seculiere geestelijkheid of diocesane geestelijkheid is het deel van de geestelijkheid dat niet behoort tot een religieuze orde, congregatie of andere institutie van het religieuze leven. Zij zijn doorgaans geïncardineerd in een bisdom en staan voor de uitoefening van hun ambt onder het gezag van de bevoegde bisschop.Boudinhon, Auguste, "Secular Clergy", The Catholic Encyclopedia, deel 13, Robert Appleton Company, New York, 1912 (geraadpleegd op 21 augustus 2026).Congregation for the Clergy, "Directory on the Ministry and Life of Priests", Vaticaan, 31 januari 1994.
De benaming 'seculier' is afgeleid van het Latijnse saeculum, dat in deze context betrekking heeft op de wereld buiten het klooster. De term wordt daarmee tegenover 'regulier' geplaatst. Tot de reguliere geestelijkheid behoren geestelijken die lid zijn van een religieuze orde of congregatie en leven volgens de regels en verplichtingen van hun gemeenschap.
Kenmerken Seculiere geestelijken leggen bij hun toetreding tot de geestelijkheid geen religieuze geloften af. Zij zijn wel gebonden aan de kerkelijke regels die voor hun ambt gelden en aan gehoorzaamheid aan hun bevoegde kerkelijke meerdere. Een priester die tot de seculiere geestelijkheid behoort, is doorgaans geïncardineerd in een bisdom, waarmee een juridische en kerkelijke band met dat bisdom bestaat.
Binnen een bisdom vormen de priesters samen met de bisschop het presbyterium. Zij verrichten onder meer de pastorale zorg voor de gelovigen, bijvoorbeeld als pastoor van een parochie. De parochie staat daarbij onder het gezag van de bisschop.
Het onderscheid tussen seculiere en reguliere geestelijkheid heeft betrekking op de kerkelijke staat en organisatie van geestelijken en niet op de wijding zelf. Een religieus die tot priester is gewijd behoort dus zowel tot de geestelijkheid als tot een religieuze gemeenschap, terwijl een seculiere priester geen lid is van een dergelijke gemeenschap.
Verschil met de reguliere geestelijkheid De reguliere geestelijkheid bestaat uit geestelijken die behoren tot een religieuze gemeenschap, zoals een orde of congregatie. Zij leven volgens de regels van hun gemeenschap en kunnen naast hun verplichtingen als geestelijke ook gebonden zijn aan religieuze geloften. De seculiere geestelijkheid kent dergelijke religieuze geloften niet en is voor haar kerkelijke ambt rechtstreeks verbonden met een bisdom of andere kerkelijke jurisdictie.
De tegenstelling tussen beide vormen van geestelijkheid moet niet worden verward met het onderscheid tussen geestelijken en leken.
Geschiedenis In de westerse Kerk ontstond een onderscheid tussen geestelijken die verbonden waren aan kloostergemeenschappen en religieuze orden en geestelijken die daar geen deel van uitmaakten. Naast geestelijken die verbonden waren aan kloosters en andere religieuze gemeenschappen bestond een geestelijkheid die werkzaam was in parochies en bij kathedralen, zonder deel uit te maken van een religieuze orde.
Na het Concilie van Trente (1545–1563) werden de opleiding en het pastorale functioneren van de seculiere geestelijkheid belangrijke aandachtspunten binnen de katholieke hervorming. Het concilie bepaalde onder meer dat bisdommen seminaries moesten oprichten voor de opleiding van toekomstige priesters. (1983), The English Secular Clergy and the Counter-Reformation, The Journal of Ecclesiastical History, jaargang 34, nr. 4, pp. 593–614.
Referenties
Categorie:Geestelijk ambt in de Rooms-Katholieke Kerk Categorie:Kerkelijk recht