Het kasteel Maron of Qalaat Deir Kifa is een van de vijf versterkte vestigingen in de historische Jabal Amel regio die op 24 juli 2026 tijdens de 48e sessie van het Unesco Werelderfgoedcomité als kastelen van de Amelberg werden erkend als cultureel werelderfgoed en niet enkel toegevoegd aan de werelderfgoedlijst maar door de directe dreiging eveneens aan de lijst van bedreigd werelderfgoed. Bij zowel de kastelen van de Amelberg als de archeologische vindplaats Sebastia in Palestina werd door het werelderfgoedcomité een spoedprocedure gebruikt voor een versnelde erkenning en bescherming van de twee locaties tegen de Israëlische dreiging.

Beschrijvingen Deir Kifa ligt op een hoogte van 540 m boven zeeniveau in het district Tyrus in het gouvernement Zuid, 107 km ten zuidoosten van Beiroet. Het dorp Deir Kifa ligt 1 km zuidelijker dan de vesting.

De vesting werd in de 12e eeuw gebouwd door de kruisvaarders. Volgens lokale bronnen en kronieken is het kasteel mogelijk gesticht of vernoemd naar een kruisvaarderscommandant genaamd Maron (of Maroun). Er zijn aanwijzingen dat de kruisvaarders de burcht hebben opgetrokken bovenop oudere Fenicische en Romeinse fundamenten. In de late 13e eeuw (ca. 1289) werd de vesting veroverd en grotendeels ontmanteld door de Mammelukken. Later, in de 18e eeuw, werd het complex deels hersteld door de lokale Ottomaanse heerser Sheikh Abbas Muhammad Al Nassar Al Waeli.

In 1875 merkte de Franse archeoloog Victor Guérin op "Ik beklim de hellingen die worden bewerkt door terrassen van een hoge, afgelegen heuvel, bekroond door de ruïnes van een kasteel, genaamd Kala't Maroun. Het was gebouwd met gewone stenen, maar van klein formaat. Er wordt gezegd, dat het werd gesticht door Dhaher el-A'mer, een oude plaats opvolgde waarvan de naam onbekend is gebleven, tenzij het nodig is deze te zoeken, min of meer gewijzigd, in die van Maroun. Hoe dan ook, er is nog steeds aanzienlijke puin van omliggende muren, halfronde torens, diverse gebouwen en verschillende grote reservoirs. Een dozijn Métualis woont momenteel midden in deze ruïnes, waar struikgewas van alle kanten opdringt, en zij bewerken de plantages met vijgen- en granaatappelbomen die de flanken en een deel van de top van de heuvel bedekken."

Het Britse Palestine Exploration Fund beschreef in 1881 in de Survey of Western Palestine het kasteel ten noorden van Deir Kifa (dat zij Kulat Marun noemden) als: "Een vervallen Saracenisch kasteel, gebouwd door Dhahr el 'Amr, van rechthoekige vorm, met ronde torens in elke hoek, en op intervallen langs de noord- en zuidmuren. Een aanzienlijk deel van de muren staat er nog overeind. Het metselwerk is geheel klein, met spitsbogen. Er zijn geen sporen dat het kasteel op eerdere funderingen is gebouwd." Verder merkten ze op dat het "De stad Deir Kifa werd beschouwd als een van de tien dorpen die Hiram II, koning van Tyrus, schonk. Het land is akkerbouwkundig en er zijn cisternen en een bron in de buurt. De Arabische huizen zijn gebouwd met materialen uit het kasteel. Kasteel Deir Kifa werd gebouwd op een bergachtige heuvel door Aram ibn Yaqoub, grenzend aan de landbouwvlaktes van Yaron en Tibnin, en er ontstond een commerciële en militaire relatie tussen deze locaties. Het bevat het paleis van de koning aan de westkant en gewelven die een vierkante vorm aannemen. Kasteel Deir Kifa bestaat uit drie verdiepingen en beslaat een oppervlakte van twintigduizend vierkante meter. Het heeft vier bronnen en zeven torens, waarvan sommige rond, Aramees-Kanaäniet zijn, en sommige vierkant-kruisvormig. Binnen zijn er vele zalen en andere ruimtes. Het bevat vele kelders, verwoeste herbergen, kamers, meerdere stenen huizen, paardenstallen, gevangenissen, speeltuinen, binnenplaatsen en tarweopslag. 365 putten zijn verspreid om water te verzamelen en 4 bronnen die jaren geleden zijn opgedroogd. De muur is 6 tot 12 meter hoog en twee meter breed. Op elk van hen heeft hij zeven hoeken, een halfronde wachttoren met een diameter van 8 meter, die wordt gebruikt voor bewaking, jacht en verdediging. Het rijst 400 meter boven zeeniveau. Het kijkt uit over vele steden: in het oosten Jebel Maroun en Burj Qalawiya, in het zuiden Deir Kifa, vanuit het noorden Srifa en Al-Nafakhiya, en in het westen de valleien naar de zee."

Werelderfgoed De door Unesco beschermd gebieden hebben een gezamelijke oppervlakte van 10,48 hectare en opgeteld een bufferzone van 48,14 hectare. Specifiek voor kasteel Maron gaat het om 2,53 ha en 10,37 ha. In zijn motivatie stelt het werelderfgoedcomité: "De meervoudige erkende site omvat vijf versterkte locaties verspreid over de historische regio Jabal Amel in Zuid-Libanon: Qalaat Al Chakif (Kasteel Belfort), Qalaat Tibnin (Kasteel Toron), Qalaat Chakra (Kasteel Dubieh), Qalaat Deir Kifa (Kasteel Maron) en Qalaat Chama' (Kasteel Chama). Met prominente heuveltoppen en strategische ruggen met uitzicht op belangrijke regionale routes, vormden de kastelen een geïntegreerd verdedigings- en administratief netwerk dat beweging, communicatie en landbouwmiddelen over een uitgestrekt gebied controleerde. Ontwikkeld tussen de middeleeuwen en de 19e eeuw, illustreren ze opeenvolgende fasen van bezetting en aanpassing door kruisvaarders, Ayyubiden, Mamluken, Ottomanen en lokale feodale heersers. Hun vestingwerken, donjons, torens, poorten en woonverblijven bewaren bewijs van de voortdurende uitwisseling van militaire kennis, bouwtechnieken en territoriale beheerpraktijken tussen Europese en Nabije Oosterse tradities, terwijl ze de evolutie van verdedigingsarchitectuur en versterkte netwerken gedurende bijna een millennium aantonen." Mount Amel Castles, Unesco World Heritage Convention, De beschrijving is beschikbaar onder licentie CC-BY-SA IGO 3.0

Categorie:Werelderfgoed in Libanon Categorie:Bedreigd werelderfgoed Categorie:Kruisvaardersburcht Categorie:Geschiedenis van Libanon