Pietro Romolo Pignatta (Rome, 1635 of 1636 - Cividale del Friuli, 5 februari 1715) was een Italiaanse componist en kapelmeester.

Levensloop

Kapelmeester in Rome Op 28 januari 1679 werd Pignatta benoemd tot kapelmeester van de S. Apollinare te Rome, als opvolger van Giuseppe Spogli. Hij zou hier tot augustus 1686 blijven werken.

Er is weinig bekend over Pignatta's componeerwerk tijdens zijn periode in Rome. In een muziekbundel van Giovanni Battista Caifabri uit 1683 is een Beatus vir opgenomen dat aan Pignatta wordt toegeschreven. In 1683 zou ook een opera van Pignatta zijn opgevoerd in de woning van Mario Canti.

Kapelmeester in Graz In 1688 werkte Pignatta in Graz voor prins Johann Seyfried von Eggenberg. Tussentijds ging hij enkele weken naar Rome om familiezaken te regelen en zijn jongere broer Giuseppe Pignatta te bezoeken, die van 1690 tot 1693 gevangen zat. Pietro Romolo nam na afloop van zijn bezoek hun moeder mee terug naar Graz.

Pignatta componeerde in Graz de opera's L'Oronta d'Egitto overo La costante incostante (1688) en Il vanto d'amore (1689). Voor het werk Santo Ermenegildo overo Il trionfo della santa fede cattolica (1693) schreef hij zowel de muziek als het libretto. In 1694 werd zijn opera Santa Genuefa opgevoerd, waarbij het libretto deels was geschreven door zijn broer Giuseppe. Verder schreef hij enkele oratoria.

De zanger Stefano Romani leerde in Graz zingen bij Pignatta en werd daarom ook wel 'Pignattino' genoemd.

Werk in Italië In de jaren 1695-1696 en 1699-1700 kon Pignatta werken in Venetië, waar hij muziekuitvoeringen verzorgde tijdens de herfst en het carnaval. Zijn eerste opera die in de herfst van 1695 in Venetië werd opgevoerd, was La costanza vince il destino. Hij had deze opera opgedragen aan gravin Clara Elisabeth von Platen. Tijdens het carnaval volgde de uitvoering van L'Asmiro re di Corinto.

In de jaren 1697-1698 was hij actief in Treviso en Vicenza, waar hij onder andere aangepaste versies van L'Asmiro re di Corinto opvoerde.

Kathedraal van Padua In 1700 volgde zijn benoeming tot kapelmeester van de kathedraal van Padua. De aanstelling was voor een periode van drie jaar, maar kennelijk was deze verlengd want in 1704 werkte Pignatta nog steeds in Padua. In maart 1703 werd zijn oratorium Il Davide penitente opgevoerd.

Pignatta nam op 24 april 1704 ontslag om medische redenen.

Laatste levensjaren Pignatta was in 1705 in Udine - waar hij zich nog steeds voorstelde als kapelmeester van de prins van Eggenberg - en in Capodistria actief. In deze laatste plaats voerde hij muziek op die hij in opdracht van de lokale broederschap had gecomponeerd. Verder hield hij zich bezig met het geven van zanglessen.

Op 1 februari 1706 kreeg Pignatta de functie van kapelmeester van de kathedraal in Cividale del Friuli. Hier schreef hij Le industrie amorose di Filli in Tracia dat in 1707 werd opgevoerd in een tijdelijk theater.

Zijn gezondheid ging achteruit en in 1711 werd hij vrijgesteld van koordienst. Hij overleed op 5 februari 1715.

Tijdens het Venetiaanse carnaval van 1715 werd door Antonio Vivaldi de pasticcio Nerone fatto Cesare opgevoerd. Hierin bevonden zich drie aria's die aan Pignatta worden toegeschreven.

Werken Pignatta heeft diverse opera's en oratoria geschreven, maar alleen de libretti zijn bewaard gebleven. Daarnaast componeerde hij een Magnificat voor acht stemmen en de antifoon Regina cæli, lætare alleluia. De drie cantates voor sopraan en basso continuo Fuggite amor, fuggite, Amor è come un mar en Fermati, dove fuggi zijn toegeschreven aan 'Sig. Pignatta', maar onduidelijk is of het om Pietro Romolo of zijn broer Giuseppe gaat.

Een selectie van zijn werken volgt hieronder:

L'Oronta d'Egitto (1688) Il vanto dell’amore (1689) Santo Ermenegildo overo Il trionfo della santa fede cattolica (1693) Santa Genuefa (1694) Davide pentito, oratorium San Francesco Saverio, oratorium Il Tobia, oratorium Asmiro re di Corinto (1695), variant op Il vanto dell'amore. Tevens zijn er twee latere versies: Inganno senza danno Chi non sa finzere non sa vincere La costanza vince il destino (1695) L'Asmiro re di Corinto (1696) Sigismondo Primo al diadema (1696) Il Paolo Emilio (1699) Il vanto d’Amore (1700) Pompeo (1705)

Categorie:Italiaans componist