Fredericus Josephus Van Driessche (Berlare, omstreeks 1771 – Overmere, 14 mei 1838), beter bekend onder de bijnaam Frere Pachters, was in de Franse tijd tijdens de Boerenkrijg een opstandeling (brigand) en leider van de onlusten die op 21 en 22 oktober 1798 in de Oost-Vlaamse plaatsen Overmere en Kalken plaatsvonden. Genealogie Fredericus Van Driessche alias Frere Pachters was een zoon van Joannes Franciscus van Driessche, pachter van het pachthof op de Donk, en Judoca Wauters. Zijn bijnaam was een verwijzing naar Fredericus (verkort als Frere) en het feit dat zijn vader pachter was.

Pachters was landbouwer en woonde in Berlare bij het Donkmeer, in de toenmalige Klappelstraat, later de Donklaan. Hij was getrouwd met Brigitta Maes uit Overmere, met wie hij negen kinderen kreeg. Hun oudste dochter werd geboren op 7 juli 1799, een kleine negen maanden na het uitbreken van de Boerenkrijg.

De oproer van Kalken miniatuur|Het boerenkrijgmonument in Overmere uit 1898 dat het strijdvaardige begin van de opstand verbeeldt. Voor de staande figuur heeft een achterkleinzoon van Pachters model gestaan. Tijdens de Franse Tijd waren de Zuidelijke Nederlanden bij Frankrijk ingelijfd en voerde het Franse bestuur ingrijpende hervormingen door, waaronder de invoering van de militaire dienstplicht op 28 september 1798. Twee weken later brak de Boerenkrijg uit: op 12 oktober vond in Overmere een incident plaats tussen een groep jongemannen en de Franse belastingontvangers, wat leidde tot een bredere opstand tegen het Franse gezag. Zo trok op 21 oktober een groep opstandelingen vanuit Zele via Bareldonk en Uitbergen naar Overmere, waar zij onder meer de vrijheidsboom omhaalden en het huis van de Franse kantonscommissaris plunderden.

De volgende dag trok dezelfde, inmiddels aangevulde groep naar Kalken, naar eigen zeggen op zoek naar Franse militairen en gendarmes. Frere Pachters, gewapend met een lange sabel, zou opgetreden hebben als een van hun leiders. Ook in Kalken werd de vrijheidsboom omgehakt en werden de klokken geluid. Het huis van de plaatselijke agent werd geplunderd, hoewel Pachters daar de andere opstandelingen naar buiten zou hebben proberen te krijgen; hij plantte bij een nabijgelegen kapel een van stokken gemaakt kruis en liet de aanwezigen knielen en bidden "voor de godsdienst". Daar gaf hij te kennen tegen de gendarmes te willen vechten; het kwam uiteindelijk tot een gewapend treffen.

Nadien trachtte hij enkele jongemannen uit Kalken voor de opstand te rekruteren. Hij beloofde ze dat zij betaald zouden worden. Hij vertelde hen dat de opstandelingen zich zouden verzamelen in de bossen van Soignies, waar hij naar eigen zeggen al een leger had. Ook beweerde hij dat hij eerder met een Engelse kapitein had gesproken. Voorts vertelde hij dat hij enkele dagen eerder aan de moord op de commissaris van Zele had meegewerkt. Hij zou erbij geweest zijn toen een medestander de commissaris met een kruiwagen had geslagen. Onduidelijk is of Pachters met al deze verhalen de waarheid sprak of door grootspraak indruk probeerde te maken. De jongemannen leken in elk geval niet overtuigd, en ondanks Pachters' dreigementen is geen van hen met hem meegegaan. (1988)

Hedendaagse verwijzingen miniatuur|Aankondiging voor het Boerenkrijgopenluchtspel Frere Pachters in Overmere (1985) Karel De Pauw (1862–1934), een achterkleinzoon van Pachters, stond model voor de staande figuur in Pa en Gijs, het in 1898 opgerichte Boerenkrijgmonument te Overmere, dat het strijdvaardige begin van de opstand verbeeldt.Boerenkrijgmonument Overmere (2015), Beheersplan Onroerend Erfgoed In 1985 werd in het Overmeerse Boerenkrijgpark een openluchtspel over de opstand opgevoerd onder de titel Frere Pachters. Het stuk vormde een aanleiding voor de latere openluchtspektakels aan het Donkmeer. Een straat langs het Donkmeer in Berlare is naar Pachters vernoemd, de Frere Pachterstraat.

Bronnen en referenties

Categorie:Vlaams persoon Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 18e eeuw