Lajos Deák-Ébner (Pest, 18 juli 1850 – Boedapest, 20 januari 1934) was een Hongaarse kunstschilder.

Zijn schilderkunst wordt gekenmerkt door een realistische weergavestijl, die vooral te vinden is in zijn schilderijen in Szolnok. Hij gaf een authentiek beeld van het boerenleven. Hij ontving drie prijzen in 1919, 1927 en 1930.

Levensloop Lajos Deák-Ébner werd geboren in Pest, in Oostenrijk-Hongarije. Hij studeerde schilderkunst in München (1868-1873) en Parijs, waar hij zich aansloot bij zijn collega-schilders László Paál en Mihály Munkácsy en exposeerde vervolgens in Wenen en vervolgde zijn studies in Parijs, waar hij zelfs lid werd van de School van Barbizon. Hij ontmoette twee Hongaarse schilders, László Paál en Mihály Munkácsy.

Deák-Ébner voltooide zijn studies in München en Parijs. Daar maakte hij kennis met de Franse schilderkunst, wat hem ertoe bracht naar Barbizon te verhuizen. Hij ontmoette László Paál en Mihály Munkácsy, wier stijl later bepalend zou worden voor zijn kunst.

Vanaf 1874 was Deák-Ébner 's zomers een vaste bewoner en oprichter van de kunstenaarskolonie van Szolnok, waar hij gedurende meerdere jaren ook een actieve rol speelde bij de oprichting ervan. In het daaropvolgende decennium schilderde hij 's zomers in Szolnok en 's winters in Parijs. Veel van zijn schilderijen zijn realistische weergaven van het leven rond Szolnok.

Van 1887 tot 1922 was Ébner hoofd van de "Staatsschilderschool voor Vrouwen" in Boedapest (Budapesti Női Festőiskola). In 1889 en 1890 schilderde hij samen met Károly Lotz fresco's in de abdij van Tihany. Van 1895 tot 1899 maakte hij nog meer fresco's in de Kunsthalle Budapest.

Zijn vrouw was Ilona Vágó, met wie hij twee kinderen had, de jongere Ilona Deák-Ébner, die in 1913 in Boedapest werd geboren. Lajos Deák-Ébner stierf in 1934 in Boedapest.

Categorie:Hongaars kunstschilder Categorie:19e-eeuws schilder Categorie:20e-eeuws schilder