Exeunte iam anno is een encycliek van paus Leo XIII, uitgevaardigd op 25 december 1888, aan het einde van het jaar waarin de paus zijn vijftigjarig priesterjubileum vierde. De officiële Engelstalige uitgave van de Heilige Stoel draagt als ondertitel On the Right Ordering of Christian Life ("over de juiste ordening van het christelijke leven"). De brief is gericht aan de patriarchen, primaten, aartsbisschoppen en bisschoppen en aan alle katholieke gelovigen die in gemeenschap met de Apostolische Stoel leven.
De encycliek is hoofdzakelijk een moreel-theologische aansporing. Leo XIII verbindt de hervorming van het persoonlijke christelijke leven met de toestand van de samenleving. Volgens hem moeten geloof, deugd, gebed, zelfbeheersing, rechtvaardigheid en naastenliefde richting geven aan zowel het persoonlijke als het openbare leven. Hij plaatst deze oproep tegenover wat hij beschouwt als materialisme, ongebreideld verlangen naar bezit en genot en een levenswijze waarin het christelijk geloof aan invloed heeft verloren.
Historische context Exeunte iam anno verscheen aan het einde van het jaar waarin het vijftigjarig priesterjubileum van Leo XIII internationaal was gevierd. De toekomstige paus Vincenzo Gioacchino Pecci was op 31 december 1837 tot priester gewijd. Het jubeljaar leidde tot omvangrijke katholieke manifestaties van verbondenheid met de paus en de Heilige Stoel. Historicus Francisco Javier Ramón Solans beschrijft de vieringen rond het jubileum van 1888 als onderdeel van een bredere internationale katholieke mobilisatie rond het pausdom; onder meer werden nationale bedevaarten naar Rome georganiseerd.
Leo XIII opent de encycliek met een terugblik op deze blijken van verbondenheid. Hij interpreteert ze als tekenen van herlevend geloof, maar stelt vervolgens dat eerbied voor het pauselijk ambt volgens hem pas haar doel bereikt wanneer zij samengaat met een daadwerkelijk christelijk leven. De brief sluit daarmee inhoudelijk aan bij het jubileumjaar, maar verschuift het accent van de persoon van de paus naar de morele en religieuze levenswijze van de gelovigen.
De tekst ontstond bovendien in een bredere negentiende-eeuwse context waarin de Katholieke Kerk zich verhield tot secularisering, nieuwe politieke ideologieën en de sociale gevolgen van de industrialisering. Historicus Thomas C. Behr beschrijft deze periode als een tijd waarin de Kerk zowel met liberaal-seculiere staatsvorming als met revolutionair socialisme werd geconfronteerd en waarin het neoscholastieke denken onder vooral Leo XIII een belangrijk kader werd voor de katholieke omgang met de moderniteit.
Inhoud
Van jubileum naar morele aansporing In de eerste vijf paragrafen bedankt Leo XIII voor de blijken van verbondenheid tijdens zijn priesterjubileum. Vervolgens formuleert hij het eigenlijke doel van de brief: christenen aansporen tot een heilig leven. Volgens de paus is het niet voldoende de waarheid van het christelijk geloof te kennen of zich uiterlijk christen te noemen; de geloofsbelijdenis moet volgens hem tot uitdrukking komen in de levenswijze.
Diagnose van de samenleving In de paragrafen 6 tot en met 9 geeft Leo XIII een kritische beoordeling van de morele en intellectuele toestand van zijn tijd. Aan de hand van de Eerste brief van Johannes (1 Joh. 2:16) verwijst hij naar begeerte, hebzucht en hoogmoed. Hij hekelt overmatige luxe, het streven naar rijkdom, onverschilligheid tegenover armen en vormen van cultuur die hij als zedelijk schadelijk beschouwt. Ook bekritiseert hij onderwijs waarin religieuze vorming volgens hem wordt teruggedrongen.
Leo XIII brengt deze morele problemen in verband met intellectuele stromingen die volgens hem de menselijke rede losmaken van het christelijk geloof. Hij noemt onder meer materialisme en atheïsme en legt daarnaast een verband met socialisme, communisme en nihilisme. Deze kwalificaties zijn de analyse van de paus zelf en weerspiegelen de kerkelijke polemiek van de late negentiende eeuw. Als antwoord stelt Leo XIII een terugkeer naar Christus en het Evangelie voor, zowel in het persoonlijke als in het openbare leven.
Christelijk leven, zelfbeheersing en genade Vanaf paragraaf 10 beschrijft Leo XIII het christelijke leven als navolging van Christus en als een voortdurende morele strijd. Daarbij verwijst hij onder meer naar de Brief aan de Hebreeën, de Brief aan de Galaten en de Tweede brief aan de Korintiërs. Christelijk leven veronderstelt volgens hem dat verlangens niet onbeperkt worden gevolgd en dat de mens de lichamelijke hartstochten onder leiding van rede en deugd brengt.
In dit verband behandelt Leo XIII ook de verhouding tussen zonde, menselijke natuur en genade. Hij stelt dat door het doopsel de erfzonde wordt weggenomen, terwijl de neiging tot zonde of concupiscentie blijft bestaan. Hiervoor verwijst hij uitdrukkelijk naar het vijfde zittingsjaar van het Concilie van Trente, in het bijzonder naar canon 5 over de erfzonde. Volgens de encycliek kan de mens deze neiging niet uitsluitend door eigen kracht overwinnen, maar is daarbij de genade van Christus nodig.
Tegelijk gebruikt Leo XIII een filosofisch vocabulaire van natuurrecht, rede en zelfbeheersing. Hij stelt dat de natuurlijke wet de mens tot deugdzaam handelen verplicht en dat binnen de mens de rede richting behoort te geven aan de niet-redelijke verlangens. Vrijheid krijgt in deze passages vooral de betekenis van zelfbeheersing: werkelijk vrij is volgens de paus degene die niet door zijn hartstochten wordt overheerst.
Deze combinatie van natuurrechtelijk redeneren, een hiërarchische verhouding tussen rede en begeerte en christelijke genade past in de bredere heropleving van de scholastieke filosofie tijdens het pontificaat van Leo XIII. Die heropleving was in het bijzonder verbonden met de encycliek Aeterni Patris uit 1879. Kerkhistoricus Oliver P. Rafferty beschrijft Leo's bevordering van het thomisme als een poging om zowel de kerkelijke wetenschappen te vernieuwen als intellectueel op de moderniteit te reageren. Exeunte iam anno zelf presenteert echter geen systematische uiteenzetting van het thomisme.
Gebed en geloof In de paragrafen 11 tot en met 13 krijgt het gebed een centrale plaats. Omdat de menselijke kracht volgens Leo XIII onvoldoende is voor het volbrengen van de christelijke plichten, is goddelijke hulp noodzakelijk. Hij beroept zich daarbij op evangelieteksten over gebed en verzoeking en op Augustinus van Hippo. Gebed wordt tevens verbonden met nederigheid: de mens erkent daarin volgens de encycliek zijn afhankelijkheid van God.
Leo XIII beschouwt geloof en gebed niet alleen als middelen tot persoonlijke heiliging. Volgens hem kunnen zij ook bijdragen aan de hervorming van het maatschappelijke leven. Daarbij keert hij terug naar zijn kritiek op volgens hem buitensporige vrijheidsaanspraken en op de hebzucht van rijken.
In de latere katholieke moraaltheologie is Exeunte iam anno onder meer aangehaald in verband met de klassieke katholieke opvatting over concupiscentie, rede en morele strijd. De moraaltheoloog Germain Grisez verwijst in Christian Moral Principles (1983) naar de encycliek bij zijn bespreking van de verhouding tussen ongeordende begeerte en de rede.
Geestelijkheid en maatschappelijke orde In paragraaf 14 richt Leo XIII zich in het bijzonder tot de geestelijkheid. Priesters moeten volgens hem door studie, deugd en persoonlijk voorbeeld bijdragen aan de hervorming van het christelijke leven. Hiervoor verwijst hij onder andere naar Johannes Chrysostomus, het Concilie van Trente en Bernardus van Clairvaux.
In de slotpassages verbindt de encycliek individuele moraal met het welzijn van politieke gemeenschappen. Met een verwijzing naar Spreuken 14:34 stelt Leo XIII dat rechtvaardigheid van belang is voor de voorspoed van volken. De uiteindelijke maatschappelijke orde die hij voor ogen heeft, bestaat uit geloof in God, rechtvaardigheid en liefde jegens de naaste, matigheid ten opzichte van zichzelf en beheersing van de hartstochten door de rede.
Theologische en filosofische kenmerken De theologische argumentatie van Exeunte iam anno is sterk christocentrisch. Christus wordt voorgesteld als verlosser, voorbeeld voor het morele leven en bron van de genade die de mens in staat stelt de zonde te bestrijden. De encycliek combineert daarmee morele inspanning met de noodzaak van goddelijke genade. De verwijzing naar het Concilie van Trente plaatst de behandeling van erfzonde en concupiscentie expliciet binnen de rooms-katholieke leertraditie.
De Bijbel vormt de belangrijkste tekstuele bron van de argumentatie. Tot de aangehaalde passages behoren 1 Johannes 2:16, Handelingen 4:12, Hebreeën 12:1–2, Galaten 5:24, 2 Korintiërs 4:10, Matteüs 26:41, Lucas 11:9, 1 Petrus 5:5 en Spreuken 14:34. Daarnaast verwijst Leo XIII naar kerkvaders en kerkelijke leeruitspraken.
Filosofisch gaat de tekst uit van een geordend mensbeeld waarin rede, wil en begeerten onderscheiden functies hebben. De rede behoort de hartstochten te sturen, maar heeft volgens de encycliek voor het volledige christelijke leven tevens goddelijke genade en geloof nodig. Daardoor worden natuur en genade niet als concurrerende verklaringen behandeld: de natuurlijke morele orde en de bovennatuurlijke roeping van de mens worden in één moreel kader samengebracht.
In maatschappelijke zin benadrukt de encycliek vooral rechtvaardigheid, naastenliefde, morele vorming en een door de paus als christelijk beschouwde ordening van het openbare leven. Begrippen die in de latere katholieke sociale leer een vaste terminologische betekenis kregen, zoals subsidiariteit, vormen geen uitgewerkt onderdeel van de tekst. De bredere verbinding van neoscholastiek natuurrecht met de katholieke reactie op de negentiende-eeuwse "sociale kwestie" is door historici als Behr beschreven als kenmerkend voor de intellectuele context waarin het pontificaat van Leo XIII zich ontwikkelde.
Publicatie De Latijnse tekst werd gepubliceerd onder de titel Exeunte iam anno. Op de huidige website van de Heilige Stoel wordt de Latijnse versie aangeduid als een epistola (brief), terwijl de officiële Engelstalige website haar onder de encyclieken van Leo XIII rangschikt en als encyclical aanduidt. De oorspronkelijke tekst verscheen in deel XXI van de Acta Sanctae Sedis (1888), op bladzijden 323–334.
Zie ook
Lijst van encyclieken van paus Leo XIII Aeterni Patris Libertas praestantissimum Rerum Novarum
Externe link
Exeunte iam anno - officiële Engelse tekst op de website van de Heilige Stoel
Categorie:19e-eeuws rooms-katholiek geschrift Categorie:Pauselijke encycliek Categorie:1888