Catholicae Ecclesiae is een pauselijke rondzendbrief van paus Leo XIII, gedateerd op 20 november 1890, over de bestrijding van slavernij en slavenhandel in Afrika en over de ondersteuning van katholieke missies op het continent. Het document is opgenomen in de Vaticaanse verzameling encyclieken en wordt in de officiële Engelse uitgave aangeduid als een encycliek over „slavery in the missions”. De Latijnse uitgave draagt formeel de aanduiding litterae circulares (rondzendbrief).Leo XIII, Catholicae Ecclesiae (Latijn), Heilige Stoel, 20 november 1890; oorspronkelijk gepubliceerd in Acta Sanctae Sedis, deel XXIII (1890–1891), pp. 257–260. Geraadpleegd op 27 augustus 2026.Leo XIII, Catholicae Ecclesiae. On Slavery in the Missions, Heilige Stoel, 20 november 1890. Geraadpleegd op 27 augustus 2026. alt=Zwart-witportret van paus Leo XIII|miniatuur|Paus Leo XIII In de brief verbindt Leo XIII de bestrijding van slavernij met de evangelisatie van Afrika. Hij verwijst naar zijn eerdere brief In Plurimis uit 1888 over slavernij in Brazilië, naar de antislavernijcampagne van kardinaal Charles Lavigerie en naar de internationale diplomatieke inspanningen die onder meer tot uitdrukking kwamen tijdens de Brusselse Anti-Slavernij Conferentie in 1889-1890.Daniel Laqua, “The Tensions of Internationalism: Transnational Anti-Slavery in the 1880s and 1890s”, The International History Review, 33 (4), 2011, pp. 705–726, doi:10.1080/07075332.2011.620742. De rondzendbrief stelde bovendien een jaarlijkse collecte op Epifanie in, waarvan de opbrengst via de Romeinse Congregatie tot Voortplanting van het Geloof aan Afrikaanse missies moest worden verdeeld.

Historische context Catholicae Ecclesiae verscheen in een periode waarin de bestrijding van de slavenhandel in Afrika een internationaal politiek en humanitair thema was geworden. In 1888 begon kardinaal Lavigerie, aartsbisschop van Algiers en Carthago, een internationale antislavernijcampagne. Zijn optreden vestigde de aandacht op slavenraids en de handel in tot slaaf gemaakte mensen in delen van Afrika en leidde tot de oprichting en samenwerking van verschillende antislavernijorganisaties. Historicus William Mulligan plaatst deze campagne in de bredere Europese antislavernijbeweging van 1888–1890, waarin religieuze organisaties, publieke opinie en internationale diplomatie met elkaar verbonden raakten.William Mulligan, “The Anti-slave Trade Campaign in Europe, 1888–90”, in William Mulligan en Maurice Bric (red.), A Global History of Anti-Slavery Politics in the Nineteenth Century, Palgrave Macmillan, Londen, 2013, pp. 149–170, doi:10.1057/9781137032607_9.

Leo XIII verwees in de rondzendbrief zelf naar zijn op 5 mei 1888 aan de Braziliaanse bisschoppen gerichte In Plurimis. Daarin had hij slavernij voorgesteld als strijdig met godsdienst en menselijke waardigheid. In Catholicae Ecclesiae paste hij die argumentatie toe op de situatie in Afrika. De paus verwees tevens naar berichten van ooggetuigen en ontdekkingsreizigers over gewelddadige ontvoering en verkoop van Afrikanen. Hij stelde daarbij dat jaarlijks ongeveer 400.000 mensen uit hun woonplaatsen werden weggevoerd. Dit getal wordt in de rondzendbrief als een destijds ontvangen schatting gepresenteerd en niet als een door de paus zelfstandig vastgesteld gegeven.

Leo XIII had Lavigerie opdracht gegeven door belangrijke Europese steden te reizen om aandacht te vragen voor de Afrikaanse slavenhandel en politieke leiders en burgers tot actie te bewegen. In de rondzendbrief verwees hij vervolgens naar een bijeenkomst van vertegenwoordigers van Europese mogendheden in Brussel en naar een bijeenkomst van particulieren in Parijs. De Brusselse conferentie maakte deel uit van een bredere ontwikkeling waarin abolitionistische argumenten en Europese koloniale politiek met elkaar verweven raakten. Laqua wijst erop dat het antislavernijdiscours van deze jaren zowel humanitaire doelstellingen diende als deel kon uitmaken van een Europese gedachte van een „beschavingsmissie”, waarmee imperiale expansie werd gelegitimeerd.

Inhoud

Slavernij en menselijke waardigheid De rondzendbrief opent met een theologische argumentatie tegen slavernij. Volgens Leo XIII zijn mensen met elkaar verbonden omdat zij dezelfde oorsprong hebben, door dezelfde Christus zijn verlost en tot dezelfde eeuwige bestemming zijn geroepen. Vanuit deze universele menselijke verbondenheid presenteert hij de Kerk als verdediger van de vrijheid van tot slaaf gemaakten.

Leo XIII verbindt zijn afwijzing van slavernij met begrippen als religie, rechtvaardigheid, menselijkheid en menselijke waardigheid. Verderop verwijst hij naar de „rechten van volken en van de natuur” bij zijn beschrijving van de internationale beweging tegen de slavenhandel. Hij noemt verschillende eerdere pausen die volgens hem tegen slavernij waren opgetreden, onder wie Gregorius de Grote, Adrianus I, Alexander III, Innocentius III, Gregorius IX, Pius II, Leo X, Paulus III, Urbanus VIII, Benedictus XIV, Pius VII en Gregorius XVI.

Evangelisatie en vrijheid Naast de directe bestrijding van de slavernij beschouwt Leo XIII de evangelisatie van Afrika als een belangrijk doel. De tekst legt een nauw verband tussen verspreiding van het christendom en menselijke vrijheid. Volgens de paus kunnen slavernij en wat hij als „barbarij” aanduidt niet standhouden waar christelijke zeden en wetten, rechtvaardigheid, respect voor menselijke waardigheid en broederlijke liefde aanwezig zijn.

De rondzendbrief gebruikt daarbij kenmerkende negentiende-eeuwse missionaire formuleringen. Niet-christelijke Afrikaanse samenlevingen worden onder meer beschreven in termen van „duisternis”, „blind bijgeloof” en „barbarij”, terwijl de christelijke missie met beschaving en vrijheid wordt verbonden. Historisch onderzoek naar de Europese antislavernijbeweging van deze periode heeft erop gewezen dat dergelijke ideeën over evangelisatie en beschaving niet los kunnen worden gezien van de contemporaine koloniale context. Humanitair abolitionisme en het Europese „nieuwe imperialisme” konden elkaar in het antislavernijdiscours overlappen.

Financiering van de Afrikaanse missies Een belangrijk praktisch onderdeel van Catholicae Ecclesiae betreft de financiering van missiewerk. Leo XIII bepaalde dat het ingezamelde geld naar Rome moest worden gestuurd, waar de toenmalige Congregatie tot Voortplanting van het Geloof het zou verdelen over bestaande en nieuw op te richten missies die in het bijzonder tot doel hadden de slavernij in Afrika te bestrijden.

De paus noemt verschillende kostenposten waarvoor steun nodig was, waaronder de opleiding van missionarissen, lange reizen, de bouw van woningen en kerken en het onderwijs. Hij riep bisschoppen en katholieken in het algemeen op financieel aan dit werk bij te dragen.

In het laatste gedeelte van de brief stelde Leo XIII een jaarlijks terugkerende collecte in op het feest van Epifanie. De keuze voor deze feestdag kreeg een theologische betekenis: volgens de paus herinnert Epifanie aan de eerste openbaring van Christus aan de volkeren door de komst van de Wijzen. De opbrengst moest ten goede komen aan het beschreven Afrikaanse missiewerk.

Theologische en filosofische thematiek De argumentatie van Catholicae Ecclesiae is in de eerste plaats theologisch. De menselijke gelijkwaardigheid wordt gefundeerd in een gemeenschappelijke schepping, verlossing en uiteindelijke bestemming. De afwijzing van slavernij wordt vervolgens gekoppeld aan menselijke waardigheid, rechtvaardigheid, broederlijke liefde en vrijheid. Het document behandelt deze begrippen niet als een afzonderlijk filosofisch systeem, maar gebruikt ze binnen een christelijk-theologische en missionaire argumentatie.

De verwijzing naar natuurlijke rechten past tevens in de bredere intellectuele context van het pontificaat van Leo XIII. Politiek filosoof Robert P. Kraynak beschrijft de heropleving van het thomisme en het natuurrecht als centrale onderdelen van Leo's antwoord op de moderniteit en van zijn zich ontwikkelende sociale leer.Robert P. Kraynak, “Pope Leo XIII and the Catholic Response to Modernity”, in Joëlle Rollo-Koster, Robert A. Ventresca, Melodie H. Eichbauer en Miles Pattenden (red.), The Cambridge History of the Papacy, Cambridge University Press, 2025, pp. 457–474, doi:10.1017/9781108750608.021. Catholicae Ecclesiae zelf verwijst echter niet naar Thomas van Aquino en bevat geen uitgewerkte thomistische verhandeling.

De tekst koppelt de vrijheid van mensen bovendien rechtstreeks aan de missionaire opdracht van de Kerk. Evangelisatie wordt niet alleen voorgesteld als verkondiging van het christelijk geloof, maar tevens als middel om maatschappelijke omstandigheden te veranderen waarin slavernij kan voortbestaan. Daarmee verbindt het document soteriologische motieven, zoals verlossing en deelname aan het koninkrijk van God, met een sociaal en moreel programma tegen slavernij.

Historiografische beoordeling De voorstelling die Leo XIII in Catholicae Ecclesiae geeft van de historische houding van het pausdom tegenover slavernij is in de historiografie onderwerp van discussie. De paus stelde dat een reeks voorgangers zich had ingezet om slavernij uit te roeien en herinvoering ervan te verhinderen. De kerkhistoricus Pius Onyemechi Adiele betwist de historische volledigheid van deze voorstelling. In zijn onderzoek naar het pausdom en de trans-Atlantische slavernij wijst hij erop dat de geschiedenis van pauselijke uitspraken en betrokkenheid bij de slavernij van Afrikanen gecompliceerder was dan Leo's retrospectieve overzicht suggereert.Pius Onyemechi Adiele, The Popes, the Catholic Church and the Transatlantic Enslavement of Black Africans 1418–1839, Georg Olms Verlag, Hildesheim/Zürich/New York, 2017, pp. 17–19 en 405.

Adiele beschouwt Catholicae Ecclesiae tegelijkertijd als een belangrijk laatnegentiende-eeuws document voor de bestudering van de kerkelijke bestrijding van slavernij in Afrika. Hij vermeldt dat de brief aan de bisschoppen van de gehele wereld was gericht en hen opriep de uitroeiing van de slavernij in Afrika door evangelisatie te ondersteunen.

Ook de internationale antislavernijcampagne waarbinnen de rondzendbrief verscheen wordt door historici genuanceerd beoordeeld. Laqua benadrukt enerzijds het transnationale humanitaire karakter van de beweging rond Lavigerie, maar anderzijds de samenhang tussen abolitionistische retoriek, de Europese „beschavingsmissie” en het nieuwe imperialisme. Hierdoor wordt Catholicae Ecclesiae zowel geplaatst binnen de ontwikkeling van katholiek abolitionisme als binnen de politieke en missionaire verhoudingen van Europa en Afrika aan het einde van de negentiende eeuw.

Receptie De rondzendbrief maakte deel uit van een bredere toename van katholieke betrokkenheid bij de antislavernijbeweging. Historicus Eric G. Tenbus beschrijft hoe Engelse katholieken in de loop van de negentiende eeuw een steeds prominentere rol gingen spelen in abolitionistische campagnes en noemt daarbij onder meer het optreden van Lavigerie en de pauselijke documenten over slavernij.Eric G. Tenbus, “‘Bound by the Wrongs We Have Done in the Past’: English Catholics and the Anti-Slavery Movement in Victorian Britain”, Recusant History (thans British Catholic History), 31 (1), 2012, pp. 85–98, doi:10.1017/S0034193200013364. Tenbus vermeldt onder meer een pastorale brief uit Nottingham van 31 december 1890 en een instructie in Birmingham uit 1891 waarin geestelijken werd gevraagd de encycliek opnieuw onder de aandacht van de gelovigen te brengen.

Publicatie Catholicae Ecclesiae is gedateerd te Rome, bij de Sint-Pietersbasiliek, op 20 november 1890, in het dertiende jaar van het pontificaat van Leo XIII. De Latijnse tekst werd gepubliceerd in deel XXIII van de Acta Sanctae Sedis over de jaren 1890–1891, op pagina's 257–260.

Zie ook

In Plurimis Trans-Atlantische slavenhandel Charles Lavigerie Abolitionisme Conventie van Brussel (1890)