Het Surinaamsch Sportcomité (SSC) was een Surinaamse sportorganisatie, opgericht op 5 september 1920 in Paramaribo. Het comité bevorderde de beoefening van openluchtsporten en speelde een belangrijke rol bij de totstandkoming en het beheer van het sportterrein in de Cultuurtuin. Dit in 1923 geopende terrein gaf de georganiseerde sport in Suriname, en in het bijzonder het voetbal, de beschikking over een vaste accommodatie. Ricky W. Stutgard omschrijft de rol van het comité in De eerste Surinaamse sportencyclopedie (1893–1988) als van historische waarde voor de Surinaamse sport.

Oprichting en doelstelling

Aan de oprichting ging overleg met gouverneur Gerard Johan Staal vooraf over de behoefte aan een geschikt terrein voor de georganiseerde sport in Paramaribo. Staal was van mening dat de exploitatie van een sportterrein in handen moest komen van een rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie van sportbeoefenaars.

Op uitnodiging van Staal kwamen op 25 augustus 1920 kapitein H.L. Bierman, R.D. Simons, luitenant J.C.M. Chabot en E. de Vries bijeen. De bespreking leidde tot de oprichting van het Surinaamsch Sportcomité. Als formele oprichtingsdatum vermeldt Stutgard 5 september 1920.

De zes oprichters waren H.E. Aletrino, C.J. Booms, J.C.M. Chabot, W. Heshusius, R.D. Simons en E. de Vries. Volgens de statuten stelde het comité zich ten doel de beoefening van openluchtsporten in Suriname te bevorderen met alle wettige en geoorloofde middelen die het ter beschikking stonden. De organisatie werd aanvankelijk voor een periode van 29 jaar aangegaan. Zij kende gewone leden, ondersteunende leden en ereleden. Tot de gewone leden behoorden naast de zes oprichters ook verenigingen met rechtspersoonlijkheid.

De statuten werden op 24 november 1929 goedgekeurd. Het comité had eerder toestemming gekregen een geldloterij te organiseren, waarvan een netto-opbrengst van 4.000 gulden voor de aanleg van een nieuw sportterrein bestemd was.

Eerste sportterreinen

Bij gouvernementsresolutie van 15 december 1920 kreeg het comité voor twintig jaar een terrein aan de Grote Waterstraat, tegenover het commissariaat, in gebruik. Het comité moest dit terrein inrichten en beschikbaar stellen voor de beoefening van openluchtsporten. Het terrein bleek echter ongeschikt voor het beoogde doel.

Stutgard vermeldt daarnaast dat gouverneur Staal het comité een terrein op Combé, naast de voormalige schietbaan, ter beschikking stelde. Het comité wilde daarmee de jeugd gelegenheid bieden om sport te beoefenen.

Sportterrein in de Cultuurtuin

In september 1922 sloot het Surinaamsch Sportcomité een overeenkomst met het gouvernement over het beschikbaar stellen van een terrein in de Cultuurtuin. Bij de totstandkoming daarvan verleenden onder anderen directeur van Landbouw E. Snellen en landbouwleraar W. Hewitt medewerking.

Volgens Stutgard was het beschikbaar komen van dit terrein van belang omdat sport er op neutraal terrein kon worden beoefend. Daarmee konden conflicten tussen sportverenigingen met verschillende religieuze achtergronden worden vermeden.

Het sportterrein werd op 29 juli 1923 geopend door gouverneur Aarnoud van Heemstra (1871-1957, in aanwezigheid van ongeveer 2.400 belangstellenden. Voorzitter R.D. Simons sprak de aanwezigen toe, waarna de gouverneur de vlag op de tribune hees.

De eerste ontmoeting met een buitenlandse ploeg op het nieuwe terrein vond in augustus 1923 plaats. Een Surinaamse selectie won met 2–1 van G.F.C. uit Georgetown. De opening van het terrein maakte het mogelijk de georganiseerde voetbalcompetitie op een vaste locatie voort te zetten.

Sportweek van 1931

In mei 1931 ontstond binnen het Surinaamsch Sportcomité het plan om in augustus een sportweek te organiseren. Hiervoor werd een afzonderlijk Sportweekcomité gevormd onder voorzitterschap van Bruyning. Gouverneur A.A.L. Rutgers werd het beschermheerschap aangeboden.

De eerste sportweek begon op 25 augustus 1931 met atletiekwedstrijden. Verder stonden wielrennen, roeien, motorbootwedstrijden en voetbal op het programma. De sportweek werd afgesloten met een filmavond in Bellevue, waar gouverneur Rutgers de prijswinnaars persoonlijk toesprak.

Tijdens de atletiekwedstrijden werden volgens Stutgard voor het eerst in Suriname afzonderlijke wedstrijden voor junioren en vrouwen georganiseerd. De wedstrijden hadden daarnaast tot doel atleten op grond van hun prestaties te selecteren en in groepen in te delen.

Scholenwedstrijden van 1932

Na de sportweek ontstond het plan om ook wedstrijden voor scholieren te organiseren. Op 12 en 13 augustus 1932 hield het Surinaamsch Sportcomité de eerste scholenwedstrijden in Suriname.

Voor jongens stonden onder meer touwtrekken, halterrappen en verspringen op het programma. De Hendrikschool won het touwtrekken, vóór de Christelijke school en de Wanicaschool. Bij het verspringen voor viertallen eindigde de Hendrikschool eveneens als eerste.

Voor meisjes werden wedstrijden in verspringen en halterrappen gehouden. Bij het verspringen voor viertallen eindigde de Christelijke school vóór de Emmaschool.

In dezelfde periode begon het eerste voetbaltoernooi voor muloscholen. Daaraan namen de Hendrikschool, de Graaf van Zinzendorfschool en de St. Paulusschool deel. De Hendrikschool won het toernooi.

Verdere ontwikkeling

In 1930 verscheen ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van het Surinaamsch Sportcomité en het twaalfenhalfjarig bestaan van de Surinaamse Voetbalbond een sportpropagandablad. Hiervan werden tweeduizend exemplaren gratis verspreid.

Rond 1933 was R.D. Simons voorzitter van het comité. In dat jaar werd een nieuwe overeenkomst over het sportterrein voor een periode van tien jaar gesloten. Bij brief van 14 augustus 1934 werd het terrein in de Cultuurtuin in erfpacht aan het comité afgestaan. De erfpacht werd in 1951 door de voetbalbond overgenomen.

Betekenis

Het Surinaamsch Sportcomité bracht militairen, sportbestuurders en vertegenwoordigers van verenigingen bijeen rond de ontwikkeling van de georganiseerde sport. Het comité zorgde voor een neutrale sportaccommodatie en organiseerde sportweken en scholenwedstrijden. Tot de beoefende sporten behoorden voetbal, atletiek, wielrennen en roeien. Ook motorbootwedstrijden, touwtrekken, halterrappen en verspringen maakten deel uit van de door of rond het comité georganiseerde activiteiten.

Het sportterrein in de Cultuurtuin vormde een belangrijke stap in de ontwikkeling van de Surinaamse sportinfrastructuur. In hetzelfde gebied kwamen later onder meer het Suriname Stadion, later het André Kamperveenstadion genoemd, en andere sportvoorzieningen tot stand.

Bronnen

Categorie:Sport in Suriname Categorie:Geschiedenis van Suriname