Bummer en Lazarus waren twee zwerfhonden die begin jaren 1860 door de straten van San Francisco, Californië, zwierven. Ze werden geroemd om hun unieke band samen en hun fenomenale vermogen om ratten te doden en regelmatig werd er over hun veldtochten geschreven in de lokale kranten. Later werden ze vrijgesteld van lokale verordeningen voor het vangen van zwerfhonden en vereeuwigd in cartoons.
Achtergrond San Francisco had, net als andere steden in de Verenigde Staten in die tijd, een groot probleem met loslopende zwerfhonden. In Los Angeles leefden er rond 1840 bijna twee keer zoveel honden als mensen, en hoewel de situatie in San Francisco niet zo extreem was, veroorzaakten de grote aantallen zwerfhonden en verwilderde honden wel degelijk problemen. Honden werden regelmatig vergiftigd of gevangen en gedood. Niettemin, als een hond een effectieve rattenvanger bleek te zijn of zich op een andere opmerkelijke manier onderscheidde was de kans groot dat deze alsnog officieel of onofficieel geadopteerd werd en bespaard bleef van dit lot.
Geschiedenis van Bummer en Lazarus Ontmoeting en carrière Bummer (geboorte jaar onbekend) was een zwart-witte Newfoundlander (of een kruising met een Newfoundlander) die zich in 1860 buiten de saloon van Frederick Martin vestigde en al snel een uitzonderlijke rattenverdelger bleek te zijn. Zijn talent voor het vangen van ratten behoedde hem voor het lot van vele andere honden die vergiftigd werden. De vorige hond die in hetzelfde gebied van de saloon de rattenpopulatie op orde hield, Bruno, was kort voor de komst van Bummer met strychnine vergiftigd. Volgens een artikel uit 1901, gepubliceerd in de San Francisco Call, was hij eigendom geweest van Ned Knight, een verslaggever van de Daily Alta California, en was hij hem vanuit Petaluma naar San Francisco gevolgd. Hij verdiende de kost door te bedelen om restjes eten bij voorbijgangers en de klanten van de saloon en andere etablissementen langs Montgomery Street . links|miniatuur| Slenterend door Montgomery Street. Joshua A. Norton, Bummer en Lazarus worden vergezeld door " George Washington II ", een lokale excentriekeling. In 1861 redde Bummer een andere zwerfhond uit een gevecht met een roedel grote honden. De geredde hond was zwaargewond, met een diepe wond aan zijn poot en men verwachtte niet dat hij het zou overleven. Bummer haalde hem over om te eten, deelde restjes met de hond van zijn zoektochten naar voedsel en kroop dicht tegen hem aan om hem 's nachts warm te houden. De gewonde hond herstelde snel en binnen enkele dagen liep hij weer en volgde sindsdien Bummer tijdens diens bedelrondes op straat. Zijn opmerkelijke herstel leverde hem de bijnaam Lazarus op en hij bleek een nog begenadigdere rattenvanger te zijn dan Bummer. Als team bleken ze uitzonderlijk te zijn; ze maakten ooit 85 ratten af in 20 minuten.
Hun talent voor het opsporen van ongedierte en hun unieke band werd door de lokale media gretig aangegrepen. De saloon van Martin was een geliefde plek voor journalisten en krantenmensen, dus met de honden die er altijd voor de bar rondhingen, hoefden ze nooit ver te reizen voor een verhaal. De heldendaden van de honden werden gedetailleerd beschreven in de Californian, Daily Alta California, Daily Morning Call en Daily Evening Bulletin, De redacteuren wedijverden met elkaar in hun pogingen om de avonturen van het duo spannender te maken en parallellen te trekken met de menselijke samenleving. Bummer werd neergezet als de nette heer die het niet breed had, maar desalniettemin trouw en gewetensvol was, terwijl Lazarus, de bastaard, de rol van de sluwe en zelfzuchtige mooiweervriend op zich nam. Toen Bummer na slechts een paar maanden in zijn been werd geschoten en Lazarus hem achterliet om met een andere hond rond te rennen kwam dat de pers goed uit: Bummer zou zich volgens de pers gekwetst voelen door de verlating van de hond die hij van de dood had gered. Toen Bummer hersteld was en Lazarus weer terugkeerde om samen met hem op te trekken, maakte de spanning alleen maar groter.
De twee honden liepen vrij rond op straat en genoten enige bescherming van de lokale bevolking vanwege hun reputatie. Toen Lazarus op 14 juni 1862 werd meegenomen door een nieuwe hondenvanger in dienst van de stad, eiste een woedende menigte zijn vrijlating en diende een petitie in bij de gemeente om het tweetal tot stadseigendom te verklaren zodat ze ongestoord over straat konden zwerven. De stadsbestuurders lieten Lazarus vrij en verklaarden dat hij en Bummer waren vrijgesteld van de gemeentelijke verordening tegen zwerfdieren. Een week later werd gemeld dat de twee een op hol geslagen paard hadden tegengehouden. Ondanks hun reputatie konden de twee behoorlijk gemeen zijn: Bummer was een schapenmoordenaar en vocht regelmatig met andere honden op straat, soms bijgestaan door Lazarus (hoewel Lazarus zich normaal gesproken beperkte tot aanmoedigend geblaf). Ze plunderden ook winkels als ze de kans kregen om ongemerkt naar binnen te gaan om voedselwaren te stelen.
Keizer Norton De twee honden werden soms gezien in het gezelschap van de "Keizer van de Verenigde Staten", de excentrieke Joshua A. Norton, en volgens een populaire legende was hij hun eigenaar. Er zijn echter geen hedendaagse bronnen die vermelden dat Norton de eigenaar was en slechts een krantenbericht legt een verband tussen hem en de honden. Het gerucht is mogelijk ontstaan doordat cartoonist Edward Jump de drie vaak samen afbeeldde in de lokale kranten met name in zijn illustratie The Three Bummers, waarin Norton van een overvolle buffettafel eet terwijl de honden geduldig wachten op restjes. Norton was kennelijk zeer verontwaardigd toen hij de afbeelding in een etalage zag: zijn keizerlijke waardigheid werd geschonden door hem in het gezelschap van twee onbeduidende zwerfhonden te plaatsen. Ondanks de schijnbare afkeer die Norton voor de honden koesterde, werd er in de jaren vijftig nog steeds beweerd dat ze een nauwe band met elkaar hadden.
De dood van Lazarus miniatuur|De uitvaart van Lazarus. Aan het einde van de stoet bevindt zich de hondenvanger in zijn kar. "Keizer" Norton leidt de dienst. Lazarus werd in oktober 1863 gedood. De ware aard van zijn dood is tot op heden niet bekend. In de San Francisco Kaleidoscope beweerde schrijver Samuel Dickson dat hij door het paard van een van de brandweerwagens van de stad was geschopt in het hoofd, maar hedendaagse verslagen zeggen dat hij vergiftigd werd doordat hij vlees kreeg toegediend dat met "rattenkruid" was vermengd nadat hij een kind op straat had gebeten. De inwoners van San Francisco loofden een beloning van 50 dollar uit voor de arrestatie van de gifmoordenaar. Een opmerking in de krant suggereerde dat Lazarus op een ereplaats begraven moest worden, naast andere grote mannen van de stad.
Een cartoon van zijn begrafenis verscheen in de krant met Norton als de paus die de ceremonie volbracht en Freddy Coombs, een andere excentriekeling uit San Francisco die beweerde de reïncarnatie van George Washington te zijn, die het graf groef. Vooraanstaande inwoners van San Francisco vormden de rouwstoet, terwijl Bummer er treurig naar keek. Dit heeft mogelijk geleid tot het gerucht dat grote aantallen inwoners van San Francisco op de begrafenis van Lazarus afkwamen.
De hond werd echter niet begraven, maar opgezet door een taxidermist en tentoongesteld achter de bar in Martins saloon. De Daily Evening Bulletin publiceerde een lang overlijdensbericht getiteld "Lament for Lazarus" waarin ze de deugden van beide honden prezen en hun verschillende avonturen samen beschreven.
Dood van Bummer Bummer bleef alleen achter, hoewel Mark Twain een jaar later in de Daily Morning Call meldde dat hij een kleine zwarte puppy onder zijn hoede had genomen. Er werd echter niets meer vernomen van de puppy en zonder zijn metgezel, Lazarus, was Bummer minder interessant voor de pers om over te schrijven en raakte wat in de vergetelheid. Ondanks dat bleef Bummer wel een lokale reputatie genieten en bleef hij succesvol als rattenvanger. Hij stierf een langzame, pijnlijke dood in november 1865 nadat hij door een dronken man, Henry Rippey, van een trap werd geschopt en enkele dagen aan een zwelling in zijn buik als gevolg daaraan overleed. Bummer was nog steeds zo populair dat de autoriteiten Rippey onmiddellijk arresteerde om geweld tegen hem te voorkomen. Ondanks het ingrijpen van de politie ontkwam hij niet aan de volksjustitie. Toen zijn celmaat, David Popley, van zijn misdaad hoorde brak hij Rippey's neus wat hem een levenslange verminking opleverde. miniatuur|Bummer ligt in staat van bewaring. Deze cartoon ging vergezeld van een lange satirische lofrede. Het overlijden van Bummer haalde niet dezelfde krantenkoppen als de dood van Lazarus, maar cartoonist Jump (die eerder de cartoon maakte na het overlijden van Lazarus) maakte een nieuwe cartoon waarin Bummer opgebaard ligt, terwijl Lazarus aan een tafel vol eten zit te wachten op hem in het hiernamaals en ratten hun respect betuigen. Mark Twain schreef een lofrede voor hem in de Virginia City Enterprise, die op 11 november 1865 werd herdrukt in de Californian .
miniatuur|Plaquette voor Bummer en Lazarus (1992) Bummer werd ook opgezet door een taxidermist en tentoongesteld in Martin's saloon.
Behoud en eerbetoon In 1906 werden de opgezette dieren geschonken aan het Golden Gate Park Museum (nu het MH de Young Memorial Museum ). Volgens krantenberichten uit die tijd bevonden de honden zich nog in juni 1917 in het museum. In de archieven van de Fine Arts Museums of San Francisco, de instelling waartoe het de Young Museum behoort, staan ongedateerde aantekeningen dat de exemplaren "vernietigd" zijn. Maar uit deze documenten blijkt niet de datum of de reden waarom dit gebeurde. Veel opgezette dieren in de tijd leden aan invasies van insecten die zich in de dieren nestelden en dit zou hoogstwaarschijnlijk de reden van vernietiging zijn.
Op 28 maart 1992 werd een plaquette ter nagedachtenis aan de twee honden in Transamerica Redwood Park, een klein parkje naast de voet van de Transamerica Pyramid onthuld ter nagedachtenis aan de honden.
Referenties
Categorie:Bekende hond