miniatuur|Grootkruis in de Orde van Sint-Mauritius en Sint-Lazarus Francesco Saverio Bianchi (Piacenza, 24 november 1827 – Civitavecchia, 20 juli 1908) was een hoogleraar rechtsgeleerdheid aan de universiteiten van Parma en Siena, staatsraad en senator van het koninkrijk Italië.
Levensloop Universiteit van Parma Hij was een zoon van Luigi Bianchi en Luigia Canevari in Piacenza. Aan de universiteit van Parma behaalde Bianchi het diploma van jurist in het Revolutiejaar 1848. Zoals elders in Europa brak in het hertogdom Parma de revolutie uit. In 1855 werd hij tot docent burgerlijk recht in Parma benoemd en, na de aanhechting van Parma aan het koninkrijk Italië, werd hij bevorderd tot gewoon hoogleraar (1863).
Hij publiceerde zijn Teoria del codice civile (1861). Van 1868 tot 1873 was hij decaan van de faculteit rechtsgeleerdheid.
In Parma bekleedde hij openbare functies. Bianchi zetelde als gemeenteraadslid en provincieraadslid. In het jaar 1869 was hij burgemeester. Tevens was hij meerdere jaren voorzitter van de provincieraad van Parma. Hij was directeur van de openbare ziekenhuizen.
Universiteit van Siena In 1873 verhuisde Bianchi naar de universiteit van Siena, waar hij de leerstoel burgerlijk recht opnam. In 1878 werd hij er decaan en van 1879 tot 1880 was hij rector magnificus van de universiteit. In 1888 publiceerde hij in Turijn zijn handboek Principi generali delle leggi. Bianchi volgde in vele opzichten de visie van de professoren Aubry en Rau van de universiteit van Straatsburg. Beiden deden onderzoek naar burgerrechterlijke onderwerpen.
Qua openbaar ambten in Siena was Bianchi gemeenteraadslid en wethouder van onderwijs.
Hof van Cassatie In 1880 verliet Bianchi de universiteit. Hij werd benoemd tot raadsheer bij het Hof van Cassatie in Turijn (1880-1882) en nadien bij het Hof van Cassatie in Rome (1882-1883).
Raad van State Vervolgens stapte hij over naar de Raad van State. Hij werd benoemd tot staatsraad in Rome (1883). In 1892 benoemde koning Umberto I hem tot senator voor het leven, omwille van zijn hoedanigheid als staatsraad. Van 1903 tot 1907 was Bianchi Eerste voorzitter van de Raad van State.
Tevens zetelde hij in de Hoge Raad voor Openbaar Onderwijs (1891-1894), in de Raad voor Mijnbouw en in de Adviesraad voor Financiering van Religies. Hij was rechter in de Hoogste Krijgsraad van het Koninklijk Leger en in deze van de Marine.
Bianchi bleef wetenschappelijk actief en publiceerde een serie van acht werken over vraagstukken in het Burgerlijk Recht. Zo behandelde hij onder meer het afstammingsrecht en het huwelijksrecht. Zijn zoon Ferdinando Bianchi, hoogleraar burgerlijk recht in Siena, hielp hem bij de publicatie van de twee laatste boekdelen.
Hij genoot faam in het buitenland; zo consulteerde de Britse ambassadeur hem in naam van de Britse Regering voor juridische kwesties.
De Accademia dei Lincei in Rome nam hem op als corresponderend lid (1893).
Met de volgende decoraties werd hij vereerd: grootkruis in de Orde van Sint-Mauritius en Sint-Lazarus, commandeurschap in de Orde van de Italiaanse Kroon en met de Civiele Orde van Verdienste van Savoye.
In 1907 ging Bianchi met pensioen. Hij overleed een jaar later in Civitavecchia, gelegen in Lazio (1908).
Categorie:Italiaans rechtsgeleerde Categorie:Italiaans hoogleraar Categorie:Italiaans burgemeester Categorie:Italiaans rector Categorie:Italiaans rechter Categorie:Academielid Categorie:Italiaans senator Categorie:Italiaans politicus in de 19e eeuw Categorie:19e-eeuws wetenschapper