Wetten-Harmel is een benaming voor een reeks Belgische onderwijswetten en -maatregelen die tot stand kwamen onder Pierre Harmel, minister van Openbaar Onderwijs van 1950 tot 1954. In engere zin worden met de Wetten-Harmel vooral twee wetten betreffende het middelbaar onderwijs bedoeld: de wet van 13 juli 1951 over de subsidiëring van vrije middelbare onderwijsinstellingen en de wet van 17 december 1952 die de bestaande wetgeving op het middelbaar onderwijs wijzigde. Tot de onderwijswetgeving onder Harmel behoorden daarnaast de wet van 23 juli 1952 tot regeling van het normaalonderwijs en een afzonderlijke wet van 17 december 1952 over gemengde onderwijscommissies. In ruimere historische zin wordt van de wetgeving-Harmel van 1950–1954 gesproken; daaronder valt ook de wet van 29 juli 1953 tot regeling van het technisch onderwijs.Emmanuel Gerard en Wouter Beke, “Tussen subsidiariteit en pluralisme. De CVP, het episcopaat en de wetgeving Harmel (1950–1954)”, in Els Witte, Jan De Groof en Jeffrey Tyssens (red.), Het schoolpact van 1958. Ontstaan, grondlijnen en toepassing van een Belgisch compromis, Brussel/Leuven: VUBPress/Garant, 1999, pp. 497–528.
De wetgeving kwam tot stand tijdens de opeenvolgende homogene CVP/PSC-regeringen van Joseph Pholien en Jean Van Houtte. Zij breidde de overheidsfinanciering van het vrije, in de praktijk grotendeels katholieke, middelbare onderwijs uit en legde regels vast voor de erkenning en subsidiëring van onderwijsinstellingen. De maatregelen werden een belangrijk twistpunt tussen de katholieke meerderheid enerzijds en de socialistische en liberale oppositie anderzijds en maakten deel uit van de politieke ontwikkeling die tot de Tweede Schoolstrijd leidde.
Achtergrond Na de Tweede Wereldoorlog nam de vraag naar middelbaar onderwijs in België sterk toe. Demografische ontwikkelingen, de groeiende behoefte aan geschoolde arbeidskrachten en een ruimere deelname aan het voortgezet onderwijs deden het leerlingenaantal stijgen. Volgens socioloog en politicoloog Luc Huyse bracht deze ontwikkeling vooral voor het vrije middelbare onderwijs financiële problemen mee. Vrije scholen ontvingen niet dezelfde rechtstreekse overheidsfinanciering als rijksscholen en waren voor een belangrijk deel afhankelijk van schoolgelden en relatief lage personeelskosten.
Voor de CVP hing dit vraagstuk samen met de vrijheid van schoolkeuze. De partij stelde dat die keuzevrijheid in de praktijk werd beperkt wanneer ouders voor vrij onderwijs aanzienlijke bijkomende kosten moesten dragen. Nadat de CVP bij de verkiezingen van 1950 een parlementaire meerderheid had behaald, kreeg minister Harmel de mogelijkheid een nieuwe subsidieregeling voor het vrije middelbare onderwijs uit te werken.
Wetgeving
Wet van 13 juli 1951 De eerste belangrijke maatregel was de Wet van 13 juli 1951 tot regeling van de toekenning van toelagen aan de vrije middelbare onderwijsinrichtingen. De wet voerde een wettelijk stelsel van staatstoelagen voor vrije middelbare scholen in. De regeling had aanvankelijk een voorlopig karakter en moest de financiering van deze scholen verbeteren in afwachting van een meer omvattende hervorming van het middelbaar onderwijs.Belgisch Staatsblad, 13–14 augustus 1951, p. 6304, Wet van 13 juli 1951 tot regeling van de toekenning van toelagen aan de vrije middelbare onderwijsinrichtingen.
De maatregel paste in het streven van de katholieke meerderheid om financiële belemmeringen voor ouders die voor vrij onderwijs kozen te verminderen. De socialistische en liberale oppositie betwistte echter zowel de omvang als de wijze van subsidiëring en vreesde dat de verhouding tussen het officiële en het vrije onderwijs hierdoor ten gunste van het katholieke onderwijs zou verschuiven.
Wet op het normaalonderwijs van 23 juli 1952 Op 23 juli 1952 volgde de Wet tot regeling van het normaalonderwijs. Deze maakte deel uit van de ruimere reorganisatie van het onderwijsbeleid onder Harmel en legde een wettelijk kader vast voor het normaalonderwijs, waaronder de opleiding van onderwijzend personeel.Belgisch Staatsblad, 22–23 september 1952, p. 6702, Wet van 23 juli 1952 tot regeling van het normaalonderwijs. De plaats van de vrije normaalscholen en hun subsidiëring vormden daarbij eveneens een onderdeel van het ruimere conflict over de verhouding tussen openbaar en vrij onderwijs.Eva Schandevyl, “Het beleid van Harmel en Collard inzake normaalscholen”, in Els Witte, Jan De Groof en Jeffrey Tyssens (red.), Het schoolpact van 1958. Ontstaan, grondlijnen en toepassing van een Belgisch compromis, Brussel/Leuven: VUBPress/Garant, 1999, pp. 243–299.
Wetten van 17 december 1952 Op 17 december 1952 werden twee afzonderlijke wetten aangenomen die voor het onderwijsbeleid van Harmel van bijzonder belang waren. De eerste, de Wet houdende wijziging van de wetten op het middelbaar onderwijs, gecoördineerd bij besluit van de Regent van 31 december 1949, bouwde voort op de voorlopige subsidieregeling van 1951 en nam de positie van erkende en gesubsidieerde vrije middelbare scholen op in een ruimer wettelijk kader.Belgisch Staatsblad, 29 december 1952, p. 9253, Wet van 17 december 1952 houdende wijziging van de wetten op het middelbaar onderwijs, gecoördineerd bij besluit van de Regent van 31 december 1949.
Een tweede wet van dezelfde datum, de Wet houdende oprichting van gemengde onderwijscommissies en van een gemengde geschillencommissie, voorzag in commissies waarin vertegenwoordigers van het openbare en het erkende of gesubsidieerde vrije onderwijs waren opgenomen.Belgisch Staatsblad, 29 december 1952, p. 9259, Wet van 17 december 1952 houdende oprichting van gemengde onderwijscommissies en van een gemengde geschillencommissie. Deze commissies kregen een adviserende rol bij onder meer kwesties rond onderwijsprogramma’s, de oprichting van rijksscholen en de erkenning van vrije scholen.
Juist deze regeling was politiek omstreden. Tegenstanders meenden dat vertegenwoordigers van het vrije, grotendeels katholieke onderwijs daardoor invloed kregen op beslissingen betreffende het rijksonderwijs. Voorstanders zagen de gemengde commissies daarentegen als een middel om de verschillende onderwijsnetten bij het beleid te betrekken en conflicten over uitbreiding en erkenning te reguleren.
Politieke reacties De onderwijsmaatregelen van Harmel riepen vanaf 1951 verzet op bij socialisten, liberalen en organisaties die het officiële onderwijs verdedigden. Hun kritiek richtte zich zowel tegen de hogere subsidiëring van het vrije onderwijs als tegen de institutionele rol die vertegenwoordigers daarvan via de gemengde commissies kregen. De katholieke zijde verdedigde de maatregelen vanuit de vrijheid van onderwijs en de opvatting dat vrije schoolkeuze slechts reëel kon zijn wanneer de financiële verschillen tussen de onderwijsnetten werden verkleind.
Het conflict moet worden gezien tegen de achtergrond van de verzuiling van de Belgische samenleving. Onderwijs was niet alleen een bestuurlijk en financieel vraagstuk, maar tevens een politiek geschil over de verhouding tussen staat, levensbeschouwing en georganiseerde maatschappelijke groepen. De wetgeving-Harmel versterkte daardoor de bestaande tegenstelling tussen de katholieke zuil en de socialistische en liberale stromingen.
Nasleep en Tweede Schoolstrijd Bij de parlementsverkiezingen van april 1954 verloor de CVP haar absolute meerderheid. De daaropvolgende socialistisch-liberale regering onder Achiel Van Acker benoemde de socialist Léo Collard tot minister van Openbaar Onderwijs. De nieuwe regering begon onderdelen van het onderwijsbeleid van Harmel terug te draaien met de Wet-Collard. Reeds in 1954 werden voorstellen ingediend om de gemengde onderwijscommissies af te schaffen en de regelingen voor het middelbaar, normaal- en technisch onderwijs te wijzigen.Lize Haagdorens, “De mobilisatie van de katholieke zuil in de schoolstrijd tijdens het eerste jaar van de regering Van Acker (mei 1954–juli 1955)”, Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis, jg. 15, nr. 1–2, 1984, pp. 3–70, in het bijzonder pp. 8–10.
Deze koers mondde uit in de Wet van 27 juli 1955 houdende regelen inzake inrichting van het onderwijs van de Staat, de provincies en de gemeenten, en inzake subsidiëring door de Staat van inrichtingen voor middelbaar, normaal- en technisch onderwijs, doorgaans de Wet-Collard genoemd.Belgisch Staatsblad, 6 augustus 1955, p. 4784, Wet van 27 juli 1955 houdende regelen inzake inrichting van het onderwijs van de Staat, de provincies en de gemeenten, en inzake subsidiëring door de Staat van inrichtingen voor middelbaar, normaal- en technisch onderwijs. De wijzigingen van het onderwijsbeleid droegen bij aan een sterke katholieke mobilisatie en aan de escalatie van de Tweede Schoolstrijd.
Het conflict werd in 1958 politiek gepacificeerd met het Schoolpact, een compromis tussen de belangrijkste politieke partijen over onder meer de financiering, uitbreiding en vrije keuze van onderwijs. De afspraken werden wettelijk uitgewerkt in de wet van 29 mei 1959.Els Witte, Jan De Groof en Jeffrey Tyssens (red.), Het schoolpact van 1958. Ontstaan, grondlijnen en toepassing van een Belgisch compromis, Brussel/Leuven: VUBPress/Garant, 1999.Belgisch Staatsblad, 19 juni 1959, p. 4586, Wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving.
Afbakening van de term De aanduiding Wetten-Harmel wordt niet in alle historische literatuur op exact dezelfde wijze gebruikt. In een enge betekenis duidt zij vooral op de twee politiek omstreden wetten voor het middelbaar onderwijs van 13 juli 1951 en 17 december 1952. De ruimere term wetgeving-Harmel kan het gehele onderwijsbeleid tijdens Harmels ministerschap van 1950 tot 1954 omvatten. In die ruimere betekenis behoort ook de Wet van 29 juli 1953 tot regeling van het technisch onderwijs tot het geheel.Belgisch Staatsblad, 15 augustus 1953, p. 4987, Wet van 29 juli 1953 tot regeling van het technisch onderwijs. Een datering van de Wetten-Harmel als uitsluitend “1951–1952” heeft daarom betrekking op de engere betekenis van de term en niet op de volledige onderwijswetgeving uit Harmels ministerschap.
Zie ook Organieke wet op het middelbaar onderwijs van 1 juni 1850 Organieke wet op het middelbaar onderwijs van 15 juni 1881
Categorie:Onderwijs in België Categorie:Geschiedenis van het onderwijs Categorie:Onderwijswetgeving Categorie:Belgische wet