Anna Maria Ernst van Bassen (Amsterdam, 2 september 1730Betreft de doopdatum - Culemborg, 19 maart 1773Betreft de begraafdatum) behoorde tot de Culemborgse notabelen in de tweede helft van de 18e eeuw. Het heeft haar veel moeite gekost om haar geërfde vermogen te beschermen en te mogen trouwen met de man van haar keuze. Ze zou zich vrijwillig laten schaken door Jacob Jongbloed, een vrij unieke en extreme manier om een huwelijk te laten afdwingen; tussen 1585-1795 kwam het mogelijk nog geen 200 maal voor.Hage, R.C., Eer tegen eer: Een cultuurhistorische studie van schaking tijdens de Republiek, 1580 - 1795 (4 juli 2017) p. 20-25.

Levensloop Anna Maria werd aan de Amsterdamse Keizersgracht geboren als dochter van Hieronymus Ernst van Bassen en Philippina Albertina Tepell. Op 2 september werd ze gedoopt in de Nieuwezijdskapel. Het echtpaar had al twee zoontjes gekregen, maar die waren reeds overleden toen Anna Maria werd geboren. Al twee maanden na haar geboorte stierf Hieronymus, waarna Philippina besloot om samen met haar dochtertje terug te keren naar haar eigen geboorteplaats Culemborg.

In 1733 hertrouwde Philippina met weduwnaar Jacob de Vrij. Deze was werkzaam als advocaat aan het Hof van Utrecht. Het echtpaar ging wonen in Jacobs woning aan de Oudegracht.

Rijke erfgename Anna Maria wilde in 1749 trouwen met rechtenstudent Jacob Jongbloet (1726-1780), de zoon van de Culemborgse notaris Ernst Frederik Jongbloet. Ze kreeg echter van haar moeder en stiefvader geen toestemming voor het huwelijk, ook niet toen ze via de rechter een venia aetatis (meerderjarigheidsverklaring) wist te verkrijgen.

De weigering om toe te stemmen in het huwelijk zal te maken hebben gehad met het feit dat Anna Maria een rijke erfgename was: haar grootvader Jan Ernst van Bassen en haar tantes Johanna, Aletta en Constantia Catharina Ernst van Bassen lieten haar een flink kapitaal na. Moeder Philippina en stiefvader Jacob zaten in de schulden en wilden waarschijnlijk voorkomen dat deze erfenis door een huwelijk buiten hun bereik kwam.

Wanbeheer en verduistering Jacob de Vrij werd op 22 oktober 1749 in gijzeling genomen wegens het wanbeheer van Anna Maria's bezittingen. Hij zou een groot deel van haar vermogen hebben verduisterd. Ook had hij enkele van zijn schulden afgelost door obligaties van Anna Maria aan de bank van lening over te dragen; het ging hier om een bedrag van 80.000 gulden. Tot slot voerde hij nog processen tegen familieleden van Anna Maria over geld dat al lang was uitbetaald.

Schaking van Anna Maria Vervolgens liet Anna Maria zich schaken door Jacob Jongbloet. Dit werd echter beschouwd als een misdaad, waarop zij vluchtte naar het graafschap Buren. Hier kreeg ze een 'brieve van sureté de corps', oftewel asiel. Het stel wist verdere juridische problemen uiteindelijk te voorkomen door te schikken met de Utrechtse schout Diderik van Lockhorst. Het hielp dat ze hem een bedrag van 5000 of 6000 gulden schonken.

De schaking van Ernst van Bassen is opvallend te noemen in dat zij zich 'liet' schaken, wat ook blijkt aan een brief die ze schreef aan de autoriteiten van Buren om Jongbloets acties te verdedigen. Deze gevallen werden voor de wet minder zwaar aangerekend, omdat er meer sprake was van gezamenlijk weglopen dan daadwerkelijke schaking tegen de wil van de geschaakte vrouw, iets waarop de doodstraf stond. Deze 'gewillige' schakingen, kwamen (vooral onder de adel) nog lange tijd voor, de vorm van schaking die we tegenwoordig zouden omschrijven als gedwongen kidnapping, daarentegen viel al begin 17e eeuw in onmin.

Binnen de verschillende vormen van schakingen die dr. Roelof Hage in zijn proefschrift Eer tegen Eer (2017) noemt, past de situatie van Ernst van Bassen en Jongbloet perfect binnen het de zogeheten weigeringsconfiguratie, waarbij de familie wel kennis heeft gemaakt met de jongeman waarmee de geschaakte vrouw wil(de) trouwen, maar een huwelijk afwees. Toch ziet Hage een belangrijke afwijking in de schaking van dit stel. Waar het proefschrift - ook getuige de titel - grote nadruk op eer van de familie en het stel legt, speelt bij de schaking van Ernst van Bassen en Jongbloet een veel banalere reden; ondanks het wanbeheer en de verduistering was Anna Maria's familie nog altijd steenrijk en wilden ze niet dat dit geld bij Jongbloet terecht zou komen. Hage, R.C., Eer tegen eer: Een cultuurhistorische studie van schaking tijdens de Republiek, 1580 - 1795 (4 juli 2017) p. 283, 398.

Overeenkomst en huwelijk De gijzeling van Jacob de Vrij eindigde op 7 januari 1750. Notaris Van Overmeer regelde een akte waarin de schulden werden geregeld tussen het echtpaar Philippina Tepell en Jacob de Vrij enerzijds en Anna Maria anderzijds. Ook kwam er nu alsnog toestemming voor het huwelijk.

Op 26 januari 1750 huwde Anna Maria in Culemborg met Jacob Jongbloet.

Wonen in Culemborg Jacob promoveerde in november 1750 aan de universiteit van Utrecht. Hij werd raad in het graafschap Culemborg en namens prins Willem IV stadhouder van de Culemborgse lenen.

Anna Maria en Jacob kregen tussen 1750 en 1769 elf kinderen, maar alleen Adriana Johanna (1754-1790) en Constantia Catharina (1766-circa 1812) zouden de volwassen leeftijd bereiken. Het gezin woonde vanaf 1761 in de Ridderstraat. In 1753 werd Anna Maria buitenmoeder bij het Elisabeth Weeshuis.

Anna Maria overleed in 1773 op 42-jarige leeftijd. Ze werd begraven in de Sint-Janskerk te Culemborg. Weduwnaar Jacob hertrouwde in 1774 met Maria Johanna Ferwen en werd daarmee heer van Hei- en Boeicop.

Categorie:Geschiedenis van Culemborg