thumb|Portret van Pieter Stalpert van der Wiele, zijn echtgenote Maria van Liebert en hun kinderen, in 1645 geschilderd door Jan Mijtens. Pieter was tussen 1640 en 1645 burgemeester van Den Haag. Stalpart van der Wiele (ook geschreven als Stalpaert van der Wiele, Stalpert van der Wiele en Stalpaert van der Wielen) is een Nederlands patriciërsgeslacht en ambtenarenfamilie die vooral was verbonden met Den Haag en Delft. De samengestelde familienaam ontstond aan het einde van de vijftiende eeuw door de vereniging van de naam Van der Wiele met de naam en het wapen van de Haagse rekenmeester Jan Stalpart. Leden van het geslacht waren werkzaam in het landsheerlijke bestuur van het graafschap Holland, het Hof van Holland, de waterstaatsbesturen, de stedelijke regeringen en later ook in de Hollandse Zending, de letterkunde, de beeldende kunst en de geneeskunde.

Niet iedere historische naamdrager Stalpaert of Stalpart behoort aantoonbaar tot dit geslacht. Het artikel behandelt uitsluitend de familielijn die begint met Jacob, de zoon van het hierna genoemde echtpaar Adriaen van der Wiele en Everarda van Poelenburg, en waarvan leden krachtens de testamentaire beschikking van Jan Stalpart de dubbele naam gingen voeren. Zo is voor de Amsterdamse architect Daniël Stalpaert, een zoon van een uit Brussel afkomstige Pieter Stalpaert, geen aansluiting op deze stamreeks aangetoond.

Naam en oorsprong De oudste door historicus B.A. Mensink gereconstrueerde stamreeks voerde alleen de naam Van der Wiele. Zij begon volgens zijn onderzoek omstreeks 1220 in het zuiden van het huidige Zuid-Holland. In 1382 trad Rutgert van der Wiele op als rechter van Opalme in het Land van Altena. Zijn zegel vertoonde twee van elkaar afgewende zalmen. Dat motief kwam ook in het latere wapen van Van der Wiele voor, maar vormt volgens Mensink geen bewijs voor de in oudere genealogieën beweerde afstamming van de heren van Altena of de graven van Teisterbant. Het kan een streekgebonden wapenmotief zijn geweest. Het woord wiel betekende hier niet een wagenwiel, maar een kolk of poel.

Rutgerts achterkleinzoon Adriaen van der Wiele (1438–1486), raad van het Leenhof van Holland, trouwde met Everarda van Poelenburg (overleden 1525). Na Adriaens dood hertrouwde zij met Jan Stalpart, die rekenmeester was van de Grafelijke Rekenkamer van Holland en omstreeks 1495 kinderloos overleed. Met goedkeuring van Maximiliaan I benoemde hij Everarda tot zijn universele erfgename, onder de voorwaarde dat haar kinderen uit haar eerste huwelijk zijn naam en wapen zouden aannemen. Haar zoon Jacob van der Wiele (1465–1537) overleefde zijn stiefvader en was de eerste die de samengestelde naam Stalpart van der Wiele blijvend voerde.

De spelling van de naam was niet vast. In contemporaine stukken komen onder meer Stalpard, Stalpart, Stalpaert en Stalpert voor, naast Van der Wiele, Van der Wiel en Van der Wielen. Mensink koos in zijn monografie de vorm Stalpart van der Wiele, omdat Jan Baptist Stalpart van der Wiele die zelf vaak gebruikte. De vorm Stalpaert van der Wiele is vooral bekend geworden door de moderne schrijfwijze van diens naam. De verklaring van Stalpart als een samenstelling van stal en paard wordt door taalkundigen niet waarschijnlijk geacht; de naam kan als bijnaam zijn afgeleid van het Middelnederlandse werkwoord stolpen, in de betekenis van zwaar of hortend lopen.

Bestuur en maatschappelijke positie Jacob Stalpart van der Wiele was raad van de Rekenkamer van Holland, meermalen schepen van Den Haag, baljuw van Wassenaar, vanaf 1518 hoogheemraad van Delfland en vanaf 1533 baljuw van Den Haag. Hij huwde Maria Jansdr. van Montfoort, gezegd Van Arkel. Hun kinderen en kleinkinderen vormden verschillende Haagse en Delftse takken. De oudste zoon Jan werd priester en kanunnik van het hofkapittel van Sint-Marie en schonk mee aan een glasraam in de Grote of Sint-Jacobskerk. Zoon Adriaen was ambachtsheer van Ruiven, heer van Rosenburg, raad en rentmeester-generaal over Kennemerland en West-Friesland en hoogheemraad van Rijnland. Dochter Maria werd religieuze en later moeder-overste van het klooster Bethlehem of Sint-Barbara in Den Haag.

Een andere zoon, Augustijn Jacobsz. Stalpart van der Wiele, was regent van het Haagse Sacramentsgildehuis en huwde in tweede echt met Odilia de Bye, een dochter van een Delftse burgemeester. Hun zoon Jacob Augustijnsz. werd advocaat bij het Hof van Holland, maakte vanaf 1585 deel uit van de Haagse vroedschap en was van 1600 tot 1602 schepen. Daarnaast beheerde hij als rentmeester het Sint-Nicolaasgasthuis en het Leprooshuis. Hij en Maria Pauw waren de ouders van de priester-dichter Jan Baptist.

In de zeventiende eeuw bereikte de protestantse Haagse tak het stadsbestuur. Pieter Stalpert van der Wiele (1597–1659/1660), gehuwd met Maria van Liebert, was van 1640 tot 1645 burgemeester van Den Haag. Jan Mijtens schilderde het echtpaar en hun kinderen in 1645 als een welgesteld regentengezin. Het schilderij behoort tot de collectie van het Haags Historisch Museum.

De bestuurlijke functies en de familieportretten kunnen de indruk wekken dat alle takken tot de rijkste bovenlaag behoorden. De economische positie liep echter uiteen. Jan Stalpart, aan wie de dubbele naam werd ontleend, bezat een aanzienlijk vermogen, en enkele verwanten behoorden later tot de zeer vermogende Haagse ingezetenen. Voor de naaste familie van Jan Baptist wijzen belastingkohieren en notariële akten volgens Mensink veeleer op de gegoede middenklasse en het lagere stedelijke patriciaat dan op de kleine groep van de rijkste magnaten.

Religie, letteren, kunst en geneeskunde thumb|Johannes Stalpaert van der Wiele in 1630, gravure door Willem Jacobsz. Delff naar Johan Dircksz. van Nes (Rijksmuseum). De bekendste telg is Johannes Stalpaert van der Wiele (1579–1630), gewoonlijk Jan Baptist genoemd. Hij werd opgeleid tot jurist, studeerde vervolgens theologie in Leuven en Rome en werd rooms-katholiek priester. Vanaf 1612 werkte hij in Delft, waar hij rector van het Sint-Agathaklooster en pastoor van het Bagijnhof was. Als dichter van geestelijke liederen, heiligenliederen en polemische teksten werd hij een belangrijke Nederlandse auteur van de Contrareformatie. Zijn bekendste bundels zijn Gulde-Jaers Feest-Dagen (1634) en Extractum Catholicum (1631), die beide na zijn dood verschenen. Hij werd begraven in de Oude Kerk in Delft.

Via een andere tak raakte de familie verbonden met de kunstenaarsfamilie De Gheyn. Eva Stalpaert van der Wiele, een dochter van Vincent Adriaensz. Stalpaert van der Wiele en Catharina Vaniaux, huwde de tekenaar en schilder Jacob de Gheyn (II). Hun zoon Jacob de Gheyn (III) verkeerde in de kring rond Constantijn Huygens en het hof van de Oranjes.

thumb|De Haagse stadsarts Cornelis Stalpart van der Wiel (1620–1702), gravure door Abraham de Blois. Cornelis Stalpart van der Wiel (1620–1702), een zoon van burgemeester Pieter, vertegenwoordigde de medische tak. Na de Latijnse school in Den Haag studeerde hij geneeskunde aan de Universiteit van Franeker. Hij promoveerde in 1642 en werd in 1643 stadsarts in Den Haag. Vanaf 1644 gaf hij onderwijs in de anatomie aan chirurgijns. Zijn praktijkervaring legde hij vast in Hondert seldzame Aanmerkingen, soo in de Genees- als Heel- en Snijkonst (1682) en een vervolg uit 1686; het werk werd ook in het Latijn en Frans uitgegeven.

Verwantschappen met andere geslachten Door huwelijken was het geslacht verbonden met verschillende Hollandse bestuurs- en patriciërsgeslachten.

De Witte en De Virieu. Cornelia Adriaensdr. Stalpaert van der Wiele, een dochter van Adriaen Jacobsz. en Eva of Aefje van Mierop, huwde Gerrit de Witte. Hun dochter Françoise de Witte trouwde in 1574 met François de Virieu. Zij staat daarmee in de stamreeks van het Nederlandse geslacht De Virieu. Van der Meer de Walcheren. Anna Stalpaert van der Wiele, een dochter van Jacob Stalpart van der Wiele en Maria van Arkel van Montfoort, huwde mr. Willem Willemsz. van Alcmaer, ook Willem van der Meer genoemd (1494–1543). Hun zoon Pieter van der Meer (Delft, 1534–1616) staat aan het begin van de gepubliceerde stamreeks van Van der Meer de Walcheren. Van der Wiele van de Werve. Jan Stalpart van der Wiele (1546–1625), een kleinzoon van Jacob, huwde Elisabeth Ruygrok van der Werve. Hij liet de naam Stalpart vallen, behield het familiewapen en noemde zich Jan van der Wiele van de Werve. Na een procedure voor het Hof van Holland verkreeg deze tak het Huis te Werve bij Rijswijk.

Wapen Voordat de dubbele naam ontstond, voerden de Van der Wieles volgens een reeds in 1382 bezegelde akte in blauw twee rechtopstaande, van elkaar afgewende zilveren zalmen. Het later door de nazaten van Everarda van Poelenburg gebruikte wapen was het wapen van haar tweede echtgenoot Jan Stalpart: in rood drie palen van vair, met een gouden schildhoofd waarin een vrijstaand blauw Sint-Andrieskruis was geplaatst. Oudere genealogieën brachten dit wapen in verband met het Franse huis Châtillon en de graven van Blois, maar voor die verwantschap ontbreekt overtuigend bewijs. Ook het bezit van het oudere zalmenwapen bewijst op zichzelf geen adellijke afstamming.

Beknopte genealogie

De onderstaande, selectieve genealogie toont de voor dit artikel belangrijkste takken. Zij is gebaseerd op de door Mensink gepubliceerde genealogie en op de afzonderlijk genoemde genealogische publicaties.

Adriaen van der Wiele (1438–1486), raad van het Leenhof van Holland; tr. Everarda van Poelenburg († 1525), die hertrouwde met Jan Stalpart († ca. 1495) Jacob Stalpart van der Wiele (1465–1537), raad van de Rekenkamer van Holland, schepen en baljuw van Den Haag; tr. Maria Jansdr. van Montfoort, gezegd Van Arkel Jan Stalpart van der Wiele, priester en kanunnik in Den Haag Adriaen Stalpart van der Wiele († 1557), heer van Rosenburg en rentmeester-generaal van Kennemerland en West-Friesland; tr. Eva van Mierop Vincent Stalpart van der Wiele († 1577); tr. Catharina Vaniaux Eva Stalpaert van der Wiele; tr. Jacob de Gheyn (II) Cornelia Stalpaert van der Wiele; tr. Gerrit de Witte Françoise de Witte († 1605/1606); tr. François de Virieu Cornelis Stalpart van der Wiele; tr. Josina de Jonge Jan van der Wiele van de Werve (1546–1625); tr. Elisabeth Ruygrok van der Werve Augustijn Stalpart van der Wiele; tr. (1) Janneken Pietersdr.; tr. (2) Odilia de Bye Jacob Augustijnsz. Stalpart van der Wiele († 1607/1608), advocaat, lid van de vroedschap en schepen van Den Haag; tr. Maria Pauw Jan Baptist Stalpart van der Wiele (1579–1630), priester en dichter Cornelis Augustijnsz. Stalpart van der Wiele; tr. Cornelia Wollebrants Pieter Stalpert van der Wiele (1597–1659/1660), burgemeester van Den Haag; tr. Maria van Liebert Cornelis Stalpart van der Wiel (1620–1702), stadsarts in Den Haag Anna Stalpaert van der Wiele; tr. mr. Willem Willemsz. van Alcmaer (Willem van der Meer; 1494–1543) Pieter van der Meer (1534–1616), voorouder van het geslacht Van der Meer de Walcheren

Literatuur

L.R. Haeserijn, ‘De toenaam Stalpaert’, De Nieuwe Taalgids 50 (1957), p. 137–140. W.J. van Harn, Het geslacht Stalpert van der Wiele, 1279–1853, Vianen, 1854. B.A. Mensink, Jan Baptist Stalpart van der Wiele. Advocaat, priester en zielzorger 1579–1630, Bussum, 1958, in het bijzonder p. 7–25 en bijlage IV, p. 230–232.

Externe links

Auteursprofiel van Johannes Stalpaert van der Wiele bij de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren. Proefschrift van B.A. Mensink in de repository van de Radboud Universiteit.

Categorie:Nederlands patriciërsgeslacht Categorie:Geschiedenis van Den Haag Categorie:Geschiedenis van Delft