Maureen Tan (1969) is een Nederlandse kookboekenschrijfster, culinair docent en specialist in de Indonesische en Javaanse keuken. Zij werd bekend met De bijbel van de Indonesische keuken (2020) en verwierf verdere bekendheid met Java (2022), dat zowel het Zilveren Kookboek 2022 als de juryprijs Kookboek van het Jaar 2022 won. Daarna verschenen Rendang (2024) en Easy Indo (2026).
Tan richt zich in haar werk vooral op de regionale diversiteit van de Indonesische keuken. Familiegerechten en de culinaire tradities van haar ouders vormen daarbij een belangrijk uitgangspunt. Naast het schrijven van kookboeken geeft zij kooklessen en workshops in de Indonesische keuken.
Leven en achtergrond Tan werd geboren in 1969 en groeide op in Nederland in een gezin waarin de Indonesische keuken een centrale plaats innam. Haar ouders waren afkomstig uit de Indonesische en Indische culturele traditie; de Javaanse keuken waarmee zij thuis opgroeide zou later een belangrijk onderwerp in haar werk worden.
Eten speelde volgens Tan een grote rol in het gezinsleven. Veel van haar herinneringen aan haar jeugd zijn verbonden met gerechten, geuren en gezamenlijke maaltijden. De keuken van haar moeder vormde daarbij een belangrijke inspiratiebron. Haar moeder legde recepten vast in schriftjes en uitgetypte recepten, die later mede als bron dienden voor Tans eigen kookwerk en boeken.
Tan leerde veel Indonesische gerechten rechtstreeks van haar moeder bereiden. Toen haar moeder door gezondheidsproblemen minder zelf kon koken, namen Tan en haar twee oudere zussen een deel van het koken over. Haar moeder gaf daarbij instructies en werkte haar recepten verder uit. Deze overdracht van culinaire kennis binnen de familie werd later een terugkerend element in Tans werk.
Haar familieachtergrond komt in het bijzonder tot uitdrukking in Java. Daarin beschrijft zij de Javaanse keuken als de keuken van haar ouders en van haar jeugd. Het boek bevat naast traditionele gerechten ook recepten uit haar eigen familiearchief.
Van thuiskok naar professioneel koken Voordat Tan als kookboekenauteur bekend werd, kookte zij op kleine schaal voor andere gezinnen. Volgens een interview uit 2021 begon zij in haar eigen omgeving maaltijden te bereiden voor buurtgenoten. Nadat een plaatselijk buurtrestaurant sloot, nam zij de ruimte tijdelijk over en exploiteerde er een pop-uprestaurant.
De keuken beschikte volgens Tan over slechts twee kookpitten, waardoor voor de bereiding van uitgebreide Indonesische maaltijden geïmproviseerd moest worden. Haar rijsttafels werden in de buurt populair. Het restaurant was echter tijdelijk: toen de periode van onderverhuur eindigde en de huurprijs sterk zou stijgen, stopte Tan ermee.
Daarna ging zij verder met het geven van kooklessen en richtte zij de kookschool Anak Bungsu op. Vanuit haar kookschool geeft zij les in het bereiden van Indonesische gerechten en technieken.
Over de letterlijke vertaling van de naam Anak Bungsu geven Nederlandse bronnen tegenstrijdige informatie. De uitgever van Tan omschrijft de naam als „derde kind”, terwijl andere publicaties „tweede kind” noemen. In het Indonesisch verwijst anak bungsu in algemene zin naar het jongste kind van een gezin.
Culinaire benadering Een belangrijk uitgangspunt in het werk van Tan is dat er volgens haar niet zonder meer van één homogene „Indonesische keuken” kan worden gesproken. De Indonesische archipel bestaat uit duizenden eilanden met uiteenlopende bevolkingsgroepen, klimaten, religieuze tradities, lokale ingrediënten en historische invloeden. Zij benadrukt daarom regionale verschillen.
In haar boeken behandelt zij onder meer de keukens van: Sumatra Java Kalimantan Bali Sulawesi de Kleine Soenda-eilanden de Molukken Papoea
Binnen Java maakt zij opnieuw onderscheid tussen regionale tradities. De West-Javaanse keuken wordt gekenmerkt door relatief frisse, zure en pittige smaken, Midden-Java onder meer door zoetere smaakprofielen en Oost-Java door krachtige, hartige en pikante gerechten, waarbij ingrediënten als trassi en petis udang een belangrijke rol kunnen spelen.
Tan combineert recepten doorgaans met uitleg over ingrediënten, technieken, lokale gebruiken en de herkomst van gerechten. Recensenten hebben met name deze combinatie van receptuur en culinaire achtergrondinformatie als kenmerkend voor haar boeken genoemd.
Daarnaast maakt Tan onderscheid tussen de begrippen Indonesisch en Indisch. De Indische keuken zoals die in Nederland ontstond, ziet zij mede als het resultaat van de koloniale geschiedenis en de uitwisseling tussen Nederlandse en Indonesische eetgewoonten. Door migratie werden gerechten bovendien aangepast aan ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar waren.
De bijbel van de Indonesische keuken Tans eerste grote kookboek, De bijbel van de Indonesische keuken, verscheen op 24 april 2020 bij Carrera Culinair. Het gebonden boek telt 496 pagina’s.
Het boek is opgezet als een brede introductie tot de keukens van de Indonesische archipel. Tan behandelt gerechten uit onder meer Sumatra, Kalimantan, West-, Midden- en Oost-Java, Bali, de Kleine Soenda-eilanden, Sulawesi en Papoea. Bekende gerechten als saté kambing, gado gado, soto ayam en rendang worden afgewisseld met in Nederland minder bekende regionale gerechten.
Tan schreef bij het verschijnen van het boek dat het onmogelijk was om de volledige Indonesische keuken in één boek te beschrijven. Het doel was volgens haar vooral de rijkdom en verschillen tussen de eilandkeukens zichtbaar te maken. Familieherinneringen spelen eveneens een rol. Tan beschrijft onder andere hoe in haar ouderlijk huis in het weekend al vroeg op de ochtend werd gekookt en hoe zij wakker werd met de geuren van onder meer soto ayam, sayur lodeh en telor petis.
De uiteindelijke selectie voor het boek was aanzienlijk kleiner dan het materiaal dat Tan verzamelde. In een interview vertelde zij dat ongeveer 230 recepten uiteindelijk niet in het boek terechtkwamen.
De bijbel van de Indonesische keuken vestigde Tans naam binnen de Nederlandse kookboekenwereld en vormde de basis voor haar latere, meer gespecialiseerde boeken.
Java In mei 2022 verscheen haar tweede boek, Java. Het boek telt 336 pagina’s en bevat ongeveer 150 recepten.
Waar haar eerste boek de gehele Indonesische archipel bestreek, concentreerde Tan zich in Java op één eiland. Zij verdeelde het boek in de culinaire gebieden West-Java, Midden-Java en Oost-Java, met aandacht voor de verschillende ingrediënten, smaakprofielen en eetgewoonten.
Het onderwerp is persoonlijker dan dat van haar eerste boek, omdat Java nauw verbonden is met de achtergrond van haar ouders en haar eigen jeugd. Een deel van de recepten is afkomstig uit oude familieaantekeningen.
Naast recepten bevat het boek informatie over de Javaanse eetcultuur, ingrediënten, kookbenodigdheden en gebruiken. Zowel streetfood als uitgebreidere gerechten komen aan bod.
Prijzen Java Java werd in 2022 tweemaal onderscheiden. De Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) kende het boek het Zilveren Kookboek 2022 toe. De jury noemde het een uitgebreide hommage aan de verschillende keukens van Java en prees zowel de receptuur als de inhoudelijke kennis, duidelijke uitleg en fotografie van Sven Benjamins. De jury omschreef Tan daarbij als een "autoriteit als het om de Javaanse keuken gaat". Daarnaast werd Java tijdens de verkiezing van Food and Friends uitgeroepen tot Kookboek van het Jaar 2022. Een vakjury koos het boek uit 54 inzendingen. Aan de publieksverkiezing rond dezelfde competitie werden dat jaar ruim 22.500 stemmen uitgebracht. De twee onderscheidingen maakten Java tot Tans meest bekroonde boek. Rendang In oktober 2024 verscheen Rendang, haar derde kookboek. In het boek probeert Tan het in Nederland gangbare idee te nuanceren dat rendang één specifiek rundvleesgerecht is. Zij behandelt rendang in de context van de keuken van de Minangkabau op West-Sumatra, waar het begrip betrekking heeft op een kook- en conserveringstechniek. Tan onderscheidt daarbij verschillende stadia van het langzaam inkoken van voedsel in een gekruide kokosbereiding. Een relatief vloeibare bereiding wordt aangeduid als gulai, waarna kalio volgt; na verder reduceren en karamelliseren ontstaat rendang. Het principe wordt in het boek niet alleen toegepast op rundvlees. Tan geeft ook recepten met onder meer gevogelte, vis, schaal- en schelpdieren, orgaanvlees en plantaardige ingrediënten. Daarmee presenteert zij rendang als een culinaire techniek waarmee uiteenlopende ingrediënten kunnen worden bereid. Het boek bevat tevens hoofdstukken over bijgerechten, sambals en basisbereidingen. Recensenten wezen opnieuw op Tans neiging om haar onderwerp uitgebreid te onderzoeken en niet alleen recepten, maar ook techniek en achtergrondinformatie te geven. Easy Indo In 2026 verscheen Easy Indo: Simpele traditionele & moderne recepten. Het boek kwam als gebonden uitgave op 1 juni 2026 uit en telt 224 pagina’s. Met Easy Indo koos Tan voor een toegankelijker uitgangspunt dan in haar eerdere boeken. De nadruk ligt op gerechten die de smaakprincipes van de Indonesische keuken gebruiken zonder dat daarvoor altijd urenlange bereidingen nodig zijn. Traditionele recepten worden gecombineerd met eigentijdse creaties. Voorbeelden zijn Javaanse mosselen, snelle kipsaté, Balinese steak tartaar, radijspickles, krokante limoensambal en tarte tatin met pinda-tamarindekaramel. Daarmee verschoof Tan gedeeltelijk van het documenteren van regionale culinaire tradities naar het toepassen en interpreteren ervan in een hedendaagse thuiskookcontext.
Indonesische authenticiteit In interviews heeft Tan zich kritisch uitgelaten over sterk aangepaste Nederlandse versies van Indonesische producten en gerechten. Zo gaf zij aan weinig waardering te hebben voor sommige kant-en-klare kruidenmixen, die volgens haar door onder meer grote hoeveelheden zout en suiker aanzienlijk kunnen verschillen van de smaken waarmee zij is opgegroeid. Tegelijkertijd bestaat haar werk niet uitsluitend uit het bewaren van oude recepten. Met name in Rendang en Easy Indo gebruikt zij traditionele technieken en smaakcombinaties ook voor nieuwe gerechten en ingrediënten. Authenticiteit betekent in haar werk daarom niet noodzakelijk dat één historische receptuur onveranderd moet worden gevolgd. Zij legt eerder nadruk op kennis van de oorsprong, ingrediënten, technieken en culturele context van een gerecht.
Familiekookboeken en kennisoverdracht Een terugkerend motief in Tans oeuvre is de overdracht van culinaire kennis tussen generaties. De kookschriftjes en recepten van haar moeder functioneren niet alleen als persoonlijke herinneringen, maar ook als documentatie van een eetcultuur die veelal mondeling en door gezamenlijk koken werd overgedragen. In die zin hebben haar kookboeken naast een praktische ook een documenterende functie. Zij combineert familierecepten met onderzoek naar regionale keukens en probeert lokale verschillen begrijpelijk te maken voor een Nederlandstalig publiek. Dat persoonlijke element is vooral sterk aanwezig in Java, maar komt ook in haar andere boeken terug.
Publieke optredens Tan treedt regelmatig op bij culinaire evenementen en verzorgt kookdemonstraties en workshops. Zo was zij te gast in het kooktheater van de Tong Tong Fair, een festival in Den Haag rond de Indische en Indonesische cultuur. Daar demonstreerde zij onder meer Midden-Javaanse gerechten. Ook verscheen zij in culinaire podcasts en interviews om over de Indonesische keuken te spreken. In 2020 was zij bijvoorbeeld te gast in de podcast Smaakmakers, waarin onder andere de geschiedenis van de Indonesische en Indische keuken en gerechten als rendang en nasi goreng werden besproken. Via haar kookschool en workshops blijft zij daarnaast actief als culinair docent.
Betekenis binnen de Nederlandse kookboekenwereld