Antonius (Anton) Baretta ('s-Gravenhage, 21 mei 1897 – Wassenaar, 5 januari 1968) was een Nederlands beroepsmilitair en luitenant-generaal-waarnemer. Van 1 oktober 1953 tot 31 oktober 1956 was hij chef van de Luchtmachtstaf. Nadat deze functie op 10 november 1954 met die van bevelhebber was verenigd, was Baretta tevens de eerste Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten.
Levensloop
Hij behoorde tot het geslacht Baretta en was een zoon van Paulus Baretta en Helena Antonia Tetenburg. Zijn vader was bij zijn geboorte sergeant-majoor bij het Regiment Grenadiers en Jagers. Hij volgde zijn officiersopleiding aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda en begon zijn loopbaan bij de artillerie. Bij zijn huwelijk in 1922 was hij tweede luitenant der artillerie.
Later maakte Baretta de overstap naar de militaire luchtvaart. In de tweede helft van de jaren dertig werkte hij als kapitein op de staf aan de uitbreiding en modernisering van het Nederlandse luchtwapen. In het archief van de Militaire Luchtvaart zijn onder meer zijn stukken over de aanleg en inrichting van vliegvelden uit 1937–1940 bewaard gebleven. Luchtmachthistoricus Dirk Starink rekent Baretta, samen met enkele andere stafofficieren, tot de ‘architecten’ van het luchtwapen in de jaren onmiddellijk voor de Tweede Wereldoorlog.
Tijdens de voormobilisatie van 1939 werd Baretta hoofd van de sectie luchtvaart van het Algemeen Hoofdkwartier. Ook tijdens de Duitse aanval in mei 1940 vervulde hij die functie. Tijdens de bezetting verbleef hij in Duitse krijgsgevangenschap.
Na de bevrijding was Baretta vanaf augustus 1945 namens de Generale Staf lid van de Rijkscommissie Luchtvaartterreinen, die zich bezighield met het herstel en de toekomstige inrichting van Nederlandse vliegvelden. In september 1950 werd hij, inmiddels generaal-majoor, plaatsvervangend chef van de Luchtmachtstaf onder luitenant-generaal I.A. (Fons) Aler. Drie jaar later volgde hij Aler op. De commando-overdracht vond op 1 oktober 1953 plaats op Vliegbasis Soesterberg.
Baretta stond daarmee aan het hoofd van de kort daarvoor zelfstandig geworden Koninklijke Luchtmacht. De functie van Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten werd bij Koninklijk Besluit van 10 november 1954 ingesteld; als zittend chef werd Baretta de eerste die de titel voerde. Zijn formele benoeming in die functie volgde bij Koninklijk Besluit van 15 oktober 1955. In 1954 gaf hij kolonel F.J. Molenaar opdracht de geschiedenis van de Koninklijke Luchtmacht en haar optreden in mei 1940 te boek te stellen. Dit onderzoek mondde later uit in het standaardwerk De luchtverdediging in de meidagen 1940.
Op 31 oktober 1956 droeg Baretta zijn functies over aan luitenant-generaal Heije Schaper, die op 1 november aantrad. Met ingang van 1 januari 1957 kreeg Baretta op eigen verzoek eervol ontslag uit de militaire dienst.
Privéleven
Baretta trouwde op 9 oktober 1922 in Heemstede met de in Pretoria geboren Josina Antonia de Bruijn, dochter van koopman Johannes Marius de Bruijn en Johanna Margaretha Sommer. Het echtpaar had twee dochters, Johanna Margaretha (Hans) en Wanda (1931–2019). Baretta overleed in 1968 op zeventigjarige leeftijd in Wassenaar.
thumb|right|upright=1.05| Baretta met zijn partner en zijn opvolger Heije Schaper bij de aanbieding van een zonnewijzer in Wassenaar op 26 oktober 1956; links zijn dochters Hans en Wanda.
Onderscheidingen
Baretta ontving onder meer: Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw; Grootofficier in de Orde van Oranje-Nassau; Commandeur in het Amerikaanse Legioen van Verdienste (1956).
Externe links Artikel over Anton Baretta naar aanleiding van zijn overlijden – De Telegraaf, 10 januari 1968, via Delpher Ziekenbezoek door Anton Baretta in 1955 – Defensiekrant
Categorie:Nederlands luchtmachtofficier Categorie:Nederlands generaal Categorie:Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten Categorie:Nederlands krijgsgevangene in de Tweede Wereldoorlog