De Netherlands Indies Civil Administration (NICA; Nederlands: Nederlandsch-Indische Civiele Administratie) was een in Australië opgerichte semimilitaire bestuursorganisatie van de regering van Nederlands-Indië. Zij werd op 3 april 1944 ingesteld om in het voetspoor van de geallieerde strijdkrachten het Nederlandse koloniale burgerlijk bestuur en de rechtspraak te herstellen in gebieden die tijdens de Tweede Wereldoorlog op Japan werden heroverd. Het gemilitariseerde bestuursapparaat stond onder geallieerd militair gezag, maar oefende tevens bevoegdheden uit namens de Nederlands-Indische regering.

Na de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring van augustus 1945 beschouwden Republikeinse autoriteiten en kranten de aanwezigheid en activiteiten van NICA als aanwijzingen dat Nederland het koloniale gezag wilde herstellen. De naam NICA kreeg daarbij ook een bredere betekenis en werd gebruikt voor de terugkerende Nederlandse militaire en bestuurlijke aanwezigheid in het algemeen. De organisatie raakte daardoor nauw verbonden met het begin van de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog.

Oprichting en organisatie Na de Japanse bezetting van Nederlands-Indië bevond een deel van het Nederlands-Indische bestuursapparaat zich in Australië. Vanaf augustus 1944 was Camp Columbia bij Brisbane de tijdelijke vestigingsplaats van de Nederlands-Indische regering en verschillende bijbehorende diensten. Onder leiding van luitenant-gouverneur-generaal Huib van Mook werden daar de terugkeer naar de archipel en het herstel van het bestuur voorbereid.

Tijdens een bezoek van Van Mook aan Australië in maart 1944 bereikten hij en de Amerikaanse generaal Douglas MacArthur informeel overeenstemming over het burgerlijk bestuur en de rechtsmacht in heroverd Nederlands-Indisch gebied. Deze afspraken werden op 10 december 1944 geformaliseerd. In gevechtsgebieden kon de geallieerde opperbevelhebber de maatregelen nemen die de militaire situatie vereiste. De Nederlands-Indische regering moest zo spoedig als praktisch mogelijk de verantwoordelijkheid voor het burgerlijk bestuur hervatten; MacArthur bepaalde naar militair oordeel wanneer en in welke omvang dit kon gebeuren. Tot die overdracht zouden de geallieerde commandanten voor burgerzaken in beginsel gebruikmaken van Nederlands-Indische functionarissen als tussenpersonen.

NICA bestond grotendeels uit gemilitariseerde ambtenaren van het Binnenlands Bestuur, aangevuld met personeel voor onder meer politie, rechtspraak, gezondheidszorg, financiën en bevoorrading. De medewerkers droegen uniformen. Een centraal NICA-bureau coördineerde de werkzaamheden van de betrokken departementen en onderhield het contact met de geallieerde militaire staven. Rechtspraak, ordonnanties en besluiten vonden plaats namens de Nederlands-Indische regering.

Inzet in heroverde gebieden Na de geallieerde landing bij Hollandia in april 1944 richtte een NICA-detachement daar een hoofdkwartier in, later bekend als Kota Nica. Het detachement verleende onder meer hulp aan burgers en voormalige dwangarbeiders. In februari 1945 werd een school geopend voor kinderen uit de plaatselijke bevolking. Ook op Biak en Numfoor kwamen NICA-vestigingen.

Voor de Japanse capitulatie waren NICA-eenheden daarnaast actief op onder meer Morotai, Tarakan en in Balikpapan. Hun werkzaamheden omvatten plaatselijk bestuur en rechtspraak, voedselvoorziening, geneeskundige hulp, politie, geldverkeer, huisvesting en gemeentelijke voorzieningen.

Indonesische revolutie Na de capitulatie riepen Soekarno en Mohammed Hatta op 17 augustus 1945 de onafhankelijkheid van Indonesië uit. In het najaar arriveerden NICA-functionarissen in het gevolg van geallieerde eenheden op Java en Sumatra. Hun aanwezigheid, de instelling van bestuurs- en politieorganen, de heropening van rechtbanken en de uitgifte van betaalmiddelen werden door Indonesische autoriteiten en kranten opgevat als aanwijzingen dat Nederland het koloniale bestuur wilde herstellen.

In de eerste helft van oktober 1945 kwam het in Batavia tot gewapende botsingen waarbij Nederlandse militairen en Indonesische strijdgroepen betrokken waren. In Republikeins taalgebruik werd de afkorting NICA vervolgens ook gebruikt voor Nederlandse militairen en bestuursorganen in het algemeen. Onderzoek naar de situatie rond Semarang laat zien dat herstel van bestuur, openbare veiligheid en uitbreiding van het Nederlandse militaire gezag in de praktijk nauw met elkaar verweven waren.

Overgang naar AMACAB en Tijdelijke Bestuursdienst Toen een groot deel van de archipel in augustus 1945 van het Amerikaanse bevel in de South West Pacific Area onder de Britse South East Asia Command kwam, werden de bestaande afspraken over burgerlijk bestuur vrijwel ongewijzigd overgenomen. Binnen de Britse bevelsstructuur kreeg de bestuursorganisatie de naam Allied Military Administration–Civil Affairs Branch (AMACAB). Deze benaming werd alleen op Java en Sumatra gebruikt. Op Borneo en in de Grote Oost bleef de naam NICA tot de geallieerde bestuursoverdracht in juli 1946 gehandhaafd.

De NICA/AMACAB-organisatie hield daardoor in 1946 gefaseerd op te bestaan. Na de bestuursoverdracht in juli werd op Borneo en in de Grote Oost de vooroorlogse bestuursvorm met residenten en andere bestuursambtenaren hersteld. De gebieden werden voorlopig onder het Regeringscommissariaat voor Borneo en de Grote Oost geplaatst.

Op Java en Sumatra werd AMACAB eind november 1946 geliquideerd. De Tijdelijke Bestuursdienst, die op 29 november 1946 bij Indisch Staatsblad 130 werd ingesteld als voortzetting van AMACAB, nam daar het Nederlandse burgerlijke bestuur over. De Britse en Brits-Indische troepen verlieten Nederlands-Indië op 30 november 1946; gelijktijdig eindigde AMACAB.

Bronnen, noten en/of referenties

Categorie:Voormalige Nederlandse organisatie Categorie:Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië Categorie:Dekolonisatie van Indonesië