Jean-Marie Bytebier (Gent, 1963) is een Belgische hedendaagse kunstschilder en graficus. Hij maakt schilderijen die de indruk geven van klassieke landschappen maar in werkelijkheid abstract zijn. Hierdoor overbrugt hij de kloof tussen figuratieve en conceptuele kunst. Hij woont en werkt in Gent.

Biografie Op zijn veertien jaar besloot Jean-Marie Bytebier na het zien van een werk van Magritte om kunstschilder te worden. Hij studeerde van 1979 tot 1983 aan het Stedelijk Secundair Kunstinstituut in Gent en volgde daarna de richting Schilderkunst aan de Koninklijke Academie voor Schone kunsten in Gent waar hij in 1988 zijn master behaalde.

Tijdens zijn studies, werd hij in 1986 geselecteerd voor deelname aan de tentoonstelling "Akademie bezet Vooruit", samen met studiegenoten zoals Wim Delvoye, Johan Creten, Wim Ricourt en Jan Van Imschoot.

In 1987 won Bytebier de prijs van de jonge Belgische Schilderkunst, de huidige Belgian Art Prize. Een werk van hem werd in 1988 aangekocht door de Vlaamse Gemeenschap. Hij werd opgemerkt door Jan Hoet die hem een volledige zaal aanbood in zijn tentoonstelling Confrontatie en Confrontaties in 1988 in het S. M.A.K. in Gent.Op het laatste moment mocht Wim Delvoye, in wie Jan Hoet minder vertrouwen had een installatie bestaande uit gasflessen in de zaal van Jean Marie Bytebier tentoonstellen (bron: De Witte Raaf). Deze tentoonstelling zorgde voor zijn nationale doorbraak.

Van bij de aanvang leverde Bytebier een vrij coherent oeuvre met zijn abstracte werken die voor een figuratieve illusie van een klassiek landschap zorgen. Vanaf het begin zijn carrière neemt hij ononderbroken deel aan honderden solo- en groepstentoonstellingen in België en het buitenland.

In 2015 was hij op uitnodiging van curator Axel Vervoordt met zijn werken aanwezig op de Viënnale van Venetië in het Palazzo Fortuny. Dit zorgde voor van zijn internationale doorbraak.

Oeuvre Het werk van Jean-Marie Bytebier gaat over het landschap. Er zijn geen mensen aanwezig. Zijn werken zijn schijnbaar figuratief en geven de illusie van een klassiek landschap uit de schilderkunst, in werkelijkheid zijn ze opgebouwd in de stijl van de abstracte en monochrome schilderkunst van het abstract expressionisme. Deze paradox zorgt ervoor dat zijn werken de toeschouwer het gevoel van een mysterie bezorgen daar die nooit zeker is van wat hij ziet Zijn werken bevatten geen perspectief en zijn samengesteld  als een soort mozaiek, zonder verhalende elementen.

Zijn landschappen met bossen, bomen, kloven, rotsen, ruïnes en heldere luchten lijken verwant aan klassieke mysterieuze landschapsschilderijen uit de kunstgeschiedenis, zoals werken van William Turner, Thierry De Cordier en Hippolyte Boulenger. De veranderlijkheid van de natuur is essentieel in zijn oeuvre. Hij geeft de ontembare en wilde natuurkrachten vrij spel.  

Het uitgangspunt van Bytebier is dat een kunstenaar nooit een ruimte in een totaalbeeld kan weergeven. De weergave is steeds fragmentarisch of onvoltooid en geconditioneerd door blinde vlekken. Zowel de observatie zelf als de weergave zijn een persoonlijke invulling die berusten op het een toeval.Hij is beïnvloed door de dichter  Stéphane Mallarmé, in het bijzonder met diens gedicht “un coup des dès  jamais n’abolira le hasard»,.  Dit gedicht met wisselende lettertypes en nadruk op de vormelijke aspecten van de lay-out kent geen verhaalstructuur. Bij twijfel over de woordkeuze plaatste de dichter witte ruimtes. Wat de toeschouwer als een neutrale realiteit meent te zien is in werkelijkheid een eigen waarneming dikwijls gebaseerd op gevoel, herinnering of een referentiekader. In zijn werken brengt Bytebier de toeschouwer bewust in verwarring door toepassing van allerlei technieken waardoor de toeschouwer zich niet oriënteren en nergens een houvast vindt. Zijn kunst is gebaseerd op vrijheid en het scheppen van verbazing, hij ziet zich zelf als een onafhankelijk kunstenaar. De keuze voor het “neutrale” landschap als expressiemiddel is bewust omdat er geen connotaties aan verbonden zijn. Hij haalt zijn inspiratie uit herinneringen. Foto’s zijn daarvoor een huipmiddel, maar die worden niet als model gebruikt, maar als elementen voor een constructie. Vormen worden gesuggereerd door wazige vlekken. De afstand tussen voorgrond en achtergrond is bewust verstoord.

Bytebier werkt in reeksen, soms lopen meerdere reeksen door elkaar in de tijd. In zijn reeksen vertrekt van een bepaalde handeling of motief en maakt zijn volgende werken aan de hand van herhalingen en lichte afwijkingen.

Techniek Bytebier is een perfectionist die volledige controle over zijn werk wil behouden. Hij improviseert niet, al zijn werken worden nauwkeurig voorbereid aan de hand van schetsen.

Hij impregneert zijn doek met sterk uitgedunde acrylverf. Bepaalde delen van het doek blijven onbeschilderd, de kleur van het linnen maakt deel uit van de totale weergave, details zijn enkel suggestief aangebracht. In de beginfase waren zijn werken vrij kleurrijk, geleidelijk aan beperkte hij zich tot sombere kleuren met een overwicht van groen, daarnaast bruin en zwart voor de landschappelijke elementen en lichtblauw voor de lucht. Hierdoor beanadert zijn werk het monochrome. Sommige van zijn werken zijn gekenmerkt door deconstructie en reconstructie door krassen, uitsnijden en plakken, verdubbelen of omkeren van bepaalde elementen die zorgen voor de illusie van een landschap. Op elk doek wordt heel gericht op één plaats lichtinval toegelaten.

Hij maakt zijn schilderijen op verschillende formaten, van klein tot zeer groot. Vanaf 2017 ging hij vooral op groter formaat werken.

Evolutie van zijn werk

Verschijning van het landschap als autonoom gegeven (1989-1995) De reeks “Gebroken ideeën” van 1989 tot 1991 bestond uit kleine schilderijen. Het waren stuk voor stuk constructies met vormen die een symbolische betekenis hadden, zoals de schedel, een blad van een boom of een kelk, maar zonder relatie met elkaar waardoor een suggestie van abstractie ontstond. Deze werken werden in tentoonstellingen gepresenteerd als een soort installatie. Elk schilderij was een component van het geheel. Tussen elk werk waren witte ruimtes van wisselende grootte, waarmee hij als een soort tijdklok de verhouding tussen mens en de werkelijkheid wilde weergeven.. Hiermee wou Bytebier aantonen dat de afbeelding van een idee onmogelijk was, de cruciale stelling van gans zijn latere oeuvre. De verschijning van het landschap in deze reeks was een scharnierpunt.

“Tentoonstelling 9” uit 1991 bevatte voor het laatst narratieve gegevens. Het waren negen werken gebaseerd op 9 kruisvaarders. Daarna verdween de  menselijk figuur volledig en bleef enkel het autonome landschap over, zonder enig verhaal.

De donkergroene kleur ging overheersen. Hij gebruikte lijnwaad en regenwater om dicht bij de oorsprong te blijven. Het landschap dat door de toeschouwer waargenomen werd was in realiteit opgebouwd uit vlekken die zorgden voor een illusie van een landschap, daarom noemde hij ze onderwaterlandschappen. Ze bevatten experimenten als de verdubbeling van de horizon of de vermenging van voor- en achtergrond die de toeschouwer elk houvast ontnamen en hem uitdaagden zelf te bepalen wat er al of niet te zien was. De reeks "landscape" van midden jaren 90 betekende de definitieve centrale positie van het landschap in zijn werk.

Het raam (1995-2010) Halfweg de jaren 90 verscheen het raam als een terugkerend element in zijn werk. Aanleiding was het kleine raampje met tralies waarachter een landschap met bomen is weergeven op de "Annunciatie" van Fra Angelico dat Bytebier in 1994 in Florence had gezien. Voor hem was dit de afbeelding van de ongrijpbare onzichtbare wereld, een soort hof van Eden bestaande uit het meest verheven landschap met de nadruk op de boomkruinen en niet op de bomen zelf. Dit inspireerde hem tot een langdurige reeks "Près du feuillage" die liep van 1998 tot 2008 en die bestond uit vrij monochrome werken die de illusie gaven van een bosrand of een bladerdek.

Onder invloed van de films “The white diamant”  en “Blow Up” van Werner Herzog verscheen dit raam in de reeks “disautonomie” van 2009-2010 ook in andere vormen zoals een witte rand, een trompe d’oeil, een raster, zonnestralen of een balk die steeds groter werd. In zijn reeks “Ver-schijnt en Ver-dicht” haalde hij zijn inspiratie uit het zicht van zijn het raam in het atelier van zijn nieuwe huis.

Hij maakte in deze periode tevens de reeks “unfinished”. Het waren voltooide schilderijen die hij daarna overschilderde zodat ze een onvoltooide indruk gaven. Hij weigerde hiermee om als kunstenaar een vooraf gepland beeld te schilderen en liet de keuze om er al of niet iets in te zien over aan de toeschouwer.

Het autonome landschap (2010-heden) Met de reeks "Le Vent" begon hij vanaf 2010 de wind schilderen, weliswaar in een stilstaande positie, wat er precies gebeurde en uit welke richting de wind kwam was moest de toeschouwer zelf maar uitmaken. Deze stilstaande beweging veroorzaakt door natuurelementen werd een constante in zijn werk. In 2018 ging hij ook wolken schilderen.

In 2011 hadden Bytebier en Jan De Cock een gemeenschappelijke tentoonstelling "Tussenruimte. Het onzichtbare zichtbaar maken." in het Roger Raveelmuseum. Bytebier schrapte elke menselijke ingreep en alle cruciale elementen uit het landschap en ging na wat er overbleef. Het kunstwerk was nu volledig autonoom geworden, noch de kunstenaar, noch de toeschouwer hadden er nog vat op.

Eind 2013 en begin 2014 nam hij met miniatuurschilderijen deel aan het project Museum to Scale van Ronny Van de Velde, wat resulteerde in meerdere tentoonstellingen en dat uiteindelijk een plaats kreeg in de Stadscampus van de Universiteit Antwerpen. In 2013 gaf Bytebier samen met de dichteres Miriam Van Hee een kunstboek “Daar valt het licht” uit waarvoor hij de etsen maakte.

In zijn tentoonstellingen "Uitblinkend door aanwezigheid" in Emergent in Veurne in 2014 en 2016 introduceerde hij "obstakels" in zijn werk om te beletten dat toeschouwer er nogeen landschap in zou zien. Hij zette het landschap op zijn kop, hij knipte en plakte er in, hij bracht er krassen op aan of vergrootte details zoals de zijkant van de voorstelling. De toeschouwer bleef er echter landschappen in zien.

Ontmoetingen met de kunstgeschiedenis In 2015 maakte Bytebier een reeks “L’origine du monde”, genoemd naar het gelijkaardige schilderij. Bytebier ging zich inspireren op foto’s of schilderijen uit de kunstgeschiedenis waarvan hij enkel de contouren gebruikte en die vervolgens omzette in een landschap. Dit uitte zich in verschillende reeksen als "Het lamschap" (2016), A Forest Bathing (2016-2017), Dutch Windows (2016-2018), I see Nobody on the road (2017-2018), Moss (2017-2019) en Metamorphosis (2026).

In 2018 nam hij deel aan de biënnale van de schilderkunst in het Raveelmuseum, waar zijn werken geconfronteerd werden met die van Hyppolite Boulenger. In de een gezamelijke tentoonstelling van Jan De Cock en Bytebier in het kunstinstituut in Brugge werden werken getoond die de kunstenaars samen op het zelfde doek hadden gemaakt.

Bytebier was in 2022 samen Elger Esser en Tinus Vermeersch het voorwerp van een doctoraatsstudie "Unfolding Worlds" van Jeroen Laureyns over het lyrische landschap. Dit leidde tot een gezamelijke tentoonstelling in de galerie Hopstreet in Deurle.

In december 2023 kreeg Bytebier een kunstenaarsresidentie aangeboden in het  Musée d’Art Moderne de Fontevraud‑l’Abbaye. Hij kreeg er in 2024 een solotentoonstelling “Rendez-vous”, waarin hij landschappen toonde die geïnspireerd waren op zijn Franse verblijfplaats.

Trivia Jean-Marie Bytebier is bezieler en directeur van de Academie van Waasmunster.

Musea

MHKA: Boom MHKA: Of truth of space / Cloud / Water III Museum van Elsene: Het Laar Museum van Elsene: Bewolkte Hemel

Tentoonstellingen

Solotentoonstellingen 2025

Nature Prescription PaRx - Galerie la Forest Dionne, Brussel