Sara Maria ('Mies') Walbeehm (Soebah (Java), 13 maart 1903 – Den Haag, 1981Exacte datum is niet bekend in openbare bronnen) was een Haagse verzetsvrouw die tijdens de Tweede Wereldoorlog in haar tweekamerappartement onbaatzuchtig een eerste onderdak bood aan meer dan honderd joodse onderduikers.
Zij werd geboren in Nederlands-Indië in de Javaanse plaats Soebah in het regentschap Batang, als derde van de negen kinderen uit het huwelijk van een op Java geboren Nederlands-Indische moeder en een Nederlandse assistent-resident. Het gezin migreerde in 1913 naar Den Haag, wegens gezondheidsproblemen van de vader. De kinderen binnen het gezin kregen een harde opvoeding. Walbeehm volgde onder meer in Leiden haar opleiding tot verpleegkundig masseuse (nu: fysiotherapeute) en praktijk in het Diaconessenhuis in Arnhem. Zij betrok, als verpleegster Walbeehm, Sara Maria, Haags Gemeentearchief, Bevolkingsarchief gemeente Den Haag 1913., na op diverse adressen in Den Haag gewoond te hebben en twee jaar in Brussel, in 1938 een nieuwe tweekamerflat van 67 m² Reinkenstraat 19, 2517 CN 'S-GRAVENHAGE, BAG-viewer aan de Reinkenstraat 19 in Den Haag, die op de eerste verdieping boven een winkel lag.
Tweede Wereldoorlog Toen de Tweede Wereldoorlog in volle gang was, en Haagse Joden door de bezetter werd opgedragen zich voor transport naar Kamp Westerbork of Kamp Vught bij het station Den Haag Staatsspoor te melden, kreeg zij van joodse cliënten verzoeken hen te laten onderduiken. Omdat zij in het algemeen moeilijk kon weigeren, kon zij ook deze verzoeken niet negeren. Samen met haar jonge huishoudster Adriana (Sano) Groen bood zij vanaf toen, afhankelijk van het inkomen van de onderduikers, gratis of maximaal tegen vergoeding van fl. 30,- per maand per persoon onderdak aan joodse onderduikers, soms met tientallen tegelijk en een enkele keer een dertigtal. Ook zaten er onderduikers tussen die de Arbeitseinsatz wilden ontlopen. Haar spaargeld zette zij ook in voor dit werk en haar beroep kon zij niet voortzetten tijdens deze periode. Haar woning werd een doorgangshuis; leden van het verzet kwamen nieuwe onderduikers brengen en andere ophalen om die naar andere onderduikadressen te brengen. Uiteraard bracht deze voor de meesten tijdelijke huisvesting bij haar problemen met zich mee, zoals voldoende slaapplekken te creëren, niet teveel gebruik maken van de sanitaire voorzieningen omdat bijvoorbeeld het hogere waterverbruik, of het veelvuldig doorspoelen van het toilet teveel zou opvallen. Ook de benodigde boodschappen konden niet onopvallend in de drukke winkelstraat plaatsvinden en moesten elders worden gedaan. Voorts waren er voortdurend spanningen tussen de onderduikers onderling die bovenop elkaar leefden en nauwelijks slaapplekken hadden, maar ook de voortdurende angst om ontdekt en alsnog door de Duitsers afgevoerd te worden.
Verraad In de nacht van 22 op 23 maart 1943 kwam er door verraad een einde aan toen de Duitse bezetter bij een inval door de Sicherheitsdienst (SD), samen met de Haagse Documentatiedienst (collaborerende afdeling van de Haagse gemeentepolitie), alle aanwezige 24 joodse onderduikers oppakte. Allen werden, na te zijn afgevoerd naar het Oranjehotel in Scheveningen, op transport gesteld naar Kamp Westerbork en uiteindelijk in vernietigingskamp Sobibor door vergassing vermoord. Uit historisch onderzoek (onder andere beschreven in het boek Reinkenstraat 19 van journalist Cor Speksnijder) is gebleken dat de groep werd verraden door Friedrich Weinreb. Walbeehm werd gearresteerd voor haar daden van verzet en eveneens overgebracht naar het Oranjehotel, waarbij zij in Villa Windekind werd verhoord en gefolterd. Zij gaf hierbij noch de namen vrij van de andere verzetsleden met wie zij banden had, noch die van haar huishoudster, die eveneens verantwoording droeg voor de onderduikers, zij het voor het bevoorraden van hen. Na 3 maanden, op 10 juli 1943, werd zij overgebracht naar Kamp Vught, waar zij op 5 augustus 1944 werd vrijgelaten.
Nieuwe opname onderduikers Zij ging terug naar haar woning, maar nam toch weer via het Haags verzet in de herfst en Hongerwinter van 1944 onderduikers op via de nabij gelegen Inrichting voor Ooglijders, al ging dat door de algemene voedselschaarste en de constante dreiging gepaard met extreme psychische spanning. Toch hield zij dit vol tot aan het einde van de oorlog.
Verwerking Pas na de Bevrijding eisten de jaren van angst, gevangenschap, de martelingen en het verlies van haar eerdere onderduikers definitief hun tol op haar mentale gezondheid, wat leidde tot een tijdelijke klinische opname; zij bleek een zwaar getraumatiseerde en mentaal gebroken vrouw. Haar beroep als masseuse kon zij niet voortzetten. Tijdens een gesprek met medewerkers van het NIOD in 1948, kon zij feilloos nog alle namen opnoemen van de slachtoffers van de inval in haar huis in 1943.
Plaquette Het initiatief voor een gedenkplaat aan de gevel van de Reinkenstraat 19 in Den Haag is afkomstig van buurtbewoners en ondernemers uit de wijk Duinoord, in samenwerking met lokale betrokkenen en de Haagse afdeling van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. De plaquette werd op 22 maart 2002 onthuld — precies 59 jaar na de tragische inval in het "Haagse Achterhuis". Het gedenkteken werd ontworpen door kunstenaar Loek Bos en heeft de vorm van een boodschappenbriefje, als symbool voor de 24 joodse onderduikers die tijdens de razzia van 22 op 23 maart 1943 werden weggevoerd en vermoord.
De betrokkenheid van de buurt blijkt duidelijk doordat de plaquette destijds is geadopteerd door groep 8 van de nabijgelegen Da Costaschool, die sindsdien jaarlijks rond 22 maart de herdenking bij het pand organiseert.
Brug Als eerbetoon en ter nagedachtenis aan Mies Walbeehm werd in 2026 in Kom Loosduinen de brug die de J.J. Hekkelaan en via de Marius Godwaldtstraat/Wim Gerreselaan met elkaar verbindt en die de toegang vormt tot de verzetsheldenbuurt, naar haar vernoemd door de plaatsing van een wit straatnaambord op de brug met de tekst in zwarte letters: 'Mies Walbeehmbrug, (1903 - 1981) Sara Maria Walbeehm, verzetsvrouw'.
Overlijden Na een tijd in Spanje te hebben gewoond, keerde zij terug naar Den Haag. Daar overleed zij in 1981.
Zie ook Joodsche Raad van Den Haag
Categorie:Nederlands verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog Categorie:Tweede Wereldoorlog in Den Haag