Het Muzaka-Servisch conflict verwijst naar een reeks veldslagen die uitgevochten werden tussen het Albanese vorstendom Muzaka en het Keizerrijk Servië tussen 1350 en 1370. Na de dood van tsaar Stefan Dušan in 1355 en de daaropvolgende verzwakking van het Servische rijk wist prins Andrea II Muzaka de verloren gebieden terug te winnen na het verslaan van koning Vukašin Mrnjavčević. De macht van andere Albanese edelen groeide eveneens aanzienlijk na de val van de Servische heerschappij op de Balkan.

Het conflict Vanaf de 14e eeuw kwam het Albanese Huis Muzaka regelmatig in conflict met de uitbreidende Servische staat. Onder Stefan Dušan breidde het Servische koninkrijk zijn invloed uit over grote delen van de westelijke Balkan en werd Servië een keizerrijk. Albanese vorstendommen kwamen hierdoor onder toenemende druk te staan. Na het verslaan van het huis Anjou en Byzantium verwierven de Serviërs de gebieden van het in zuid-Albanië gevestigde vorstendom Muzaka.

De belangrijkste fase van het conflict vond plaats onder heerschappij van de prins van Berat Andrea II Muzaka. Hij sloot verschillende bondgenootschappen met andere Albanese edelen van onder meer het huis Thopia, huis Balsha en huis Gropa. Rond medio 14e eeuw werd Berat een belangrijk strijdpunt tussen de Muzaka's en de Serviërs. Volgens de overlevering wist Andrea II rond 1350 de stad opnieuw onder Muzaka-controle te brengen. De Servische gouverneur Jan Komnenos Asen trok zich vervolgens terug richting Vlorë, waar een Servisch vazalstaat geregeerd werd. De herovering van Berat versterkte de positie van de Muzaka's in centraal en zuidelijk-Albanië. Rond dezelfde periode breidden zij hun macht uit over de vlakte van Myzeqe. De dood van tsaar Stefan Dušan in 1355 vormde een belangrijk keerpunt. Het Servische rijk viel geleidelijk uiteen doordat regionale heersers steeds zelfstandiger werden. Andrea II maakte gebruik van deze gebeurtenissen om de macht van de Muzaka's verder uit te breiden. De Muzaka's heroverden gebieden in het zuidoosten van het huidige Albanië en breidden hun invloed uit richting Korçë en Devoll.

Een van de bekendste veldslag in het conflict was de Slag bij Pelister die rond 1369 plaatsvond. Vukašin Mrnjavčević, een van de machtigste regionale Servische heersers en koning na de ondergang van het Servische rijk, trok met zijn leger op tegen de gebieden van Andrea II. Andrea II verzamelde daarop zijn troepen en ontmoette het Servische leger bij het Pelister-gebergte in nu Noord-Macedonië. Het eindigde in een overwinning van prins Andrea II en koning Vukašin werd gevangengenomen.

De strijd verplaatste zich vervolgens richting Kastoria en andere gebieden in het zuidwesten van Macedonië. Na de Slag bij Maritsa in 1371, waarbij de macht van Marko Kraljević aanzienlijk werd verzwakt, wist Andrea II zijn invloed verder naar het oosten uit te breiden. Kastoria kwam uiteindelijk onder Muzaka-heerschappij. In 1372 werd Andrea II door de Byzantijnse keizer Johannes V Palaiologos erkend als despoot, een titel die hij eerder van het huis Anjou kreeg, wat zijn positie als regionale machthebber verder versterkte.

Categorie:Oorlog van Albanië Categorie:Geschiedenis van Albanië