Julius Caesar is een sterk verweerde kraterrestant ten westen van Mare Tranquillitatis en krater Sosigenes op de naar de aarde toegekeerde kant van de Maan. De diameter van deze krater bedraagt iets minder dan 90 kilometer. De benaming werd in de 17e eeuw gegeven door de Italiaanse astronoom Giovanni Battista Riccioli.
Imbrium sculptuur De noordelijke en westelijke gedeelten van de heuvelachtige rand van de verweerde kraterrestant tonen duidelijk de radiale structuur die de plaats aanduidt waar ten noordwesten ervan een object was neergekomen dat een inslagbekken heeft veroorzaakt.Een planetoïde of komeetkern. Dit inslagbekken kreeg van G. B. Riccioli de benaming Mare Imbrium. Deze radiale structuur is vooral opmerkelijk in het bekraterde gebied ten zuidzuidoosten van Mare Imbrium, en is bekend als de Imbriumsculptuur. De zuidoostelijke gedeelten van de rand van Julius Caesar ontbreken nagenoeg geheel.
Verplaatsing van kraternamen De benaming Julius Caesar, als Iulius Caesar, vernoemd naar Julius Caesar, werd oorspronkelijk aan een eveneens sterk verweerde kraterrestant ten westnoordwesten van de officieel erkende Julius Caesar gegeven. Deze kraterrestant kreeg van Johann Hieronymus Schröter de benaming Boscovich, naar Ruđer Bošković. De door de IAU officieel erkende Julius Caesar had oorspronkelijk de benaming Ocariz gekregen van Michael van Langren (Langrenus).
Blauwachtig Volgens de Amerikaanse maanwaarnemer Walter H. Haas (ALPO - Association of Lunar and Planetary Observers) zou de noordelijke en iets donkerder helft van de vloer van Julius Caesar in het licht van de opkomende zon een blauwachtige tint vertonen.
Helderwit inslagkratertje ten noorden van Julius Caesar Aandachtige waarnemers van de Volle Maan kennen het naamloze helderwitte inslagkratertje aan het noordwestelijke uiteinde van Sinus Honoris, ten noorden van Julius Caesar en ten zuiden van de eveneens heldere krater Menelaus. Betrekkelijk kleine telescopen laten dit helderwitte kratertje zien als een opvallend stervormig object. Hogeresolutiefoto's afkomstig van de Lunar Reconnaissance Orbiter Camera (LROC) tonen aan dat dit inslagkratertje een relatief jonge formatie is. Het heldere ejectagebied rond dit kratertje, teweeggebracht tijdens de inslag van het object dat het betreffende kratertje heeft gevormd, toont een abrupte begrenzing, in tegenstelling tot de geleidelijk in helderheid afnemende ejectagebieden rond andere jonge inslagkraters.
Dit helderwitte inslagkratertje (diameter 1 kilometer) met helder ejectagebied (diameter 4 kilometer) bevindt zich een vijftiental kilometer ten westzuidwesten van de onopvallende komvormige krater Menelaus D.
Ten zuiden van Julius Caesar Het gebied ten zuiden van Julius Caesar wordt gedomineerd door de rechtlijnige opvallende rille Rima Ariadaeus. Deze rille is het best waarneembaar kort na de lokale zonsopkomst (ochtendterminator) en kort voor de lokale zonsondergang (avondterminator). Rima Ariadaeus kreeg van de Franse selenograaf Félix Chemla Lamèch de benaming Potamos.Brief van Ewen A. Whitaker, omtrent de benamingen van Félix Chemla Lamèch, augustus 2003. Deze benaming werd echter niet geaccepteerd door de Internationale Astronomische Unie (IAU).
Satellietkraters van Julius Caesar Rondom Julius Caesar bevinden zich verscheidene kleinere kraters die genummerd werden, beginnend bij degenen die zich het dichtst bij het middelpunt van de krater bevinden.
Julius Caesar Breedtegraad Lengtegraad Diameter A 7,6° NB 14,4° OL 13 km B 9,8° NB 14,0° OL 7 km C 7,3° NB 15,4° OL 5 km D 7,2° NB 16,5° OL 5 km F 11,5° NB 12,9° OL 19 km G 10,2° NB 15,7° OL 20 km H 8,8° NB 13,6° OL 3 km J 9,2° NB 14,1° OL 3 km P 11,2° NB 14,1° OL 37 km Q 12,9° NB 14,0° OL 32 km
Van deze satellietkraters zijn Julius Caesar B, C, D, H en J komvormige kraters met duidelijk cirkelvormige randen. Julius Caesar A, F, G, P en Q zijn sterk verweerde kraterrestanten waar de radiale structuren van de Imbriumsculptuur in te zien zijn.
Categorie:Inslagkrater (Maan)