Spreekangst, ook wel presentatieangst genoemd, is angst of sterke spanning die optreedt bij het spreken voor een groep of publiek. In de wetenschappelijke literatuur worden hiervoor onder meer de termen public speaking anxiety en fear of public speaking gebruikt. Spreekangst wordt beschouwd in relatie tot sociale angst, maar kan ook voorkomen bij mensen die niet voldoen aan de criteria voor een sociale-angststoornis.

Spreekangst kan variëren van spanning voorafgaand aan een presentatie tot ernstige angst die leidt tot vermijding en beperkingen in studie, werk of sociaal functioneren. In een bevolkingsonderzoek rapporteerde ongeveer een derde van de ondervraagden buitensporige angst bij het spreken voor een groot publiek; bij een kleiner deel leidde deze angst tot duidelijke beperkingen of ernstige spanning.

Kenmerken Spreekangst kan zich uiten in lichamelijke, cognitieve, emotionele en gedragsmatige reacties. Mogelijke lichamelijke reacties zijn onder meer verhoogde lichamelijke spanning, trillen en andere verschijnselen van fysiologische activatie. Cognitieve reacties kunnen bestaan uit zorgen over de eigen prestatie en de verwachting negatief door anderen te worden beoordeeld.

Veelvoorkomende zorgen bij mensen met spreekangst zijn bijvoorbeeld de angst om niet meer te weten wat men wil zeggen, niet verder te kunnen spreken (blokkeren), iets gênants te doen of zichtbare tekenen van nervositeit te vertonen.

Op gedragsmatig niveau kan spreekangst leiden tot het vermijden van presentaties of andere situaties waarin voor een groep gesproken moet worden.

Relatie met sociale angst Spreken voor publiek is een sociale situatie waarin iemand wordt blootgesteld aan mogelijke beoordeling door anderen. Spreekangst wordt daarom in de wetenschappelijke literatuur in verband gebracht met sociale angst en de sociale-angststoornis.

Spreekangst en een sociale-angststoornis zijn echter niet hetzelfde. Iemand kan bijvoorbeeld vooral bang zijn voor spreken voor een publiek zonder in andere sociale situaties ernstige angst te ervaren. In bevolkingsonderzoek is een groep gevonden die spreekangst rapporteerde zonder andere sociale angsten. Een review van achttien onderzoeken naar de relatie tussen spreekangst en sociale angst vond aanwijzingen dat spreekangst als een afzonderlijke vorm binnen het bredere spectrum van sociale angst kan worden beschouwd.

Gevolgen van spreekangst Spreekangst kan gevolgen hebben voor onderwijs, beroepsmatig functioneren en sociale activiteiten. Presenteren en spreken voor anderen komen voor in uiteenlopende situaties, zoals onderwijs, vergaderingen, sollicitaties en beroepsmatige presentaties. Ernstige spreekangst kan ertoe leiden dat dergelijke situaties worden vermeden, waardoor het functioneren in opleiding, werk of sociale situaties kan worden beperkt.

Psychologische behandeling Verschillende psychologische interventies zijn onderzocht voor het verminderen van spreekangst. Een meta-analyse uit 2019 omvatte dertig gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken met in totaal 1.355 deelnemers. Over 62 onderzochte interventies werd een gemiddeld positief effect van psychologische interventies gevonden ten opzichte van controlecondities. De meeste onderzochte interventies hadden een cognitieve of gedragsmatige basis. De auteurs vonden daarnaast aanwijzingen dat de verbetering na cognitieve en gedragsmatige interventies ook na afloop van de behandeling kon voortzetten. De meta-analyse vond geen significant verschil in effect tussen de verschillende onderzochte theoretische benaderingen.

Cognitieve gedragstherapie Voor volwassenen met een sociale-angststoornis beveelt de NICE-richtlijn als eerste psychologische behandeling individuele cognitieve gedragstherapie aan die specifiek voor sociale angst is ontwikkeld.

Ook de Nederlandse Richtlijnendatabase noemt cognitieve gedragstherapie als eerste keus bij de psychotherapeutische behandeling van een sociale-angststoornis. Daarbij worden onder meer exposure in vivo, cognitieve (gedrags)therapie, sociale vaardigheidstraining en taakconcentratietraining aanbevolen.

Bij cognitieve gedragstherapie voor een sociale-angststoornis kunnen onder meer negatieve overtuigingen worden onderzocht en aangepast. Daarnaast kunnen gedragsexperimenten en geleidelijke blootstelling aan gevreesde sociale situaties onderdeel zijn van de behandeling.

Hoewel spreekangst kan voorkomen als onderdeel van een sociale-angststoornis, betekent het hebben van spreekangst op zichzelf niet dat sprake is van een psychische stoornis.

Exposure en oefenen Exposuretherapie is een gedragstherapeutische methode waarbij iemand wordt blootgesteld aan situaties die angst oproepen, in plaats van deze situaties te vermijden. Bij spreekangst kan exposure bestaan uit het daadwerkelijk spreken of presenteren voor een publiek.

Exposure bij spreekangst kan plaatsvinden in een echte situatie (in vivo) of in een virtuele omgeving. Een meta-analyse van elf onderzoeken met in totaal 508 deelnemers vond dat zowel in-vivo-exposure als exposure via virtuele realiteit spreekangst verminderde ten opzichte van controlecondities.

Spreekvaardigheidstraining Naast andere psychologische interventies zijn ook interventies onderzocht waarin het ontwikkelen en oefenen van spreekvaardigheden centraal staat. Een meta-analyse naar behandelmethoden voor spreekangst vond dat zowel cognitieve interventies en systematische desensitisatie als vaardigheidstraining samenhingen met een afname van zelfgerapporteerde spreekangst.

Bij vaardigheidstraining kan het daadwerkelijk houden van presentaties worden gecombineerd met het oefenen van aspecten van de spreekprestatie. In experimenteel onderzoek zijn bijvoorbeeld gedragsrepetitie en feedback gebruikt om spreekvaardigheden te oefenen.

Behandeling bij een sociale-angststoornis Wanneer spreekangst voorkomt als onderdeel van een sociale-angststoornis, zijn de behandelrichtlijnen voor die stoornis van toepassing. De NICE-richtlijn adviseert dat psychologische interventies bij een sociale-angststoornis worden uitgevoerd door competente behandelaars en volgens relevante behandelprotocollen. Daarbij worden onder meer supervisie, het meten van behandelresultaten en het bewaken van de deskundigheid van de behandelaar aanbevolen.

Zie ook Cognitieve gedragstherapie Fobie Plankenkoorts Virtuele realiteit

Categorie:Fobie Categorie:Spreken in het openbaar