Korean Solidarity of Civilian Military Employees (KSCME; Koreaans: 전국군무원연대) is een Zuid-Koreaanse belangenorganisatie voor burgerambtenaren bij de krijgsmacht. De organisatie zet zich in voor hun arbeidsrechten, betere arbeidsvoorwaarden en bescherming van hun rechtspositie als burger. Zij verzet zich tegen het opdragen van gevechtstaken aan burgerpersoneel. Nederlandse titel: „Eerste organisatie voor burgerpersoneel van de krijgsmacht opgericht: ‘Personeelsraden oprichten en arbeidsvoorwaarden verbeteren’”. Nederlandse titel: „Organisatie van burgerpersoneel van de krijgsmacht wil bij de ILO een klacht indienen tegen de regering wegens schendingen van arbeidsrechten”.

KSCME werd op 10 februari 2025 opgericht door toenmalige en voormalige burgerambtenaren, samen met het Center for Military Human Rights Korea, de State Public Officials' Labor Union en de Korean Government Employees' Union. Nederlandse titel: „Korean Solidarity of Civilian Military Employees opgericht; streeft stapsgewijs naar vakbondsvorming”. In augustus 2026 diende KSCME samen met beide vakbonden een klacht in bij de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) over vermeende schendingen van de vrijheid van vereniging en het recht op collectief onderhandelen van burgerambtenaren bij de krijgsmacht. Nederlandse titel: „Zuid-Koreaans burgerpersoneel van defensie dient bij de ILO een klacht in over arbeidsrechten”. Nederlandse titel: „Klacht over schendingen van de vrijheid van vereniging en het recht op collectief onderhandelen van burgerpersoneel bij de krijgsmacht in de Republiek Korea”.

Achtergrond en oprichting

Burgerambtenaren bij de Zuid-Koreaanse krijgsmacht worden aangeduid als gunmuwon (군무원). Zij hebben de status van burger, niet van militair, en werken bij militaire eenheden en instellingen in onder meer administratieve, technische, wetenschappelijke en logistieke functies. Nederlandse titel: „Persbericht over de oprichtingspersconferentie van Korean Solidarity of Civilian Military Employees”. Volgens het Zuid-Koreaanse ministerie van Defensie vervullen zij taken die niet op gevechtshandelingen zijn gericht, terwijl gevechtstaken aan militairen in actieve dienst worden opgedragen. Nederlandse titel: „Ook burgerambtenaren bij de krijgsmacht zijn werknemers: een beroep op de internationale gemeenschap”. Ook het Nederlandse ministerie van Defensie heeft burgerpersoneel dat de krijgsmacht ondersteunt, onder meer op het gebied van materieel, ICT en gezondheidszorg.

KSCME maakt bezwaar tegen de beperkingen op het oprichten van personeelsraden en vakbonden voor Zuid-Koreaanse burgerambtenaren bij de krijgsmacht. De organisatie verzet zich ook tegen de toepassing van militaire dienstvoorschriften en het militaire strafrecht op deze medewerkers. Nederlandse titel: „Exclusief: voorstel tot schorsing van de vertegenwoordiger van Korean Solidarity of Civilian Military Employees verworpen: ‘Geen problemen bij de uitvoering van zijn taken’”.

De organisatie kwam voort uit een campagne in 2023 voor een petitie aan de Nationale Vergadering van Zuid-Korea. De campagne, onder leiding van Son Dong-hwa, was gericht op wetswijzigingen ter verbetering van de rechten en arbeidsvoorwaarden van burgerambtenaren bij de krijgsmacht. De petitie kreeg minstens 50.000 handtekeningen en werd doorverwezen naar de defensiecommissie van het parlement. Volgens de oprichtingsdocumenten kwamen de initiatiefnemers op 22 januari 2025 bijeen en werden de registratieprocedures op 3 februari afgerond. Op 10 februari werd de oprichting bekendgemaakt tijdens een persconferentie.

Tijdens die persconferentie verklaarde de organisatie de opvattingen en klachten van burgerambtenaren te willen verzamelen, op te willen treden tegen werkopdrachten die zij onrechtvaardig achtte en te streven naar wetswijzigingen die een ontwikkeling tot personeelsraad of vakbond mogelijk zouden maken.

Doelstellingen

KSCME pleit voor bescherming van de rechtspositie van deze ambtenaren als burgers en een duidelijk onderscheid tussen hun taken en die van militairen. De organisatie verzet zich tegen wat zij omschrijft als de militarisering van burgerpersoneel, waaronder het opdragen van taken die voor gevechtspersoneel zijn bedoeld. Nederlandse titel: „Korean Solidarity of Civilian Military Employees en de beleidsafdeling van het centrale verkiezingsteam van de Democratische Partij sluiten een beleidsakkoord”.

De organisatie wil dat burgerambtenaren het recht krijgen om personeelsraden en vakbonden op te richten of zich daarbij aan te sluiten. Ook bepleit zij dat de wet inzake de rechtspositie en dienstuitoefening van militairen niet op hen wordt toegepast en dat zij in vredestijd niet onder het militaire strafrecht vallen. Daarnaast streeft KSCME naar betere arbeidsvoorwaarden, een betere benutting van hun deskundigheid en meer mogelijkheden om functies op het gebied van defensiebeleid te vervullen bij het ministerie van Defensie en andere beleidsorganen. Nederlandse titel: „Handtekeningenactie voor de waarborging van fundamentele arbeidsrechten van burgerpersoneel bij de krijgsmacht”.

Activiteiten

Arbeidsrechten

Op 12 mei 2026 begon KSCME een handtekeningencampagne voor de arbeidsrechten van burgerambtenaren bij de krijgsmacht. De organisatie vroeg onder meer om vakbondsrechten en om het schrappen van bepalingen die militaire dienstwetgeving op burgerpersoneel van toepassing maken.

Op 15 mei 2026 kondigde KSCME aan een klacht tegen de Zuid-Koreaanse regering te willen indienen bij het Comité voor de Vrijheid van Vakvereniging van de ILO. De organisatie stelde dat burgerambtenaren werknemers waren zonder de status van militair, maar toch waren uitgesloten van de wetgeving voor ambtenarenvakbonden en onderworpen waren aan militaire voorschriften, waaronder fysieke geschiktheidstesten. Het ministerie van Defensie antwoordde dat hun mogelijkheden om werknemersorganisaties op te richten en vakbondsactiviteiten te ontplooien wettelijk waren beperkt omdat zij tot de krijgsmacht behoorden. Het ministerie verklaarde ook geen plannen te hebben om burgerpersoneel gevechtstaken op te dragen.

Op 14 augustus 2026 dienden KSCME, de Korean Government Employees' Union en de State Public Officials' Labor Union de klacht in. Zij betoogden dat het niet erkennen van de vrijheid van vereniging en het recht op collectief onderhandelen van burgerambtenaren bij de krijgsmacht in strijd was met de ILO-verdragen nr. 87 en nr. 98. Zij vroegen om wetswijzigingen en om heroverweging van het militaire strafproces tegen KSCME-vertegenwoordiger Son Dong-hwa.

Volgens de klacht moesten burgerambtenaren deelnemen aan schietoefeningen, oefeningen bij koud weer en militaire appels. Ook zouden medewerkers van een eenheid onder het Eerste Logistieke Ondersteuningscommando van de Zuid-Koreaanse landmacht tijdens een gezamenlijke Zuid-Koreaans-Amerikaanse oefening in maart 2026 helmen en volledige gevechtsuitrusting hebben moeten dragen en een rol bij het geven van dekkingsvuur hebben gekregen.

Beleidsvoorstellen en samenwerking

Op 27 mei 2025 sloot KSCME een beleidsakkoord met de beleidsafdeling van het centrale verkiezingscampagnecomité van de Democratische Partij, voorafgaand aan de Zuid-Koreaanse presidentsverkiezingen van dat jaar. Volgens het Center for Military Human Rights Korea betrof het akkoord de bescherming van de rechtspositie van burgerambtenaren, de verbetering van hun arbeidsvoorwaarden en een betere benutting van hun deskundigheid.

Dienstvoorschriften en arbeidsomstandigheden

KSCME en het Center for Military Human Rights Korea maakten bezwaar tegen de toepassing van militaire haarvoorschriften op burgerambtenaren. In oktober 2025 meldde het centrum dat een medewerker van het Hoofdstedelijk Legerkorps een salariskorting voor twee maanden had gekregen omdat hij niet aan die voorschriften voldeed. Nederlandse titel: „Burgerambtenaar krijgt twee maanden salariskorting omdat hij zijn haar niet als een militair liet knippen”. In april 2026 berichtte MBC dat de duur van een salariskorting voor een medewerker van de 17e Infanteriedivisie na herbeoordeling was teruggebracht van twee maanden tot één maand. Nederlandse titel: „Exclusief: twee maanden salariskorting voor een burgerambtenaar wegens een ‘ongepast kapsel’; na herbeoordeling teruggebracht tot één maand”. In mei meldde de omroep dat de straf voor een medewerker van het Hoofdstedelijk Legerkorps was teruggebracht tot een berisping. Nederlandse titel: „Exclusief: disciplinaire straf voor een burgerambtenaar die zijn haar niet als een militair liet knippen? Na herbeoordeling teruggebracht tot een berisping”. KSCME betwistte de wettelijke grondslag voor het toepassen van dezelfde haarvoorschriften op militairen en burgerpersoneel. De organisatie overwoog bestuursrechtelijke procedures en een toetsing van de voorschriften aan de grondwet.

Op 26 augustus 2026 gaf het ministerie van Defensie de krijgsmachtdelen opdracht de beperkingen op de haarlengte van burgerambtenaren af te schaffen. De verplichting het haar verzorgd te houden bleef bestaan. Nederlandse titel: „Ministerie van Defensie schrapt beperkingen op de haarlengte van burgerpersoneel, rekening houdend met de burgerstatus van deze medewerkers”. Nederlandse titel: „Ministerie van Defensie past haarvoorschriften voor burgerpersoneel alsnog aan; solidariteitsorganisatie noemt dit ‘een vanzelfsprekende maatregel’”. KSCME verwelkomde de wijziging en vroeg om bredere hervormingen van praktijken waarbij burgerambtenaren volgens de organisatie als gevechtspersoneel werden behandeld. In september 2026 liep nog een bestuursrechtelijke procedure van een van de bestrafte medewerkers tegen de verlaagde straf. Nederlandse titel: „Exclusief: ministerie van Defensie herziet haarvoorschriften voor burgerpersoneel: ‘Verzorgd haar, zonder beperking van de lengte’”.

Op 10 september 2026 berichtte MBC dat de landmacht een vijfdaags trainingsprogramma ter verbetering van de lichamelijke conditie had uitgebreid tot burgerambtenaren. KSCME vond het ongepast om burgerpersoneel zonder gevechtstaken te verplichten deel te nemen aan training die de fysieke geschiktheid voor gevechtstaken moest verbeteren. De organisatie vroeg om vrijstelling voor burgerpersoneel en om heroverweging van de grondslag voor de verplichte deelname. De landmacht verklaarde dat het programma bedoeld was om de conditie en de saamhorigheid binnen eenheden te verbeteren en bestreed dat het om intensieve training onder dwang ging. Zij erkende dat de communicatie over de deelname van burgerpersoneel bij sommige eenheden tekort was geschoten en kondigde aan de uitvoering van het programma aan te passen. Nederlandse titel: „Exclusief: verplichte deelname aan een fitnessprogramma ter vervanging van militaire veldoefeningen leidt tot protest onder burgerambtenaren”.

Onderzoek en vervolging van Son Dong-hwa

Son Dong-hwa, die de petitiecampagne van 2023 leidde en later vertegenwoordiger van KSCME werd, was onderwerp van een onderzoek door het Defense Counterintelligence Command, de militaire contra-inlichtingendienst. Hij werd ervan verdacht interne documenten openbaar te hebben gemaakt over beperkingen op het gebruik van iPhones in militaire veiligheidszones. In april 2026 ging het militaire openbaar ministerie over tot vervolging wegens het vermeende openbaar maken van die documenten en wegens vermeende politieke activiteiten. Het Center for Military Human Rights Korea, KSCME en vakbonden uit de publieke sector stelden dat de vervolging een vergeldingsmaatregel was voor zijn inzet voor de rechten van burgerambtenaren bij de krijgsmacht. Nederlandse titel: „Persconferentie tegen de onderdrukking van fundamentele arbeidsrechten van burgerpersoneel bij de krijgsmacht en vervolging uit vergelding”. Nederlandse titel: „Center for Military Human Rights Korea: ‘Militaire aanklagers vervolgen burgerambtenaar uit vergelding voor zijn oproep tot betere arbeidsvoorwaarden’”.