De Netherlands Indies Government Information Service (NIGIS) was de civiele voorlichtings- en propagandadienst van de Nederlands-Indische overheid in Australië tijdens de Tweede Wereldoorlog. De dienst werd in april 1942 opgericht, kort na de Japanse verovering van Nederlands-Indië, en was aanvankelijk gevestigd in Melbourne. NIGIS verzorgde de informatievoorziening aan pers en publiek, maakte interne berichten voor de Nederlands-Indische autoriteiten, voerde anti-Japanse propaganda, luisterde Japanse radio-uitzendingen af en vervaardigde radio-uitzendingen, pamfletten, tijdschriften, films en foto's.
De dienst werkte nauw samen met de militaire inlichtingendienst NEFIS en later met de NICA, maar behield een civiele status. Daarmee vervulde NIGIS een andere functie dan NEFIS: waar de laatste zich vooral bezighield met militaire inlichtingen, ondervragingen en geheime operaties, was NIGIS in de eerste plaats gericht op berichtgeving, publieke voorlichting en propaganda. Na de terugkeer van de Nederlands-Indische regering naar Batavia werd NIGIS in oktober 1945 omgevormd tot de Regerings Voorlichtings Dienst (RVD).
Oprichting en organisatie Na de capitulatie van Nederlands-Indië in maart 1942 bevond een deel van het Nederlands-Indische bestuursapparaat zich in Australië. Huib van Mook stelde in april 1942 de Nederlandsch-Indische Commissie voor Australië en Nieuw-Zeeland in. Deze commissie kreeg onder meer de opdracht een informatiedienst op te zetten in samenwerking met de in Australië aanwezige onderdelen van de Koninklijke Marine en het KNIL. Vrijwel onmiddellijk daarna werd NIGIS opgericht.
De dienst stond aanvankelijk onder Loekman Djajadiningrat. Kort daarna kwam de dagelijkse leiding bij luitenant-ter-zee der eerste klasse Huibert Victor Quispel te liggen, die vanuit Ceylon naar Melbourne werd gestuurd en eerder hoofd van de Marinevoorlichtingsdienst in Nederlands-Indië was geweest. Vanaf december 1942 oefende Charles van der Plas, als voorzitter van de Nederlandsch-Indische Commissie, grote invloed uit op het voorlichtingsbeleid. Hij formuleerde in 1943 de richtlijnen voor NIGIS en maakte uit hoofde van zijn functie deel uit van het geallieerde Allied Political Warfare Committee.
NIGIS vestigde zich in Temple Court aan 422 Collins Street in Melbourne. Een voorstel van marinecommandant Conrad Helfrich om NIGIS bij de militaire NEFIS onder te brengen werd door Van Mook afgewezen. Van Mook wilde dat de voorlichtingsdienst zijn civiele karakter behield en niet onder militair gezag kwam te staan.
In 1944 werd een belangrijk deel van het Nederlands-Indische bestuursapparaat geconcentreerd rond Camp Columbia in Wacol, bij Brisbane. Ook NIGIS, NICA en NEFIS verplaatsten werkzaamheden vanuit Melbourne naar Wacol om de Nederlands-Indische bestuursorganisatie daar te ondersteunen. Melbourne bleef daarnaast als werkpunt functioneren; uit stukken over de activiteiten van Joris Ivens blijkt dat daar ook in 1945 nog een NIGIS-afdeling werkzaam was.
Werkzaamheden NIGIS had drie centrale taken: algemene informatievoorziening aan publiek en pers, interne berichtgeving aan de Nederlandsch-Indische Commissie en propaganda tegen Japan. Voor deze werkzaamheden beschikte de dienst over verschillende gespecialiseerde afdelingen.
Pers en publicaties De persafdeling verstrekte berichten aan Australische en andere geallieerde media. NIGIS gaf daarnaast het Nederlandstalige tijdschrift Oranje uit. Correspondenten en medewerkers leverden teksten aan kranten in Australië en berichtten niet alleen over Nederlands-Indië en de oorlog tegen Japan, maar ook over gebeurtenissen in Europa en andere delen van de geallieerde oorlogvoering.
Voor Indonesische lezers verscheen vanaf 1942 Penjoeloeh (De Fakkel). De Indonesische afdeling stond onder leiding van Boerhanoeddin Harahap, een voormalige politieke gevangene uit Boven-Digoel. Hij was tevens betrokken bij de redactie van het blad.
Penjoeloeh werd mede geschreven en vertaald door voormalige politieke gevangenen uit Boven-Digoel. Dit leidde tot een opmerkelijke samenwerking: Indonesische nationalisten en communisten die vóór de oorlog door het Nederlands-Indische koloniale bestuur waren geïnterneerd, werkten tijdens de Japanse bezetting samen met datzelfde bestuur in de strijd tegen Japan.
In maart 1943 waren ongeveer vijfhonderd politieke gevangenen uit Boven-Digoel naar Australië overgebracht. Nadat voormalige gevangenen beschikbaar kwamen voor anti-Japans werk, betrok Van der Plas een aantal van hen bij propaganda en voorlichting. Uit dezelfde kring ontstond in 1944 de Serikat Indonesia Baroe (SIBAR, Vereniging voor een Nieuw Indonesië), waarmee Van der Plas eveneens samenwerkte. De tijdelijke samenwerking berustte vooral op het gemeenschappelijke verzet tegen Japan en verloor na de Japanse capitulatie haar politieke basis, toen de Nederlandse en Indonesisch-nationalistische doelstellingen steeds verder uiteenliepen.
Radio, luisterdienst en pamfletten Een belangrijk onderdeel van NIGIS was de Monitoring Service. Deze luisterdienst ving radio-uitzendingen uit het door Japan bezette Nederlands-Indië op en verwerkte de inhoud tot zogenoemde monitoring reports. Vanuit Melbourne bleek de ontvangst van Japanse zenders in Bandung onvoldoende. In overleg met de Australische autoriteiten werd de luisterdienst daarom naar Broome aan de westkust van Australië verplaatst.
Een andere afdeling maakte anti-Japanse radioprogramma's die naar Nederlands-Indië werden uitgezonden. NIGIS verzorgde ook teksten en ontwerpen voor propagandapamfletten die vanuit geallieerde vliegtuigen boven bezet gebied werden uitgeworpen. Van der Plas werkte daarbij samen met geallieerde instanties voor politieke oorlogvoering.
De combinatie van luisteren en uitzenden had twee doelen: informatie verzamelen over omstandigheden in het bezette gebied en tegelijkertijd de bevolking en geallieerde strijdkrachten voorzien van berichten die het Nederlandse en geallieerde standpunt ondersteunden. Ook vanuit San Francisco werden uitzendingen naar Nederlands-Indië verzorgd onder toezicht van het Amerikaanse Office of War Information.
Film en fotografie In juli 1944 richtte NIGIS een afzonderlijke Film and Photo Unit op voor de visuele voorlichting. De afdeling stond onder leiding van de Australiër F. Daniell en beschikte volgens de inventaris van het Indonesische nationale archief over ongeveer zeventig medewerkers. De fotografen en filmers documenteerden militaire oefeningen en operaties, Nederlands-Indische bestuursactiviteiten, bevrijde gebieden, krijgsgevangenen, maatschappelijke gebeurtenissen en het dagelijks leven in Australië en Nederlands-Indië.
Voorlichting en propaganda liepen daarbij in elkaar over. Foto's werden gebruikt in persberichten, brochures, tijdschriften en pamfletten. NIGIS produceerde ook films, waaronder The Indies are Calling!, die op verzoek van het Ministerie van Koloniën in Londen werd gemaakt. De film moest vrijwilligers werven voor de strijd tegen Japan en het publiek een beeld geven van de gebieden die op Japan werden heroverd.
In 1945 kwam documentairemaker Joris Ivens, die door de Nederlandse regering tot filmcommissaris voor Nederlands-Indië was benoemd, in Australië in contact met NIGIS. Hij ontmoette Quispel en F. Daniell en werkte enige tijd naast de Film and Photo Unit, maar zijn eigen filmeenheid bleef organisatorisch zelfstandig. Ivens was kritisch over de kwaliteit van het bestaande filmmateriaal en zijn verhouding met de Nederlands-Indische autoriteiten verslechterde in de loop van 1945. Na de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring koos hij openlijk de zijde van de Indonesische onafhankelijkheidsbeweging. Zijn documentaire Indonesia Calling! over de boycot van Nederlandse schepen door Australische havenarbeiders stond politiek vrijwel tegenover de koloniale boodschap die NIGIS tot dan toe had uitgedragen.
Van oorlog naar Indonesische Revolutie thumb|Nationalistische leuzen op het Van Heutsz-monument in Batavia, gefotografeerd onder auspiciën van de NIGIS Film and Photo Unit in oktober 1945.
Na de Japanse capitulatie veranderde de politieke omgeving waarin NIGIS opereerde ingrijpend. Op 17 augustus 1945 riepen Soekarno en Mohammad Hatta de onafhankelijkheid van Indonesië uit, terwijl de Nederlands-Indische regering zich voorbereidde op terugkeer. De eerste NIGIS-medewerkers die het voormalige bezette gebied binnengingen, waren public relations officers die werden verbonden aan NICA-detachementen.
De fotografische werkzaamheden gingen in deze overgangsperiode door. NIGIS-fotografen legden niet alleen de terugkeer van Nederlandse en geallieerde autoriteiten vast, maar ook de snel veranderende politieke situatie. Een in oktober 1945 in Batavia gemaakte opname van het monument voor gouverneur-generaal Van Heutsz toont bijvoorbeeld Indonesisch-nationalistische leuzen die op het monument waren aangebracht.
Toen de Nederlands-Indische regering in oktober 1945 naar Batavia terugkeerde, werd de naam NIGIS gewijzigd in Regerings Voorlichtings Dienst (RVD). Deze dienst ressorteerde rechtstreeks onder de luitenant-gouverneur-generaal. De RVD kwam aanvankelijk onder leiding van prof. dr. K. Posthumus en kreeg naast het hoofdkantoor in Batavia voorlichtingskantoren in Semarang, Soerabaja en Makassar. Daarmee eindigde NIGIS als afzonderlijke organisatie, maar een groot deel van haar voorlichtings-, radio-, pers- en fotografische werkzaamheden werd binnen de RVD voortgezet.
Archieven en beeldcollecties Van NIGIS is een omvangrijk archief bewaard gebleven. In het Nationaal Archief bevinden zich onder meer stukken over de oprichting en organisatie van de dienst en in het particuliere archief van Charles van der Plas bevindt zich een geheim rapport van H.V. Quispel over de taak en organisatie van NIGIS. Ook zijn daar stukken over propaganda, radiotoespraken en contacten met geallieerde voorlichtingsorganisaties aanwezig.
Een bijzonder grote collectie berust bij het Arsip Nasional Republik Indonesia (ANRI). Alleen al de inventaris van de Australische NIGIS-fotocollectie omvat 3.212 foto's. Daarvan hebben 1.417 opnamen betrekking op Melbourne, 1.022 op Sydney en 478 op Brisbane en Queensland; daarnaast zijn er kleinere aantallen uit andere delen van Australië. ANRI beheert tevens afzonderlijke NIGIS-collecties over onder meer Nieuw-Guinea, Bali, Java en gebieden buiten Indonesië.
De archiefinventarissen gebruiken de benaming NIGIS soms ook voor fotografische reeksen die doorlopen tot 1946 of 1947. Institutioneel was de naam van de dienst volgens het Nationaal Archief echter al in oktober 1945 gewijzigd in RVD. Het omvangrijke beeldarchief vormt tegenwoordig een belangrijke bron voor onderzoek naar de oorlog in Nederlands-Indië, het Nederlands-Indische bestuur in ballingschap, de terugkeer na de Japanse capitulatie en het begin van de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog.
Zie ook Netherlands Forces Intelligence Service Netherlands Indies Civil Administration Camp Columbia (Wacol)
Bronnen, noten en/of referenties
Categorie:Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië Categorie:Propaganda