De Warande is een straat in de Rotterdamse wijk Rubroek, in het stadsdeel Kralingen-Crooswijk. De straat loopt tussen de Vondelweg en de Boezemweg en wordt over een belangrijk deel begeleid door een brede groenzone.

De naam heeft een veel oudere oorsprong. Aan de oostzijde van het middeleeuwse Rotterdam lag vanaf 1358 een stadsvest die bekendstond als de Warande, Warandevest of Oude Oostsingel. Deze lag aanzienlijk verder naar het oosten dan de latere Goudsesingel. In 1505 werd de verdedigingslinie naar binnen verlegd, maar het oude tracé bleef eeuwenlang herkenbaar in de verkaveling en werd later gedeeltelijk gevolgd door de Lange Warande. Na het bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940 werd het gebied opnieuw ingericht. In de wederopbouwplannen van stadsarchitect Willem Gerrit Witteveen kreeg de Warande een nieuwe rol als onderdeel van een brede groene verbinding tussen de binnenstad en Kralingen.

Ligging en huidige situatie De huidige Warande loopt in oostelijke richting van de Vondelweg naar de Boezemweg en ligt ten noorden van het tijdens de Tweede Wereldoorlog gebouwde woongebied Wereldhaven. Dit gebied wordt begrensd door de Goudsesingel, Vondelweg, Warande en Boezemsingel.

Aan de Warande zijn 38 adressen geregistreerd, met de huisnummers 31 tot en met 105 en postcode 3031 PX. De geadresseerde bebouwing heeft een woonfunctie en dateert uit 1983. Langs de straat ligt openbaar groen. Bij de Herman Robbersstraat bevindt zich de gemeentelijke speelplek De Warande.

Geschiedenis Middeleeuwse stadsvest Op 8 mei 1358 verleende Albrecht van Beieren Rotterdam een privilege waarbij de stadsvrijheid aan de westzijde werd uitgebreid met het ambacht Rodezand en de stad het recht kreeg om nieuwe vesten te graven. Rotterdam kreeg hierdoor een min of meer ronde omtrek met een oppervlakte van ongeveer 74 hectare. De begrenzing liep langs het Hof van Weena in het noorden, de huidige Coolsingel in het westen, de Blaakvest in het zuiden en de Warande of Oude Oostsingel in het oosten.

De vesten bestonden uit brede grachten met aan de stadszijde een aarden wal van ongeveer twee tot drie meter hoog en acht meter breed. Op de wal stond een houten omheining die in de middeleeuwse stadsrekeningen als wagenscot werd aangeduid. Vanaf het einde van de veertiende eeuw werd een deel van de verdediging vervangen door stenen stadsmuren.

De omwalling was ruim opgezet ten opzichte van de toenmalige omvang van Rotterdam. Rond 1400 telde de stad naar schatting ongeveer 2500 inwoners en omstreeks 1500 ongeveer 5000. Grote delen van het terrein binnen de Warande waren daardoor nog onbebouwd.

Verlegging naar de Goudsevest Na de Jonker Fransenoorlog van 1488–1490 werden de Rotterdamse verdedigingswerken vernieuwd. Daarbij werd besloten de oostelijke vest dichter bij de bestaande bebouwing te leggen. De werkzaamheden waren al aan het begin van de zestiende eeuw begonnen; in 1505 werd de verlegging formeel vastgelegd.

De Warandevest werd vervangen door de nieuwe Goudsevest. Ook de Goudse poort werd verplaatst en kwam bij de huidige kruising van de Kipstraat en de Goudsesingel te liggen. De landstad kreeg hierdoor de kenmerkende vorm die te zien is op de kaart van Jacob van Deventer uit het midden van de zestiende eeuw.

thumb|right|260px|Rotterdam omstreeks 1560 op de kaart van Jacob van Deventer, na de verlegging van de oostelijke stadsvest naar de Goudsevest.

De ongeveer 3,5 kilometer lange omwalling werd door de verlegging slechts circa honderd meter korter, maar het omsloten stadsgebied nam met ongeveer 13,5 hectare af. Als mogelijke verklaring voor de ingreep is genoemd dat de ruime omwalling moeilijk te verdedigen was en er onvoldoende gewapende burgers beschikbaar waren om de gehele verdedigingslinie te bemannen. Bovendien lagen binnen de oude vest nog grote terreinen braak.

Toen Rotterdam vanaf de tweede helft van de zestiende eeuw opnieuw sterk groeide, werd de oude oostelijke stadsgrens niet hersteld. De belangrijkste uitbreiding vond plaats aan de zijde van de Nieuwe Maas, waar op buitendijkse gronden de Waterstad ontstond. Deze vormde samen met de oudere landstad de latere Stadsdriehoek.

Lange Warande Hoewel de middeleeuwse Warandevest na 1505 haar verdedigingsfunctie verloor, bleef haar verloop in het landschap herkenbaar. Archeoloog C. Hoek stelde vast dat de loop van de in 1358 aangelegde vest op zeventiende-eeuwse kaarten nog duidelijk zichtbaar was in de verkaveling buiten de Goudsevest. Tot 14 mei 1940 volgden de Boschlaan, Jan van Loonslaan en Lange Warande gedeelten van dit oude tracé.

thumb|right|260px|Rotterdam op een omstreeks 1690 uitgegeven kaart van Frederik de Wit. Rechtsboven, buiten de Goudsevest, is het gebogen tracé van de voormalige Warandevest nog duidelijk herkenbaar in de verkaveling.

De Lange Warande lag aanvankelijk buiten de dichtbebouwde stad. Op de kadastrale kaart van Rotterdam uit 1830 is de naam al als geografische aanduiding opgenomen. Het gebied had lange tijd een landelijk karakter met onder meer tuinen, blekerijen en warmoezerijen.

Vanaf het midden van de negentiende eeuw werd Rubroek steeds sterker verstedelijkt. In het kader van Roses Waterproject en de uitbreiding van Rotterdam buiten de voormalige vesten werden nieuwe straten aangelegd door het oude lanengebied. Tussen 1866 en 1868 verrees tussen de Wafellaan en de toen nog landelijk gelegen Lange Warande de Veemarkt. Daarna werd het omliggende gebied geleidelijk dichtbebouwd.

Bombardement en wederopbouw Bij het bombardement van 14 mei 1940 werd behalve een groot gedeelte van de Rotterdamse binnenstad ook het zuidwestelijke deel van Kralingen en Rubroek verwoest. Daarmee verdween de vooroorlogse bebouwing rond de Lange Warande en werd de bestaande stratenstructuur grotendeels uitgewist.

Stadsarchitect W.G. Witteveen kreeg vier dagen na het bombardement opdracht een plan voor de wederopbouw van Rotterdam te maken. In zijn eerste ontwerpen kwam het doortrekken van de Warande al voor. Hij voorzag hier een zeer brede groenzone die vanaf de binnenstad door Kralingen zou lopen, voorbij de Joodse begraafplaats en in de richting van de Oudedijk en Oostzeedijk.

thumb|right|260px|Wederopbouwplan van Witteveen uit 1941. In het gebied ten oosten van de binnenstad was de Warande gedacht als onderdeel van een brede groene verbinding.

Aan de zuidzijde van de Warande begon in april 1941 de bouw van het wooncomplex Wereldhaven. De eerste woningen werden tijdens de bezetting gebouwd; een tweede gedeelte werd na de oorlog voltooid. Een overeenkomstig woningbouwgedeelte dat aan de noordzijde van de Warande was gepland, werd niet uitgevoerd.

In Witteveens stedenbouwkundige opzet moest de groenzone bij de Warande onderdeel worden van een groene ontsluitingsweg, een zogenoemde park lane, in de richting van het Kralingse Bos. Het plan werd na de oorlog slechts gedeeltelijk uitgevoerd en later gewijzigd. De huidige Warande geldt als een overblijfsel van deze geplande groene stadsas. De bredere gedachte van een groene verbinding naar Kralingen bleef in de naoorlogse stedenbouw gedeeltelijk herkenbaar in onder meer de Warande en de verder oostelijk gelegen Gerdesiaweg.

Zie ook Goudsesingel Stadsdriehoek Rubroek Bombardement op Rotterdam Geschiedenis van Rotterdam

Bronvermelding

Categorie:Straat in Rotterdam Categorie:Kralingen-Crooswijk Categorie:Geschiedenis van Rotterdam