miniatuur|Villa Les Délices in Genève miniatuur|Portret van Voltaire aldaar miniatuur|Theodore Besterman, bezieler achter het Voltairemuseum Les Délices is een 18e-eeuwse villa in Genève, Zwitserland. Het staat in de wijk Délices-Grottes, nabij de Rhône. Het was van 1755 tot 1760 de woning van de filosoof en vrijdenker Voltaire, die de naam ‘Les Délices’ aan de villa gaf. Sinds 1952 is Les Délices een museum: aanvankelijk onder de naam Institut et Musée Voltaire en sinds 2013 als Musée Voltaire de la Bibliothèque de Genève. Historiek Voltaire Jean-Jacques Millet, een bankier in Genève, bezat een buitenverblijf buiten de middeleeuwse stadsmuren van Genève (circa 1750). De villa was gelegen op de heuvel Saint-Jean. De villa met het uitgestrekte domein was bekend als ‘la propriété de Saint-Jean’. Het was ooit deel van het grootgrondbezit van de aartsbisschoppen van Lyon.
Voltaire en zijn nicht en levensgezellin Marie-Louise Mignot waren op zoek naar een woning in Genève (1755). De reden was dat zij buiten het rechtsgebied van de Franse Kroon wilden blijven. De Franse autoriteiten zochten redenen om Voltaire voor de rechter te krijgen omwille van wat hij publiceerde. In het kanton Genève konden katholieken destijds geen huiseigenaar worden; Voltaire was weliswaar antikatholiek en antiklerikaal doch was afkomstig van katholieke huize en dus gold deze Geneefse regel ook voor hem. Vrienden van Voltaire lieten hem tijdelijk logeren. Jean-Jacques Millet was bereid zijn buitenverblijf aan Voltaire en Mignot te verhuren. De villa was volledig bemeubeld. Het keek uit op de hellingen neerwaarts richting rechter Rhôneoever. Op 1 februari 1755 kreeg Voltaire officiële toelating om te verblijven in Genève. Een maand later, op 1 maart 1755, trok hij in in de villa. Dat dit een maand duurde had te maken met de harde onderhandeling over de huurprijs.
Voltaire was gecharmeerd door de lange galerij die hij als theater inrichtte. Nochtans waren theaterstukken verboden in de stad Genève.
De twee bekendste werken die Voltaire in Genève schreef waren Candide en een Gedicht over de Aardbeving in Lissabon in 1755. Hij liet daarnaast struiken en kruiden planten, alsook fruitbomen. Op het domein Les Délices werkten vier tuinmannen, twaalf bedienden en twintig werklui. Dat het domein ooit tot de aartsbisschoppen van Lyon deed hem ontvallen: “Saint-Jean que j’appelle Les Délices appartenait autrefois aux archévêques de Lyon. Il leur en reste assez” vertaald in het Nederlands: “Saint-Jean dat ik Les Délices noem, behoorde destijds tot de aartsbisschoppen van Lyon. Er rest nog genoeg in hun bezit.” In 1758 schreef hij een gedicht over de villa, waarin hij zijn geluk uitdrukte over de rust, studiesfeer en artistieke vrijheid die er heersten.
Voltaire kreeg last van de autoriteiten van Genève; dezen verweten hem immorele activiteiten in de villa te bedrijven. In 1760 trokken Voltaire en Mignot weg. Ze verhuisden naar Ferney in Frankrijk. Jean-Jacques Millet verkocht de villa aan de familie Tronchin (1765).
Na hem De familie Tronchin trok in in Les Délices (1765). Het was het geboortehuis van Hélène de Gingins, een salonnière en feministe (1828-1905). In de jaren 1830 gebruikte haar vader Henri Tronchin (1794-1865), kolonel in het Geneefse leger, Les Délices als magazijn voor bijbels. Dit gaf aanleiding tot sceptische commentaren over de antichristelijke nalatenschap van Voltaire in Les Délices.
In 1929 kocht de stad Genève Les Délices. Een klein museum over Voltaire opende er de deuren in 1945.
Theodore Besterman (1904-1976) was een Britse self-made bibliograaf die de werken van Voltaire doorgrondde. Hij contacteerde het stadsbestuur circa 1950 met de vraag om in de villa een onderzoekscentrum op te richten. Dit centrum moest het werk van Voltaire inventariseren, vooral het niet-gepubliceerde werk. Als tegenprestatie schonk Besterman zijn collectie Voltaire-geschriften, die hij over de jaren had verzameld, aan het centrum.
Musée Voltaire de la Bibliothèque de Genève In 1952 opende het Institut et Musée Voltaire. Besterman woonde in de villa. Besterman publiceerde zijn bevindingen over Voltaires werk en zorgde voor vertalingen van het Frans naar het Engels. De gehele correspondentie van Voltaire, die uit meer dan 20.000 brieven bestond, publiceerde hij in 107 volumes (1953-1965). Hij beriep zich op originele brieven en op kopieën die hij her en der had bekomen. Eind van de jaren 1960 kwam het tot een dispuut tussen Besterman en de stad Genève. Besterman trok naar de universiteit van Oxford.
Nadien werd de museumcollectie eigendom van de Bibliothèque de Genève. Deze bibliotheek wordt gezamenlijk beheerd door de stad Genève en de Universiteit van Genève. Deze stelt het archief over Voltaire open aan filologen. Verder bezit het museum schilderijen en een buste van Voltaire. Van 1989 tot 1993 werd het pand volledig gerenoveerd, en dit naar aanleiding van de 300e verjaardag van Voltaire. Sinds 2013 heeft het museum de naam Musée Voltaire de la Bibliothèque de Genève.
Categorie:Bouwwerk in Genève Categorie:Voltaire Categorie:Bibliotheek in Zwitserland Categorie:Museum in Zwitserland