De neushelm was een type helm die werd gekenmerkt door de aanwezigheid van een neusbeschermer, een enkele metalen strip die vanaf de schedel of voorhoofdsband over de neus liep en zo het gezicht beschermde. Hij was van West-Europese oorsprong en werd gebruikt vanaf het einde van de 9e eeuw tot ten minste ca. 1250.
Vroege vormen
De neushelm verscheen aan het einde van de 9e eeuw in heel West-Europa en werd de meest voorkomende vorm van hoofdbescherming. Hij verving eerdere helmtypen waarvan het ontwerp uiteindelijk gebaseerd was op laat-Romeinse modellen zoals de kamhelm en vroege helmen van het spangenhelm-type. De eerste neushelmen hadden over het algemeen een kegelvorm. De schedelkap kon uit één enkele ijzeren plaat bestaan of uit meerdere segmenten (zoals bij de spangenhelm) zijn opgebouwd. Schedelkappen uit één stuk, die technisch gezien moeilijker te produceren zijn, werden in de loop der tijd steeds gebruikelijker naarmate de metallurgische vaardigheden toenamen.
De neusbeschermers van eerdere helmen waren meestal met klinknagels aan de helm bevestigd, hetzij direct, hetzij als onderdeel van een T-vormig, gecombineerd neus- en wenkbrauwstuk.
Latere ontwikkelingen
In de loop van de 12e eeuw waren neushelmen met een naar voren gebogen punt (de "Frygische muts"-vorm) wijdverbreid. Het is mogelijk dat de afbuiging van de top van de schedel het gevolg was van het feit dat de voorkant van de helm dikker was gemaakt dan de rest van de helm tijdens het proces van het omhoogbrengen van de schedelkap uit plaatstaal.
Hoewel de kegelvormige helm nog steeds in gebruik was, nam de populariteit ervan af in de tweede helft van de 12e eeuw en kwamen ronde neushelmen in de mode:
Naar het aan het einde van de 12e eeuw toe kregen deze helmen had een plattere bovenkant en een meer vierkant profiel. Dit was de voorloper van diepe, cilindrische helmen met betere gezichtsbescherming. De bestaande neusbescherming vormde de basis voor een verbeterde gezichtsbescherming, die rond 1200, resulteerde in een gezichtsbedekkende plaat die geperforeerd was voor zicht, gehoor en ventilatie. Dan zijn we bij de grote helm aanbeland.
Gebruik De neushelm werd gewoonlijk over een maliënkap gedragen, ter bescherming van de onderste delen van het hoofd, de keel en de nek. De kap kon een apart onderdeel van het pantser zijn of een verlengstuk van het maliënkolder zelf.
De aanwezigheid van klinknagels en gaten rond de onderrand van deze helmen geeft aan dat de helmen een voering hadden, hoewel er geen voeringen als zodanig bewaard zijn gebleven.
Afbeeldingen van neushelmen De neusgedeelten van deze helmen waren vaak zo groot dat de drager voor een toeschouwer onherkenbaar was zoals bij het beroemde incident bij de Slag bij Hastings, afgebeeld op het Tapijt van Bayeux, waarbij Willem de Veroveraar zijn helm moest optillen om zijn troepen te laten zien dat hij nog leefde. Neushelmen zijn ook te zien bij een deel van de ridders in de Maciejowski-bijbel uit 1250. Koning Richard I van Engeland wordt afgebeeld met een ronde neushelm op de ruiterzijde (de keerzijde) van zijn eerste Grootzegel dat sinds zijn troonsbestijging van 1189 werd gebruikt. Het is een van de vroegste Engelse afbeeldingen van dit helmtype.
Tentoongestelde neushelmen Hoewel neushelmen veel werden gebruikt in middeleeuws Europa, zijn er weinig exemplaren bewaard gebleven.
Kunsthistorisches Museum, conische neushelm uit de 11-12e eeuw. Metropolitan Museum of Art, licht conische neushelm uit de late 12e - begin 13e eeuw. Dit exemplaar wordt gekenmerkt door de overblijfselen van ingewikkelde vlechtontwerpen, ingelegd in zilverdraad die een christelijk kruis vormen op het voorhoofd en de neusplaat. De 'Wenceslas helm' uit de 10e eeuw genoemd naar Wenceslas de Heilige, met een verzilverde neusplaat. De helm wordt - samen met zijn zwaard - bewaard in de schatkamer van de Praagse Sint-Vitus kathedraal.
Categorie:Hoofddeksel Categorie:Helm Categorie:Militaire beschermende kleding