Kayrasaurus is een geslacht van plantenetende theropode dinosauriërs, behorende tot de Maniraptora, dat tijdens het vroege Krijt leefde in het gebied van het huidige China. De enige benoemde soort is Kayrasaurus changliensis.
Vondst en naamgeving Op 30 december 2025 verwierf het Institute of Vertebrate Paleontology and Paleoanthropology te Beijing, een fossiel afkomstig van het dorp Dabangou bij de stad Beipiao in de provincie Liaoning. Het werd geprepareerd door Ding Xiaoqing.
In 2026 werd de typesoort Kayrasaurus changliensis benoemd en beschreven door Liao Chunchi, William James Freimuth, Lindsay Elizabeth Zanno en Xu Xing. De geslachtsnaam verwijst naar Kayra, de scheppergod in de Turkse mythologie en de vader van Erlik, de god van de onderwereld waarnaar de jongere verwant Erlikosaurus is vernoemd. De soortaanduiding verwijst naar de herkomst uit Changli, de naam voor het vondstgebied in de tijd van de Drie Koninkrijken.
Het holotype, IVPP V 18597, is gevonden in een laag van de Yixianformatie die dateert uit het Barremien-Aptien. Het bestaat uit een gedeeltelijk skelet met schedel. De punt van de staart, sommige handbeenderen, delen van het bekken en beide achterpoten ontbreken. Veel van het skelet ligt in anatomisch verband. Het betreft een onvolgroeid dier.
Beschrijving Grootte en onderscheidende kenmerken Kayrasaurus is een middelgrote therizinosauriër met een lengte van ruim drieënhalve meter en een geschat gewicht van 117 tot 274 kilogram. Dat maakt hem groter dan Beipiaosaurus, de tot dan toe zwaarste bekende therizinosauriër uit de Jeholbiota die 220 centimeter lang werd.
De beschrijvers stelden enkele onderscheidende kenmerken vast. De neusbeenderen reiken ver naar achteren, de voorhoofdsbeenderen rakend midden tussen de oogkassen in plaats van vóór de oogkassen als bij andere therizinosauriërs. De voorste tak van het neusbeen naar de praemaxilla is gevorkt. In de onderkaak staan minstens vijfenveertig kleine tandjes in plaats van minder dan veertig. Het buitenste venster van de onderkaak is driehoekig, met de punt naar voren gericht in plaats van spleetvormig. De halswervels zijn langwerpig waarbij de kortste langer is dan de langste ruggenwervel. Bij de eerste vinger (de tweede vinger in de telling van de beschrijvers) is het bovenste gewrichtsvlak van het eerste kootje breder dan hoog in plaats van andersom. Een opvallende beenlip op het bovenste gewrichtsvlak van de derde vinger (vierde vinger in de alternatieve telling) loopt van dat vlak naar de voorzijde van de vinger in plaats van meer achterwaarts gericht te zijn.
Skelet De schedel is langwerpig met vooraan een tandeloze snuit. Ook het voorste kwart van het bovenkaaksbeen is tandeloos. Er zijn minstens tweeëndertig kleine lansvormige maxillaire tanden per zijde.
De voorste halve centimeter van het dentarium is ook tandeloos. De tanden lopen door over het voorste twee derden deel, korter dan bij Erlikosaurus.
Een basaal laag aantal van tien halswervels is aanwezig. De rug telt vermoedelijk twaalf wervels. Die zijn niet gepneumatiseerd of vergroeid. De ribben zijn opvallend robuust. Het heiligbeen telt vijf wervels. De staart telt minstens tweeëndertig wervels, een basaal hoog aantal en dan is daarin nog niet een mogelijk pygostyle meegenomen, een vergroeid staartuiteinde dat bij het fossiel niet is aangetroffen.
In de schoudergordel zijn schouderblad en ravenbeksbeen vergroeid, een afgeleid kenmerk. Het schoudergewricht is schuin naar beneden gericht in plaats van zijwaarts, een basaal kenmerk. Het schouderblad heeft een verbreed bovenste uiteinde, een basaal kenmerk.
Het opperarmbeen is sterk robuust, een afgeleid kenmerk. De schacht ervan is recht, ook een afgeleid kenmerk. De ellepijp is gebogen, een zeer basaal kenmerk. Basaal ook is het rechte en slanke spaakbeen. De handklauwen zijn kort en gebogen, een basaal kenmerk. De duimklauw is kleiner dan de tweede handklauw, een kenmerk dat eerder alleen bekend was van Beipiaosaurus.
In het bekken heeft het darmbeen een basale parallellogramvorm. Dat wijkt af van de bolle kromming bij afgeleide therizinosauriden. Het is een aanwijzing dat de romp niet geheven gehouden werd. Het aanhangsel voor het schaambeen is wel langer dan dat voor het zitbeen. Het aanhangsel voor het schaambeen is tweemaal langer dan breed als bij Falcarius en Jianchangosaurus maar afwijkend van Beipiaosaurus waar lengte en breedte gelijk zijn en van afgeleide vormen waar de verhoudingen omgekeerd zijn. Het aanhangsel voor het zitbeen is penvormig, een basaal kenmerk.
Fylogenie Kayrasaurus is relatief basaal in de Therizinosauria geplaatst, buiten de Therizinosauroidea en boven Jianchangosaurus in de stamboom.
Literatuur
Categorie:Maniraptora