Yasuhito, prins Chichibu (Tokio, 25 juni 1902 - Fujisawa, Kanagawa, 4 januari 1953), was een Japanse prins, militair en sportbestuurder.

Yasuhito was de tweede zoon van kroonprins Yoshihito en kroonprinses Sadako. Samen met zijn oudere broer Hirohito groeide hij op in het gezin van een gepensioneerde legerofficier. Toen deze overleed, keerden de broertjes terug bij hun ouders. Na de lagere en de middelbare school volgde hij vanaf 1917 een militaire vooropleiding en vanaf 1922 de Keizerlijke Militaire Academie.In dat jaar kreeg hij ook de titel prins Chichibu. Van 1925 tot 1927 studeerde hij in Oxford en bouwde hij goede relaties op met de Britse koninklijke familie. In Engeland beoefende hij verscheidene buitensporten en werd hij in 1928 erelid van de Alpinistenclub. Na de dood van zijn vader keerde hij in januari 1927 terug naar Japan, waar hij nu kroonprins was geworden. Dit bleef hij tot aan de geboorte van prins Akihito in 1933.

Op 28 september 1928 trouwde hij metSetsuko Matsudaira, dochter van de ambassadeur in Amerika en kleindochter van een daimyo onder het oude stelsel. Het huwelijk bleef kinderloos nadat prinses Chichibu een miskraam had gekregen.

In de jaren '30 raakte Japan in roerig politiek vaarwater, waarin de militairen een hoofdrol speelden. Prins Chichibu sympathiseerde met de uiterst rechtse flank van de strijdkrachten en oefende tevergeefs druk uit op zijn broer Hirohito om de partijen te ontbinden en een autocratisch bewind in te stellen. Hij werd ook verdacht van steun aan de mislukte staatsgreep van 26 februari 1936. De keizer stuurde hem en zijn vrouw daarna naar Europa voor een goodwillreis, waarbij hij de hoven van Zweden en Nederland aandeed en de kroning van de Britse koning George VI bijwoonde. Zonder de prinses reisde hij vervolgens naar Neurenberg, waar hij de Reichsparteitag bijwoonde en met Hitler sprak.

Terug in Japan maakte hij regelmatig ruzie met zijn broer over het aangaan van een bondgenootschap met Duitsland tegen Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. Als bateljonscommandant en later kolonel werd hij naar Mansjukwo en naar Nanjing gestuurd, maar hij was niet betrokken bij de Japanse oorlogsmisdaden daar. In juni 1940 kreeg hij tuberculose en moest hij zich terugtrekken in een villa aan de voet van de berg Fuji. Na de oorlog beperkten zijn activiteiten zich tot het voorzitterschap van de Japanse rugbybond en andere bestuursfuncties in de sport. Hij overleed op 50-jarige leeftijd in 1953.

Categorie:Japanse keizerlijke familie