De Slag om de Tjiater-pas was een veldslag tussen Japanse en geallieerde strijdkrachten op Java van 5 tot en met 7 maart 1942, tijdens de Japanse invasie van Nederlands-Indië. De strijd vond plaats bij de Tjiater-pas, tegenwoordig bij Ciater in West-Java, en draaide om de toegang tot de hoogvlakte van Bandung. Aan geallieerde zijde vochten voornamelijk eenheden van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL), ondersteund door geallieerde luchtstrijdkrachten. De Japanse aanval werd uitgevoerd door troepen onder kolonel Toshinari Shōji.
De Japanse overwinning maakte de verdere opmars naar Bandung mogelijk. Omdat zich daar de belangrijkste geallieerde militaire en civiele hoofdkwartieren en duizenden vluchtelingen bevonden, was besloten een gevecht om de stad zo veel mogelijk te voorkomen. Het verlies van de Tjiater-pas was daardoor een belangrijke stap naar de capitulatie van de geallieerde strijdkrachten op Java enkele dagen later.
Achtergrond Na de Japanse aanval op Zuidoost-Azië in december 1941 rukten Japanse strijdkrachten snel op door Nederlands-Indië. De geallieerde vloot leed op 27 februari 1942 een zware nederlaag in de Slag in de Javazee, waardoor Japanse troepen vrijwel ongehinderd op Java konden landen.
In de nacht van 28 februari op 1 maart landden Japanse eenheden op verschillende plaatsen aan de kust van Java. Een detachement onder leiding van kolonel Toshinari Shōji landde bij Eretan Wetan aan de noordkust van West-Java en trok snel het binnenland in. Op 1 maart veroverden zijn troepen het strategisch belangrijke vliegveld Kalidjati. Pogingen van het KNIL om het vliegveld op 2 en 3 maart te heroveren mislukten.
De Japanse opmars bedreigde vervolgens Bandung. De stad lag op een hoogvlakte die vanuit het noorden slechts via enkele berijdbare bergpassen goed bereikbaar was. Een daarvan was de Tjiater-pas, aan de noordzijde van de vulkaan Tangkuban Perahu. Daar waren Nederlandse verdedigingsstellingen aangelegd met loopgraven, kazematten, prikkeldraadversperringen en geschut.
De verdediging van de hoogvlakte viel onder de zogenoemde Bandoenggroep van generaal-majoor Jacob Jan Pesman. Kolonel Willem Johannes de Veer voerde het bevel over de verdedigingsstellingen bij Tjiater en het daarachter gelegen gebied.
thumb|Opmars van het Japanse Shōji-detachement vanaf de landing bij Eretan Wetan richting Kalidjati en de Tjiater-pas.
Verloop van de slag Op 4 maart voerden beide partijen luchtoperaties uit. Geallieerde vliegtuigen vielen onder meer het inmiddels Japanse vliegveld Kalidjati aan, terwijl Japanse vliegtuigen de geallieerde luchtmachtbasis Andir en Nederlandse stellingen bombardeerden. De eigenlijke grondstrijd om de Tjiater-pas begon op 5 maart.
Japanse voorhoede-eenheden stuitten die middag op de Nederlandse stellingen aan de noordzijde van de pas. De verdedigers beschikten over kazematten, mitrailleurs en beperkt artillerie- en pantserafweergeschut. De Japanse infanterie wist na enkele uren een deel van de voorste stelling binnen te dringen. De Nederlandse troepen trokken zich terug naar achterliggende posities, terwijl een brug in de pas werd opgeblazen om de Japanse opmars te vertragen.
Op 6 maart werd de strijd heviger. Ongeveer 950 Nederlandse militairen bevonden zich in de nieuw gevormde voorste verdedigingslijn. Daartegenover stond aanvankelijk een Japanse gevechtsgroep van ongeveer duizend man, ondersteund door lichte tanks, mortieren en omvangrijke luchtsteun. Vooral het Japanse luchtoverwicht speelde een belangrijke rol. Japanse vliegtuigen bombardeerden de Nederlandse posities en verbindingswegen vrijwel voortdurend.
Na verschillende aanvallen slaagden Japanse eenheden erin een deel van de Nederlandse verdediging te doorbreken en de stellingen te omvatten. De Nederlandse troepen voerden tegenaanvallen uit, maar konden de doorbraak niet ongedaan maken. Kolonel Willem Johannes de Veer sneuvelde op 6 maart tijdens de gevechten bij de Tjiaterstelling.
Doding van krijgsgevangenen Tijdens de gevechten op 6 maart raakten verschillende Nederlandse eenheden omsingeld. Nadat zij zich hadden overgegeven, werd een groot aantal krijgsgevangenen door Japanse militairen gedood. Volgens onderzoek van P.C. Boer kwamen tijdens de slag ongeveer 180 KNIL-militairen om, onder wie naar schatting circa zeventig krijgsgevangenen die na hun overgave werden omgebracht.
Slechts enkele militairen uit de betrokken groepen overleefden de executies doordat zij voor dood werden achtergelaten. De gebeurtenissen bij de Tjiaterstelling worden daardoor naast een veldslag ook in verband gebracht met een oorlogsmisdrijf.
Val van de pas In de loop van 6 maart raakten de Nederlandse verdedigingslinies steeds verder ontwricht. Japanse troepen wisten de stellingen te omtrekken, terwijl de verdedigers zwaar onder druk stonden door luchtaanvallen en het tekort aan reserves. De resterende eenheden kregen opdracht zich in zuidelijke richting terug te trekken.
Op 7 maart hadden de Japanners de bergrug en de doorgang door de pas in handen. Nederlandse troepen trokken zich terug richting Lembang. De Japanse opmars werd daar nog tijdelijk vertraagd door vernielde bruggen en achterhoedegevechten, maar Lembang werd diezelfde dag door Japanse eenheden bereikt.
Gevolgen Met de val van de Tjiater-pas lag de weg naar Bandung voor de Japanse troepen open. De militaire situatie van de geallieerden in West-Java was daarmee vrijwel onhoudbaar geworden. In Bandung bevonden zich naast de militaire hoofdkwartieren grote aantallen burgers en vluchtelingen. Gouverneur-generaal Alidius Tjarda van Starkenborgh Stachouwer wilde voorkomen dat de stad zelf het toneel van zware gevechten zou worden.
Op 7 maart werden bij Lembang de eerste contacten gelegd over een plaatselijke overgave. De onderhandelingen breidden zich vervolgens uit tot de capitulatie van de geallieerde strijdkrachten op Java. Op 8 maart vonden op het vliegveld Kalidjati besprekingen plaats tussen de Japanse legerleiding, Van Starkenborgh Stachouwer en de Nederlandse opperbevelhebber Hein ter Poorten. Op 9 maart werd de algemene capitulatie bekendgemaakt.
De slag wordt daarom beschouwd als een van de beslissende landgevechten in de eindstrijd om Java. Een historische studie uit 2026 omschrijft het verlies van Tjiater als een belangrijke katalysator voor de capitulatie bij Kalidjati, hoewel de nederlaag onderdeel was van de bredere ineenstorting van de geallieerde verdediging op Java.
Literatuur
Categorie:Veldslag in Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog Categorie:Geschiedenis van Java Categorie:Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië Categorie:1942