thumb|De West-Kruiskade in Rotterdam. Volgens de gebiedsafbakening voor 2025–2029 behoort de straat samen met een deel van de 1e Middellandstraat, het Tiendplein en delen van omliggende straten tot de BIZ West-Kruiskade en omgeving.
Een bedrijveninvesteringszone (BIZ) is een afgebakend gebied in Nederland waarin gezamenlijke investeringen in de bedrijfsomgeving worden gefinancierd met een gemeentelijke belasting. Het instrument wordt gebruikt in winkelgebieden en op bedrijventerreinen. De gemeente int de bijdrage bij de aangewezen gebruikers of eigenaren van bedrijfspanden en verstrekt de opbrengst als subsidie aan een daarvoor opgerichte vereniging of stichting. Invoering is afhankelijk van voldoende steun onder degenen die de bijdrage moeten betalen.Regels voor bedrijveninvesteringszones: memorie van toelichting. Kamerstukken II 2013/14, 33917, nr. 3, pp. 1–5.
Doel en activiteiten Een BIZ maakt het mogelijk om voorzieningen te bekostigen waarvan meerdere ondernemingen in een gebied profiteren. Voorbeelden zijn gezamenlijke beveiliging, extra schoonmaak, het verwijderen van graffiti en onderhoud van groen. De activiteiten vormen een aanvulling op de gemeentelijke dienstverlening.
De wettelijke bestedingsdoelen omvatten activiteiten in de openbare ruimte en op het internet die bijdragen aan de leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of economische ontwikkeling van het gebied. Gemeente en BIZ-organisatie leggen schriftelijk vast welk minimumniveau van gemeentelijke dienstverlening gedurende de looptijd wordt gehandhaafd.
Organisatie en financiering Het initiatief begint doorgaans met ondernemers die een gezamenlijk activiteitenplan en een begroting opstellen. Zij overleggen met de gemeente over de gebiedsgrenzen, de werkzaamheden en de benodigde bijdrage. De uitvoerende vereniging of stichting sluit een uitvoeringsovereenkomst met de gemeente.
De gemeenteraad stelt de belasting bij gemeentelijke verordening vast. De heffing betreft onroerende zaken die niet hoofdzakelijk als woning dienen. Zij kan worden opgelegd aan gebruikers, eigenaren of beide groepen. De bijdrage kan afhangen van de waarde volgens de Wet waardering onroerende zaken, maar ook als een vast bedrag worden vastgesteld.
De BIZ behoort tot de zogenoemde ondernemersfondsen. Andere vormen daarvan worden bekostigd uit bijvoorbeeld reclamebelasting of een opslag op de onroerendezaakbelasting. Voor de BIZ bestaan afzonderlijke wettelijke regels voor onder meer draagvlak, looptijd en verantwoording.Arjen Schep, Ruimte voor ambitie van bedrijveninvesteringszones. Evaluatie van ervaringen van BIZ-organisaties met bedrijveninvesteringszones en voorstellen tot verbetering. Erasmus Studiecentrum voor Belastingen van Lokale Overheden, mei 2023, pp. 4–6, 12–17.
Draagvlak en looptijd Na vaststelling van de verordening organiseert het college van burgemeester en wethouders een schriftelijke draagvlakmeting. Minstens de helft van de bijdrageplichtigen moet deelnemen; minstens twee derde van de deelnemers moet voor invoering stemmen. Daarnaast geldt doorgaans een vergelijking van de gezamenlijke WOZ-waarden van voor- en tegenstanders. Bij heffing van zowel eigenaren als gebruikers gelden aanvullende eisen per groep.
Na invoering geldt de betalingsplicht ook voor bijdrageplichtigen die tegenstemden of niet deelnamen. De heffing geldt maximaal vijf jaar. Verlenging vereist opnieuw voldoende draagvlak.
Verantwoording De uitvoerende organisatie stelt jaarlijks een begroting vast en legt rekening en verantwoording af. Bijdrageplichtigen kunnen deze stukken kosteloos raadplegen en op verzoek inzage krijgen in specifieke uitgaven.
Geschiedenis De Experimentenwet BI-zones trad op 1 mei 2009 in werking. Daarmee konden gemeenten voor het eerst binnen dit wettelijke kader een gebiedsgerichte heffing voor gezamenlijke ondernemersactiviteiten invoeren. De regeling was aanvankelijk tijdelijk.
De evaluatie van het experiment vormde de aanleiding voor een permanente wettelijke regeling. Op 1 januari 2015 trad de Wet op de bedrijveninvesteringszones in werking.
Onderzoek en kritiek Samenwerking en uitvoeringslasten Een onderzoek van het Erasmus Studiecentrum voor Belastingen van Lokale Overheden uit 2023 beschreef ervaringen van 118 BIZ-organisaties. De respondenten waardeerden vooral de gezamenlijke belangenbehartiging, het voorkomen van meeliften zonder financiële bijdrage en een sterkere positie tegenover de gemeente. Als knelpunten noemden zij de tijdrovende oprichtingsprocedure en administratieve lasten. De respondenten waren voornamelijk actief in centrum- en winkelgebieden, waardoor de uitkomsten minder representatief waren voor bedrijventerreinen.
Voor organisaties met weinig financiële middelen kan professionele ondersteuning moeilijk betaalbaar zijn, waardoor veel uitvoerend werk bij vrijwillige bestuursleden terechtkomt. Het onderzoek signaleerde tevens dat de maximale looptijd en de mogelijkheid van tussentijdse beëindiging grotere langetermijninvesteringen, bijvoorbeeld in duurzaamheid, kunnen bemoeilijken. Het rapport bevatte voorstellen om de regeling voor langer bestaande BIZ-organisaties te verruimen.
Verdeling van kosten en voordelen De verplichte bijdrage en de verdeling van activiteiten kunnen aanleiding geven tot lokale conflicten. Bij een voorgenomen verlenging van de BIZ in Stadskanaal in 2026 maakten ondernemers bezwaar tegen een verhoging van de bijdrage en tegen het gelijke bedrag voor kleine en grote winkels. Ook waren er bezwaren tegen de gebiedsgrenzen en de concentratie van activiteiten op bepaalde locaties: sommige ondernemers vonden dat zij weinig terugzagen van hun bijdrage. De voorzitter van de winkeliersvereniging wees daartegenover op de ruimte die grote evenementen vereisen en op de uitvoeringsproblemen van een bijdrage naar winkeloppervlakte. Volgens hem weerspiegelde die oppervlakte bovendien niet noodzakelijk de omzet.
Categorie:Ruimtelijke ordening