Isa bin Salman Al Khalifa (Arabisch: , ʿĪsā bin Salman Āl Ḫalīfa) (Jasra, 3 juni 1933 - Manama, 6 maart 1999) was sinds 16 augustus 1971 tot zijn overlijden de emir van Bahrein. Voordien was hij tussen 1961 en 1971 al hakim van zijn land, in opvolging van zijn vader Salman bin Hamad Al Khalifa. Hij is een lid van de soennitische familie Al Khalifa, die het overwegend sjiitische Bahrein reeds bestuurt sinds 1783.
Isa bin Salman Al Khalifa volgde zijn vader op als hakim na diens overlijden in november 1961. Hij werd op 16 december geïnstalleerd. Isa bezocht in 1968 Ayatollah Mohsin Al Hakim in Najaf om zijn wens te tonen om de relaties met de sjiieten te versterken.
Tijdens zijn regering verwierf Bahrein in 1971 onafhankelijkheid van het Verenigd Koninkrijk. Hoewel de regering aanvankelijk overwoog zich aan te sluiten bij de Verenigde Arabische Emiraten, liet Isa zijn land zich terugtrekken (samen met Qatar) vanwege zijn ontevredenheid over de voorgestelde grondwet. Daarna probeerde hij een gematigde vorm van parlementaire democratie in te voeren, en mannen (maar geen vrouwen) kregen stemrecht bij de parlementsverkiezingen in 1973. In augustus 1975 ontbond hij echter het parlement omdat het weigerde de door de regering uitgeroepen Staatsveiligheidswet van 1974 aan te nemen. Het parlementaire systeem werd tijdens zijn leven nooit hersteld, ondanks af en toe protesten van linkse en islamistische kampen, die hun hoogtepunt bereikten in 1994.
Tijdens zijn regering was er een regeling tussen hem en zijn broer, sjeik Khalifa bin Salman, waarbij de emir een diplomatieke en ceremoniële rol kreeg, terwijl Khalifa als premier de regering en economie controleerde.
Isa was een van de oprichters van het Dar al-Maal al-Islami Trust, die in 1981 in Zwitserland werd geïnitieerd door een lid van de Saoedische koninklijke familie Mohammed bin Faisal Al Saud, zoon van Saoedische koning Faisal. De Trust is een toonaangevende islamitische financiële instelling met filialen op vier continenten en beheerde activa van meer dan 3,6 miljard Amerikaanse dollar, opererend volgens de Zakat-principes van islamitisch bankieren.
Isa bin Salman Al Khalifa had één vrouw, zijn nicht Sheikha Hessa bint Salman Al Khalifa, dochter van Salman bin Ibrahim Al Khalifa. Ze trouwden op 8 mei 1949. Zij kregen vijf zonen en vier dochters, met als oudste zoon zijn troonopvolger Salman bin Hamad bin Isa Al Khalifa.
Tijdens zijn 38 jaar als emir vond de economische transformatie van Bahrein plaats tot een modern land en een belangrijk financieel centrum in de Perzische Golf. Critici merken echter op dat hij ook het parlement ontbond en de absolute macht verwierf. Isa bin Salman Al Khalifa overleed aan een hartaanval op 6 maart 1999 in het Government House in Manama, kort na een ontmoeting met de Amerikaanse minister van Defensie William Cohen. Hij was 65 jaar. De laatste bijeenkomst die hij bijwoonde was de begrafenis van koning Hoessein van Jordanië, die minder dan een maand voor zijn dood plaatsvond.
De Amerikaanse president Bill Clinton uitte "diepe droefheid" bij het nieuws van de dood van de emir, en noemde hem "een goede vriend van vrede". Secretaris-generaal van de Verenigde Naties Kofi Annan uitte ook "groot verdriet" en omschreef de emir als "een kracht voor stabiliteit" in de regio. Hij werd begraven op de begraafplaats Al-Rifa'a.
Buitenlandse onderscheidingen Isa bin Salman Al Khalifa werd onder meer geëerd met het Spaanse Grootkruis van de Orde van Isabella de Katholieke (4 december 1981), het Egyptisch Grootkruis van de Orde van de Nijl, het Frans Grootkruis in de Ordre national de la Légion d'honneur, het Duitse Grootkruis in de Orde van Verdienste van de Bondsrepubliek Duitsland, het Iraans Grootkruis van de Orde van Pahlavi, de Iraakse Orde van de Twee Rivieren (2e klasse op 3 april 1952, grootkruis in mei 1968), het Jordaanse Grootlint van de Orde van Hoessein ibn Ali en Grootlint van de Hoge Orde van de Onafhankelijkheid, de Koeweitse Orde van Mubarak de Grote, het Libanees Grootlint van de Orde van de Ceder, de Marokkaanse Orde van Mohammedi, de Orde van Oman, de Qatarese Keten van de Onafhankelijkheid, het Zuid-Afrikaans Grootkruis in de Orde van de Goeie Hoop (1995), het Brits Grootkruis in de Orde van Sint-Michaël en Sint-Joris (15 februari 1979) en het Grootkruis in de Orde van het Bad (2 juni 1953).
Categorie:Emir van Bahrein