Marguerite Devigne (Dinant, 1884 - Dilbeek, 1965De Dictionary of Art Historians geeft 1967 als overlijdensjaar aan.) was een Belgische kunsthistorica.
Biografie Marguerite Devigne was in 1912 de eerste vrouw die aan de Universiteit van Luik een doctoraat in de kunstgeschiedenis en oudheidkunde behaalde. In 1915 ging ze aan de slag bij de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België. Ze kreeg er al vrij snel de leiding over de afdeling beeldhouwwerken en promoveerde in 1928 tot assistent-conservator en in 1935 tot conservator. Ze doceerde tevens aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Brussel, de École des hautes études in Gent en de provinciale normaalschool in Morlanwelz.
Ze schreef diverse artikels en lemma's in historische werken en bibliografische naslagwerken onder meer over Claus Sluter en Laurent Delvaux. Haar magnum opus, La sculpture mosane du XIIe au XVIe siècle, werd door de Eerste Wereldoorlog uitgesteld en pas in 1932 gepubliceerd. Het betrof een uitvoerige en erudiete studie die veel informatie en documentatie biedt over de bredere culturele context waarin de kunst in het Maasdal tot bloei kwam en zich ontwikkelde. Hierin had ze een bijzondere belangstelling voor de stilistische verbanden tussen de beeldhouwers uit het Maasdal en kunstenaars uit Duitsland, Frankrijk, Vlaanderen en Italië.
In mei 1940, toen de hoofdconservator Leo Van Puyvelde naar Londen vluchtte, kwam Devigne plots aan het hoofd van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten te staan. In deze periode stond ze voor de moeilijke taak om met de Duitse autoriteiten om te gaan. Ze inventariseerde de kunstcollectie van graaf Georges della Faille de Leverghem, die in 1942 aan het museum was geschonken. Na de bevrijding kwam er scherpe kritiek op haar waarnemend directeurschap; dit leidde ertoe dat ze werd vervangen door conservator Arthur Laes, die de functie bekleedde totdat Van Puyvelde het jaar daarop terugkeerde. Het beschermcomité daarentegen, dat haar optreden tijdens de oorlog prees, deed diverse voorstellen om haar in haar functie te handhaven. Ondertussen werd ze in de pers fel aangevallen. Ze verliet het museum in 1949 met een bitter gevoel. Haar eerherstel volgde in 1951, toen het tijdschrift Front werd veroordeeld vanwege publicaties waarin Devigne door middel van laster in diskrediet was gebracht. Dit vonnis werd het jaar daarop door het hof van beroep bevestigd.Marguerite Devigne, de vrouw die in volle WO II de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België leidde, Rijksarchief België, 10 oktober 2024. Ze kreeg daarbij ook een schadevergoeding van 100.000 Belgische frank.
Na haar pensionering maakte Devigne een lange reis naar de Verenigde Staten. Ze werkte aan een beknopt Engelstalig overzicht van de geschiedenis van de beeldhouwkunst in België, dat in New York verscheen in de reeks Art Treasures of Belgium.
Literatuur Suzanne SULZBERGER, 'In memoriam Marguerite Devigne', in Revue belge d'archéologie et d'histoire de l'art 35, 1966, 234-235. Gretel CHAPMAN, Mosan art. An annotaded bibliography, Boston, Reference Publications in Art History, 1988, 197. Jacques VAN LENNEP, Catalogue de la sculpture. Artistes nés entre 1750 et 1882, Brussel, Musées royaux des beaux-arts de Belgique, 1992, 67-73. Yvette MARCUS-DE GROOT, ''Geen mooier studievak voor een vrouw dan de kunstgeschiedenis'. Vrouwelijke kunsthistorici en hun aandeel in de traditie', in Katlijne VAN DER STIGHELEN en Mirjam WESTEN (red.), Elck zijn Waerom, Gent, Ludion, 1999, 102-113. Virginie DEVILLEZ, 'Le musée en guerre (1939-1947)', in Les Musées royaux des Beaux-Arts de Belgique. Deux siècles d’histoire, vol. 1, Brussel, Racine, 2003, 361-369. 'Marguerite Devigne', in Eliane GUBIN (red.), Dictionnaire des femmes belges. XIXe et XXe siècles, Brussel, Racine, 2006, 196. Adrien MOONS, Inventaire des archives de Marguerite Devigne (1920-1963), Brussel, Algemeen Rijksarchief, 2023.
Categorie:Belgisch kunsthistoricus Categorie:Belgisch conservator