Egbert Paul (Paul) Haverkamp Begemann (Helmond, 2 september 1879 – 1961) was een Nederlands werktuigbouwkundig ingenieur, industrieel en politiek activist. Hij leidde van 1909 tot 1919 de Koninklijke Nederlandsche Machinefabriek v/h E.H. Begemann te Helmond. Vanwege zijn radicale socialistische en communistische overtuigingen brak hij in 1919 definitief met zijn positie als kapitalistisch fabrieksdirecteur.

Biografie Vroege jaren en directeurschap Haverkamp Begemann werd geboren als zoon van Egbert Haverkamp Begemann, de oprichter van de gelijknamige Helmondse machinefabriek. Na een studie werktuigbouwkunde en een verblijf in de Verenigde Staten trad hij toe tot het familiebedrijf. In 1909 volgde hij zijn vader op als mededirecteur. Onder zijn leiding moderniseerde de fabriek en specialiseerde zich verregaand in de seriematige productie van centrifugaalpompen en omvangrijke staalconstructies.

Begemann stond binnen het overwegend katholieke en conservatieve Helmondse industriële milieu bekend als een zeer vooruitstrevende en sociaal voelende 'patroon'. In 1912 voerde hij de allereerste collectieve arbeidsovereenkomst (cao) in de Helmondse metaalindustrie in, wat destijds een zeldzaamheid was in de regio.

Ideologische vorming en activisme Begemann raakte sterk beïnvloed door het opkomende socialisme. In 1912 trad hij in het huwelijk met Sabine Matthijsen, een dochter van Vlisco-directeur Cor Matthijsen. Via dit huwelijk kwam hij in de directe invloedssfeer van zijn aangetrouwde tante, de prominente socialistische dichteres en activiste Henriette Roland Holst, die regelmatig in Helmond te gast was. Mede door deze contacten radicaliseerde het wereldbeeld van het echtpaar Begemann-Matthijsen.

In 1912 toonde Begemann zijn maatschappelijke engagement buiten de fabrieksmuren door als een van de weg weinige industriëlen in de regio het Schorer-petitionnement te ondertekenen, een landelijk initiatief dat zich richtte tegen de strafbaarstelling van homoseksualiteit. Begemann sloot zich tevens aan bij de Bond van Christen-Socialisten (BCS) en ontwikkelde gaandeweg sterke communistische sympathieën.

De breuk met het kapitalisme (1919) De spanning tussen Begemanns positie als kapitalistisch ondernemer en zijn socialistische idealen bereikte in 1919 een kookpunt. In dat jaar verenigden de Nederlandse metaalwerkgevers zich in de Metaalbond om een gezamenlijk front te vormen tegen de opkomende vakbeweging en stakingen. Begemann weigerde principieel om zich bij deze bond aan te sluiten en zich tegen de arbeiders te keren. Omdat deze opstelling onverenigbaar was met het voortbestaan van de directie binnen de NV, besloot hij afstand te doen van al zijn rechten en nam hij per direct ontslag als directeur van zijn eigen familiebedrijf.

Emigratie naar de Sovjet-Unie Na zijn vertrek uit Helmond verhuisde Begemann naar Rotterdam, waar hij de leiding nam over een coöperatieve ijzerhandel. Zijn ideologische gedrevenheid bracht hem in 1923 echter nog verder: hij besloot met zijn gezin te emigreren naar de Sovjet-Unie.

In Siberië sloot hij zich aan bij de bekende Koezbass-kolonie in Kemerovo, een utopisch-socialistisch experiment waar buitenlandse arbeiders en ingenieurs hielpen bij de opbouw van de zware industrie. Begemann werkte hier enkele jaren vol overtuiging aan de socialistische praktijk. Na verloop van tijd raakte hij echter gedesillusioneerd door de politieke ontwikkelingen en de opkomst van het stalinistische regime, waarna hij in 1933 definitief terugkeerde naar Nederland. In de decennia daarna trad hij niet meer op de voorgrond van de politieke of industriële arena. Hij overleed in 1961.

Zie ook Begemann (bedrijf) Bond van Christen-Socialisten Koezbass

Bronnen, noten en/of referenties

Categorie:Nederlands industrieel Categorie:Nederlands communist