Marie Louise Marthe Dissard (Cahors, 6 november 1881 – Toulouse, 8 juli 1957), vooral bekend onder haar schuilnaam Françoise, was een Franse verzetsstrijdster tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het dossier GR 16 P 186583 vermeldt haar volledige naam, geboortedatum 6 november 1881 en geboorteplaats Cahors. Zij maakte aanvankelijk deel uit van de ontsnappingslijn die onder leiding stond van de Belgische arts Albert Guérisse, die de schuilnaam Pat O'Leary gebruikte. Na diens arrestatie in 1943 zette Dissard de ontsnappingsactiviteiten voort onder haar eigen schuilnaam. Het daaruit voortgekomen Réseau Françoise groeide uit tot een omvangrijk netwerk dat geallieerde militairen, verzetsmensen en andere vervolgden hielp via Zuidwest-Frankrijk en de Pyreneeën naar Spanje te ontkomen.
Leven en verzetswerk Dissard werkte voor de oorlog onder meer voor de gemeente Toulouse, in het technisch onderwijs en als inspectrice van het naaionderwijs. Later dreef zij in de Rue de la Pomme in Toulouse een modezaak, À la poupée moderne.
Na de Franse nederlaag van 1940 raakte zij betrokken bij het verzet. Onder de schuilnaam Victoire verspreidde zij clandestiene geschriften en werkte zij als verbindingsagente voor de groep rond Pierre Bertaux. Haar winkel werd gebruikt voor het doorgeven van berichten en documenten.
In 1942 sloot Dissard zich onder haar nieuwe schuilnaam Françoise aan bij de ontsnappingslijn van Albert Guérisse. Deze organisatie bracht onder meer neergeschoten Britse en Amerikaanse vliegers onder, voorzag hen van schuilplaatsen en valse of aangepaste identiteitspapieren en organiseerde hun verdere reis naar Spanje. Dissard kreeg de verantwoordelijkheid voor Toulouse en omgeving en hield zich bezig met zowel het onderbrengen als het begeleiden van vluchtelingen.
Guérisse werd op 2 maart 1943 door de Gestapo gearresteerd. Een groot deel van zijn organisatie werd vervolgens opgerold. Dissard wist aan arrestatie te ontkomen en zette de activiteiten voort. In maart 1943 organiseerde zij vanuit Toulouse een nieuwe structuur die naar haar schuilnaam het "Réseau Françoise" werd genoemd. Het netwerk telde ruim tweehonderd medewerkers en beschikte over passeurs, koeriers, schuiladressen en verbindingen die zich over een groot deel van Zuidwest-Frankrijk uitstrekten.
thumb|left|Gedenkteken voor Dissard aan de Rue de la Pomme 40 in Toulouse, waar haar winkel was gevestigd
Dissard onderhield via een tussenpersoon een regelmatige verbinding met de Britse vertegenwoordiging in Genève. Ondanks haar leeftijd begeleidde zij ook zelf mensen tijdens delen van hun reis. Terwijl naar haar werd gezocht veranderde zij voortdurend van verblijfplaats en leidde zij het netwerk vanuit onder meer kelders, zolders en garages. Door zich te vermommen en van identiteit en uiterlijk te wisselen wist zij herhaaldelijk controles te passeren en uit handen van de bezetter te blijven.
Het netwerk zorgde voor onderdak, voedsel, kleding en vervoer en bracht vluchtelingen naar de routes over de Pyreneeën. Daarbij werkte het samen met andere verzetsgroepen en ontsnappingslijnen. Verschillende bronnen schrijven aan Dissards verzetsactiviteiten de redding van honderden mensen toe.
Na de oorlog Na de bevrijding bleef Dissard in Toulouse wonen. Zij zette zich onder meer in voor beroepsonderwijs voor meisjes. Voor haar verzetswerk ontving zij onderscheidingen van Frankrijk, België, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.
Dissard overleed op 8 juli 1957 in Toulouse en werd begraven op de begraafplaats Terre-Cabade. Haar betekenis als leidster van een ontsnappingsnetwerk bleef ook na haar dood onderwerp van officiële herdenking. Het Franse ministerie van Defensie presenteerde haar in 2026 tijdens de nationale herdenkingsdag van het verzet als cheffe du réseau « Françoise ».
Op haar geboortehuis in Cahors bevindt zich een gedenkplaat. Aan de Rue de la Pomme 40 in Toulouse, waar haar winkel was gevestigd, is eveneens een gedenkteken aangebracht. Een middelbare school in Tournefeuille draagt de naam Lycée Marie-Louise Dissard-Françoise.
Onderscheidingen Tot de aan Dissard toegekende onderscheidingen behoren: officier in het Legioen van Eer; de Croix de Guerre 1939–1945 met palm; de Médaille de la Résistance française met rozet; de Britse George Medal; honorair officier in de Orde van het Britse Rijk (OBE); officier in de Belgische Orde van Leopold II; het Belgische Oorlogskruis 1940–1945 met palm; de Amerikaanse Medal of Freedom met gouden palm.
Zie ook Réseau Françoise Albert Guérisse Dutch-Paris Henri Marot Pierre Treillet
Literatuur Michel Goubet en Paul Debauges, L'histoire de la Résistance en Haute-Garonne, Éditions Milan, 1986. Mathieu Arnal, Ces Toulousains qui ont fait l'Histoire, Le Papillon Rouge, 2019, p. 99–103. ISBN 9782490379118. Dominique Missika, Résistantes 1940–1944, Gallimard, 2021, p. 23–25. ISBN 9782072940293.
Externe link Biografie van Marie-Louise Dissard bij Mémoire Vive de la Résistance
Categorie:Frans verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog