Ralph Sneyd (1793 – 1870) was een Engelse landeigenaar, mijn- en ijzerondernemer, spoorwegontwikkelaar en verzamelaar uit Staffordshire. Hij erfde in 1829 het familiebezit rond Keele en werd vooral bekend door de grootschalige herinrichting van het landgoed en de herbouw van Keele Hall. Daarnaast was hij betrokken bij de winning van steenkool en ijzer in de omgeving van Silverdale en bij de aanleg van een spoorverbinding voor het vervoer daarvan. In 1844 was hij High Sheriff of Staffordshire.
Jeugd en opleiding Sneyd was de oudste zoon van Walter Sneyd en diens vrouw Louisa Bagot, de oudste dochter van William Bagot, 1st Baron Bagot. Hij bezocht Eton College en werd op 14 november 1811, op achttienjarige leeftijd, ingeschreven aan Christ Church van de Universiteit van Oxford.
De familie Sneyd behoorde al eeuwen tot de vooraanstaande grondbezitters van North Staffordshire. Zij bezat het landgoed van Keele sinds 1544. Tijdens de Industriële revolutie nam het familiekapitaal verder toe, mede door de aanwezigheid van omvangrijke steenkoollagen onder de landerijen.
Na de dood van zijn vader in 1829 erfde Ralph Sneyd het landgoed. Hij bleef ongehuwd en zou Keele gedurende de volgende vier decennia ingrijpend veranderen.
Keele Hall en het landgoed thumb|Keele Hall gezien vanuit de tuinen. Sneyd liet het huis tussen 1855 en 1860 vrijwel geheel herbouwen.
Kort na zijn erfenis begon Sneyd aan een omvangrijke herinrichting van het landgoed. Hij schakelde onder anderen de landschapsontwerper William Sawrey Gilpin in en later William Andrews Nesfield. Wegen werden verlegd, bos aangeplant en bestaande waterpartijen werden vergroot en opnieuw vormgegeven. Het park rond Keele Hall kreeg daardoor grotendeels het karakter dat het in de 19e eeuw behield.
Een van de eerste grote ingrepen was de vergroting van het meer bij het huis in 1831. In de daaropvolgende decennia werden nieuwe toegangswegen, lodges, tuinen en andere landschapselementen aangelegd. Nesfield ontwierp rond 1845 de formele parterretuin bij het huis.
Omstreeks 1855 besloot Sneyd ook het oude Keele Hall vrijwel geheel te vervangen. De architect Anthony Salvin ontwierp een nieuw landhuis in Jacobijnse stijl, uitgevoerd in rode en gele zandsteen. De herbouw vond plaats tussen 1855 en 1860. Het huidige Keele Hall is grotendeels het resultaat van deze verbouwing en maakt tegenwoordig deel uit van de Keele-universiteit.
Mijnbouw, ijzerindustrie en spoorweg De rijkdom van de familie Sneyd was in de 19e eeuw niet meer uitsluitend gebaseerd op grondbezit. Onder het familiebezit lagen aanzienlijke voorraden steenkool en ijzererts, en Ralph Sneyd raakte actief betrokken bij de exploitatie daarvan. De archieven van de familie bevatten talrijke stukken over mijnen, mijnrechten, steenkoolwinning en industriële ondernemingen op het landgoed.
In 1848 richtten Sneyd en Francis Stanier de Silverdale Company op, die zowel steenkool als ijzer produceerde. Stanier pachtte de mijnen van Sneyd. Voor de afvoer van de producten was goed vervoer essentieel en Sneyd en Stanier lieten daarom een spoorverbinding vanuit het industriegebied van Silverdale naar Newcastle-under-Lyme aanleggen.
thumb|left|Restanten van de spoorlijn tussen Silverdale en Keele. Sneyd speelde een belangrijke rol bij de aanleg van de eerste spoorverbinding voor het vervoer van kolen en ijzer uit Silverdale.
Een akte uit 1851 in het familiearchief noemt naast mijnen en andere bezittingen uitdrukkelijk de spoorweg van Silverdale naar Newcastle. De lijn vormde een belangrijke verbinding tussen de mijnen en ijzerwerken en de regionale transportnetwerken. De ontwikkeling van de spoorverbinding droeg bij aan de sterke groei van Silverdale als centrum van mijnbouw en industrie in de 19e eeuw.
Sneyd beperkte zijn activiteiten niet tot het verpachten van grond. Zijn betrokkenheid bij de mijnbouw, ijzerproductie en spoorweginfrastructuur maakte hem tevens tot een van de particuliere ondernemers die de industrialisering van het gebied rond Newcastle-under-Lyme mede vormgaven.
Openbare functies Naast het beheer van zijn landgoed vervulde Sneyd openbare functies in Staffordshire. Hij was Deputy Lieutenant van het graafschap en werd in 1844 benoemd tot High Sheriff of Staffordshire. Ook zijn inschrijving in Alumni Oxonienses vermeldt zijn ambt als High Sheriff in dat jaar.
Verzamelaar thumb|upright=0.75|The Virgin and Child Enthroned, with Four Angels van Quinten Massijs (I), omstreeks 1506–1509. Het schilderij behoorde waarschijnlijk tot de verzameling van Ralph Sneyd en bevindt zich tegenwoordig in de National Gallery (Londen).
Sneyd had naast zijn belangstelling voor landgoedbeheer en industrie een uitgesproken interesse in kunst en boeken. In 1828 reisde hij door Frankrijk en het toenmalige Koninkrijk der Nederlanden. Hij hield tijdens die reis een dagboek bij dat voornamelijk betrekking had op schilderijen die hij zag in onder meer Brugge, Gent, Antwerpen, Den Haag en Amsterdam.
Zijn testament uit 1864 laat zien hoeveel waarde hij aan de collectie in Keele Hall hechtte. Daarin bepaalde Sneyd dat de meubels, schilderijen, boeken, kunstvoorwerpen en andere waardevolle objecten in het huis samen met het landgoed als familiestukken moesten worden doorgegeven.
Een van de schilderijen die later als onderdeel van de Sneyd Heirlooms werd geregistreerd was The Virgin and Child Enthroned, with Four Angels van Quinten Massijs (I), geschilderd omstreeks 1506–1509. Volgens de National Gallery behoorde het werk waarschijnlijk al aan Ralph Sneyd. Het werd in 1924 uit de familiecollectie verkocht en kwam uiteindelijk in de collectie van de National Gallery terecht.
Ook Sneyds boekenbezit bevatte bijzondere stukken. Tot zijn collectie behoorde een werkexemplaar dat Samuel Johnson gebruikte bij de herziening van zijn beroemde Dictionary of the English Language. Het materiaal bevatte gedrukte pagina's met handgeschreven aanvullingen, wijzigingen, nieuwe definities en etymologische aantekeningen. Het exemplaar bleef generaties lang op Keele Hall en werd in 1927 door een latere Ralph Sneyd verkocht aan de Amerikaanse verzamelaar Richard Gimbel. Sindsdien staat het bekend als de Sneyd–Gimbel copy. In 1973 kwam het in het bezit van de Yale-universiteit.
Overlijden en nalatenschap Sneyd trouwde nooit. Na zijn overlijden in 1870 gingen Keele Hall en het landgoed over op zijn jongere broer, de predikant Walter Sneyd. Deze zette de familietraditie van het verzamelen van boeken en manuscripten voort. Een deel van de familiebibliotheek werd in 1873 verkocht; een groter restant volgde in 1927.
Het landgoed werd in de 20e eeuw de basis voor de latere Keele-universiteit. Het University College of North Staffordshire nam Keele in 1950 in gebruik en werd in 1962 de Keele-universiteit. Het door Ralph Sneyd aangelegde park en het door hem herbouwde Keele Hall vormen nog steeds een belangrijk deel van de universiteitscampus.
Een omvangrijk deel van het familiearchief wordt eveneens door de universiteit bewaard. De Sneyd Family Papers bevatten naast stukken over landgoedbeheer en mijnbouw grote hoeveelheden 19e-eeuwse correspondentie van en aan Ralph Sneyd en meer dan duizend aquarellen en tekeningen van leden van de familie en hun omgeving.
Literatuur
Categorie:Brits ondernemer Categorie:Brits kunstverzamelaar