UK Coal plc was van 2001 tot 2012 de naam van een Brits mijnbouwbedrijf dat een groot deel van de overgebleven Engelse kolenmijnen exploiteerde. De onderneming was de voortzetting van RJB Mining plc, dat bij de privatisering van de Britse steenkoolindustrie in 1994 het grootste deel van de resterende mijnbouwactiviteiten van British Coal in Engeland overnam. Op 25 mei 2001 werd RJB Mining omgedoopt tot UK Coal plc.

UK Coal exploiteerde zowel diepe ondergrondse mijnen als dagbouwmijnen en bezat daarnaast een omvangrijke portefeuille van voormalige mijnterreinen en ander vastgoed. In 2011 was het naar eigen zeggen de grootste steenkoolproducent van het Verenigd Koninkrijk. De in dat jaar gewonnen steenkool vertegenwoordigde een hoeveelheid energie die overeenkwam met ongeveer vijf procent van de Britse elektriciteitsbehoefte.

Door financiële problemen en de risico's van de diepe mijnbouw werd de groep in 2012 ingrijpend geherstructureerd. De beursgenoteerde moedermaatschappij UK Coal plc veranderde op 10 december 2012 haar naam in Coalfield Resources plc, terwijl de mijnbouw- en vastgoedactiviteiten in afzonderlijke ondernemingen werden ondergebracht. De naam UK Coal bleef daarna nog in gebruik bij verschillende mijnbouwmaatschappijen van de groep. De laatste twee grote diepe mijnen die daaruit voortkwamen, Thoresby en Kellingley, sloten in 2015.

Ontstaan uit RJB Mining RJB Mining was al actief in de Britse steenkoolindustrie toen de Britse regering in de jaren 1990 besloot de resterende activiteiten van staatsbedrijf British Coal te privatiseren. De mijnen werden daarvoor ondergebracht in verschillende regionale ondernemingen.

RJB Mining werd in 1994 aangewezen als koper van de drie Engelse regionale mijnbouwbedrijven en van de afzonderlijke mijnen Thorne en Ellington. Op 29 december 1994 werden deze activiteiten voor £815,3 miljoen overgenomen. Daarmee werd RJB Mining een van de belangrijkste particuliere steenkoolproducenten van het Verenigd Koninkrijk.

De onderneming kreeg door de overname verschillende grote diepe kolenmijnen in handen. Daarnaast exploiteerde zij dagbouwmijnen. De steenkool werd vooral geleverd aan Britse elektriciteitscentrales.

Op 25 mei 2001 werd de naam RJB Mining plc officieel gewijzigd in UK Coal plc. De onderneming bleef genoteerd aan de London Stock Exchange onder de beurscode UKC.

Mijnbouwactiviteiten UK Coal exploiteerde na de privatisering een groot aantal ondergrondse mijnen. Door uitputting van winbare steenkoollagen, hoge productiekosten en sluitingen nam het aantal diepe mijnen in de loop van de jaren sterk af.

In 2011 beschikte de groep nog over drie belangrijke producerende diepe mijnen: Daw Mill in Warwickshire, Kellingley in Yorkshire en Thoresby in Nottinghamshire. Gezamenlijk produceerden deze mijnen in dat jaar ongeveer 5,7 miljoen ton steenkool. Kellingley was met ongeveer 2,3 miljoen ton de grootste producent, gevolgd door Daw Mill met ongeveer 2,1 miljoen ton en Thoresby met ongeveer 1,3 miljoen ton.

Daarnaast exploiteerde UK Coal verschillende dagbouwmijnen. Deze produceerden in 2011 gezamenlijk ongeveer 1,8 miljoen ton steenkool.

De onderneming was daarmee een belangrijke leverancier van brandstof aan de Britse elektriciteitssector. Volgens het jaarverslag over 2011 leverde UK Coal in dat jaar ongeveer zestien procent van de steenkool die in het Verenigd Koninkrijk voor elektriciteitsopwekking werd verbrand.

Vastgoed UK Coal bezat naast zijn mijnbouwactiviteiten grote hoeveelheden grond. Daaronder bevonden zich voormalige mijnterreinen, steenbergen en andere industriële locaties. Deze gronden kregen steeds meer betekenis doordat veel mijnterreinen na sluiting geschikt konden worden gemaakt voor andere functies.

De vastgoedactiviteiten werden gevoerd onder de naam Harworth Estates. De onderneming hield zich onder meer bezig met de sanering en herontwikkeling van voormalige mijnterreinen voor woningbouw, bedrijventerreinen en andere bestemmingen.

miniatuur|Harworth Colliery in 2006. De omvangrijke grondportefeuille van UK Coal werd later een belangrijk onderdeel van de onderneming.

De verkoop en ontwikkeling van vastgoed werd ook financieel steeds belangrijker. In 2011 realiseerde UK Coal ongeveer £67 miljoen aan vastgoedverkopen. De opbrengsten werden onder meer gebruikt om de schulden van de groep terug te brengen.

Financiële problemen en herstructurering De diepe mijnbouw van UK Coal kende hoge vaste kosten. Productieproblemen in één grote mijn konden daardoor grote gevolgen hebben voor de gehele onderneming. Daarnaast kampte de groep met aanzienlijke schulden en grote verplichtingen tegenover de bij de onderneming betrokken pensioenfondsen.

In 2012 werd daarom besloten de mijnbouw en de vastgoedactiviteiten financieel en juridisch van elkaar te scheiden. Bij de herstructurering werden twee afzonderlijke delen gevormd: een mijnbouwbedrijf en een vastgoedbedrijf. De pensioenfondsen verkregen daarbij een belang van 75,1 procent in de vastgoedactiviteiten.

Op 10 december 2012 werd de naam van de beursgenoteerde moedermaatschappij UK Coal plc gewijzigd in Coalfield Resources plc. De naam UK Coal bleef echter verbonden aan verschillende vennootschappen waarin de mijnbouwactiviteiten waren ondergebracht.

Brand in Daw Mill miniatuur|links|Daw Mill Colliery in 2012

Op 22 februari 2013 brak diep onder de grond brand uit in Daw Mill Colliery in Warwickshire. De mijn behoorde tot de belangrijkste diepe mijnen van UK Coal. De brand bleek zo ernstig dat hervatting van de productie niet haalbaar werd geacht.

Op 7 maart 2013 maakte UK Coal bekend dat Daw Mill definitief zou sluiten.

De sluiting had grote financiële gevolgen. Daw Mill was de grootste van de drie diepe mijnen en was goed voor ongeveer een derde van de inkomsten van het mijnbouwbedrijf. De problemen leidden in juli 2013 tot een nieuwe herstructurering. De Britse regering meldde dat daarmee werd geprobeerd de overgebleven mijnbouwactiviteiten en ongeveer 2.000 arbeidsplaatsen veilig te stellen.

De resterende diepe mijnbouw werd daarna voortgezet in afzonderlijke ondernemingen, waaronder UK Coal Production Ltd.

Sluiting van de laatste grote mijnen De omstandigheden voor de Britse steenkoolwinning bleven moeilijk. De diepe mijnen hadden hoge productiekosten en stonden onder druk van lage internationale steenkoolprijzen en veranderende omstandigheden op de energiemarkt.

Thoresby Colliery in Nottinghamshire sloot in juli 2015. Kellingley Colliery bij Knottingley bleef enkele maanden langer in bedrijf.

Op 18 december 2015 sloot ook Kellingley. De mijn was op dat moment de laatste nog producerende grote diepe kolenmijn van het Verenigd Koninkrijk.

De sluiting betekende het einde van de grootschalige diepe steenkoolwinning in het Verenigd Koninkrijk. Kleinere ondergrondse mijnen en dagbouwmijnen bleven daarna nog wel actief.

Nalatenschap De vastgoedactiviteiten die uit UK Coal voortkwamen kregen uiteindelijk een veel grotere betekenis dan de resterende mijnbouw. De beursgenoteerde vennootschap die achtereenvolgens RJB Mining, UK Coal en Coalfield Resources had geheten, werd op 24 maart 2015 omgedoopt tot Harworth Group plc.

Harworth richtte zich vervolgens op de herontwikkeling van voormalige industriële terreinen en andere gronden die voor een belangrijk deel uit de vroegere vastgoedportefeuille van UK Coal afkomstig waren.

Door de opeenvolgende herstructureringen bestaat er daarom een onderscheid tussen UK Coal plc, de beursgenoteerde onderneming die van 2001 tot 2012 onder die naam bestond, en de afzonderlijke mijnbouwbedrijven die de naam UK Coal daarna nog enige tijd bleven gebruiken.

Bronnen

Categorie:Brits bedrijf Categorie:Mijnbouwbedrijf Categorie:Mijnbouw in het Verenigd Koninkrijk Categorie:Steenkool